
12.1 Statistieken
Ontwikkeling deelnemersbestand
Het deelnemersaantal nam in 2024 toe met 234 tot 11.841. Het aantal ex-deelnemers nam met 24 toe tot 9.830. Het aantal pensioengerechtigden steeg met 157 tot 5.939. Het totaalbestand van (ex-) deelnemers en pensioengerechtigden nam met 415 toe tot 27.610. Het verloop van de aantallen (ex-) deelnemers en pensioengerechtigden in 2024 is weergegeven in het volgende schema:
| Pensioengerechtigden | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Deelnemers | Gewezen deelnemers | Ouderdoms- pensioen | Partner-pensioen | Wezen-pensioen | |
| Ultimo 2023 | 11.607 | 9.806 | 4.450 | 1.246 | 86 |
| Toetreding | 1.267 | 10 | |||
| Hernieuwde toetreding | 260 | -260 | |||
| Vertrek | -903 | 903 | |||
| Pensionering | -142 | -169 | 311 | ||
| Overlijden, | 14 | 25 | 138 | 86 | |
| waardeoverdrachten en andere oorzaken | -262 | -475 | -280 | -89 | -19 |
| Ultimo 2024 | 11.841 | 9.830 | 4.619 | 1.243 | 77 |
Leeftijdsopbouw deelnemers
In totaal bouwen 11.841 deelnemers pensioen op. De gemiddelde leeftijd van alle deelnemers is 44,1 jaar (2023: 43,8 jaar). Voor mannelijke deelnemers bedraagt de gemiddelde leeftijd 45,6 jaar (2023: 45,9 jaar); voor vrouwelijke deelnemers ligt die op 43,6 jaar (2023: 43,8). Van het totale deelnemersbestand hebben 426 deelnemers (2023: 418) een premievrije opbouw vanwege arbeidsongeschiktheid.
De gemiddelde leeftijd van de medewerkers in het notariaat is met 42,9 jaar gedaald ten opzichte van 2023 (43,2). De toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen hebben een gemiddelde leeftijd van 42,0 jaar (2023: 41,4) en voor de notarissen is dit 53,6 jaar (2023: 53,5).
De volgende grafiek geeft inzicht in de verdeling van het deelnemersbestand over de leeftijdscategorieën en geslacht.
Het deelnemersbestand bestond eind 2024 voor 79% uit vrouwen (2023: 79%) en voor 21% uit mannen (2023: 21%).
Deelnemersgroepen
Wij voeren drie pensioenregelingen uit: één voor notarissen (ondernemers), één voor toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen (in loondienst) en één voor de overige medewerkers in het notariaat. De verdeling in leeftijdsgroepen tussen deze deelnemersgroepen is in de onderstaande grafiek in beeld gebracht.
De verdeling in geslacht tussen deze deelnemersgroepen is in de onderstaande grafiek in beeld gebracht.
Arbeidsongeschiktheid
Onze pensioenregelingen kennen een premievrije pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid. Het percentage arbeidsongeschikte deelnemers binnen het totale deelnemersbestand bedraagt 3,6% (2023: 3,6%). Voor 348 medewerkers in het notariaat (2023: 311) en 78 kandidaat-notarissen en (toegevoegd) notarissen (2023: 107) wordt de pensioenopbouw premievrij voortgezet. Het totaal aantal arbeidsongeschikte deelnemers is 426 (2023: 418).
Daarnaast kent de regeling voor kandidaat-notarissen en (toegevoegd) notarissen een arbeidsongeschiktheidspensioen. In de volgende grafiek is inzicht gegeven in het verloop van het aantal kandidaat-notarissen en (toegevoegd) notarissen met een arbeidsongeschiktheidspensioen over de periode 2020 – 2024.
Pensioenuitkeringen
De pensioenuitkeringen over 2024 bedroegen in totaal € 94,1 mln. Dit is € 7,3 miljoen meer dan in 2023 (86,8 mln.). De pensioenuitkeringen kunnen worden verdeeld in ouderdoms-, partner- en arbeidsongeschiktheidspensioen en overige uitkeringen. Onder deze laatste categorie valt onder meer het wezenpensioen. In de volgende grafiek zijn de pensioenuitkeringen naar soort weergegeven.
De gemiddelde leeftijd van de pensioengerechtigden met een ouderdomspensioen is 75,5 jaar (2023: 75,3). De mannen zijn gemiddeld 76,7 jaar en de vrouwen 74,4jaar oud
In de bovenstaande grafiek is de technische voorziening voor onze pensioenverplichtingen weergegeven, verdeeld over de verschillende categorieën. De deelnemersaantallen in de verschillende groepen zijn ook aangegeven. Circa 39% van de technische voorziening is gereserveerd voor pensioengerechtigden. Zij maken circa 22% van het totaal aantal deelnemers uit. Een veel geringer deel van de technische voorziening (14%) is toe te delen aan een veel grotere groep, namelijk de gewezen deelnemers (36% met veelal kleine pensioenrechten). Circa 47% van de technische voorziening is gerelateerd aan de deelnemers die 43% van het deelnemersaantal uitmaken.
12.2 Personalia
Samenstelling bestuursorganen per 31 december 2024:
Raad van toezicht
drs. P. Braams, voorzitter
drs. C.A.M. van Eggermond
mr. H. de Graaf
Bestuur
mr. N.E. Bijlholt
dr. mr. R.V. van der Kuijp
mr. L.T.M. de Leede
drs. R. Oosterhout
drs. H.D. Panneman
drs. L. van Pol
Vacature
mr. J.H.F. Wilmink
Risicomanagementcommissie
drs. R. Oosterhout, voorzitter
mr. J.H.F. Wilmink
Balansmanagementcommissie
mr. L.T.M. de Leede, voorzitter
drs. L. van Pol
Pensioenregelingen, Governance-, Communicatie-, Compliancecommissie
dr. mr. R.V. van der Kuijp, voorzitter
drs. H.D. Panneman
Interne auditcommissie
T. Stanoevska, sleutelfunctiehouder interne audit
Directie
E.H.W. Zondag CPV
Adviserend actuaris
drs. A.G.M. den Hartogh AAG, verbonden aan Aon, Rotterdam
Certificerend actuaris
drs. R. van de Meerakker AAG, verbonden aan Willis Towers Watson B.V. Netherlands, Amstelveen
Accountant
drs. J. Slager RA, Partner, verbonden aan Ernst & Young Accountants LLP, Den Haag
Relevante nevenfuncties per 31 december 2024
| Raad van toezicht | |
| drs. P. Braams | |
| Functie in raad van toezicht | Voorzitter |
| Nevenfuncties | Directeur Braams interim management bv |
| Management consultant bij IG&H Consulting | |
| drs. C.A.M. van Eggermond | |
| Functie in raad van toezicht | Lid |
| Nevenfuncties | Bestuurslid en lid commissie Vermogensbeheer Bpf Bouw |
| Extern lid beleggingscommissie Pensioenfonds SNS REAAL | |
| Lid raad van commissarissen Nationale Hypotheekgarantie | |
| Lid raad van toezicht PVF Particuliere Hypotheekfonds en achmea dutch mortgage fund | |
| mr. H. de Graaf | |
| Functie in raad van toezicht | Lid |
| Nevenfuncties | Advocaat, PAL advocatuur |
| Lid raad van toezicht Stichting Pensioenfonds Gasunie | |
| General counsel bij ABP | |
| Lid visitatiecommissie Stichting Pensioenfonds Ikea | |
| Lid visitatiecommissie Avery Dennison | |
| Pensioenjurist PGB pensioendiensten |
Bestuur
| mr. N.E. Bijlholt | |
| Functie in bestuur | Voorzitter |
| Nevenfunctie | Bestuurslid pensioenfonds Vliegend Personeel KLM |
| DGA van Parsley Pronkjewail BV | |
| Adviseur voor zorginstellingen en toezichthouders NVTZ | |
| dr. mr. R.V. van der Kuijp | |
| Functie in bestuur | Bestuurslid |
| Nevenfuncties | Notaris bij Notariaat Strijen |
| Bestuurslid C.V. Notarishuis | |
| Voorzitter Stichting De Nederlandse Senaat | |
| Docent Ondernemingsrecht Erasmus school of Accounting & Assurance | |
| Voorzitter V.V.E. Robert Baeldestraat 61-219 | |
| Lid van de raad van toezicht museum Gouda | |
| Lid van bestuur Stichting Nobilex | |
| mr. LT.M. de Leede | |
| Functie in bestuur | Bestuurslid |
| Nevenfuncties | Voorzitter Pensioenfonds voor het Slagersbedrijf |
| Vice-voorzitter Bedrijfstakpensioenfonds Levensmiddelen | |
| drs. R. Oosterhout | |
| Functie in bestuur | Bestuurslid |
| Nevenfuncties | Voorzitter belanghebbendenorgaan Kring Sligro Food Group bij Centraal beheer APF |
| Lid belanghebbendenorgaan Kring Holland Casino bij Stap Algemeen Pensioenfonds | |
| drs. H.D. Panneman | |
| Functie in bestuur | Bestuurslid |
| Nevenfuncties | Bestuurslid Stichting Pensioenfonds TDV |
| Bestuurslid Bedrijfstakpensioenfonds Vlakglas | |
| DGA One Ten B.V. | |
| drs. L. van Pol | |
| Functie in bestuur | Bestuurslid |
| Nevenfuncties | Uitvoerend Bestuurder StiPP |
| Lid private equity commissie CFA Society NL | |
| Eigenaar Van Pol FBA | |
| Lid commissie risk/beleggingen KPS | |
| Kascommissie sterrenwacht Gooi en Vechtstreek | |
| Lid visitatiecommissie Stichting Pensioenfonds voor Fysiotherapeuten | |
| mr. J.H.F. Wilmink | |
| Functie in bestuur | Bestuurslid |
| Nevenfuncties | Notaris bij Scholten en Wilmink notarissen |
| Bestuurder bij De Parkculon Beheer B.V. | |
| Penningmeester Stichting Schaaktoernooi Noord-Oost Nederland |
Sleutelfunctiehouders
drs. R. Oosterhout, sleutelfunctiehouder risicobeheer
T. Stanoevska, sleutelfunctiehouder interne audit
drs. R. van de Meerakker AAG, verbonden aan Willis Towers Watson B.V. Netherlands, sleutelfunctiehouder/-vervuller Actuariaat
Verantwoordingsorgaan
Samenstelling verantwoordingsorgaan per 31 december 2024:
mr. J. Nobel, voorzitter
L. Bosselaar
P.E. de Gijt
J.M.E. Loman
A.S. Prijt
A.J. Schreuders
J.F.R. Veenkamp
12.3 Nadere gegevens leden bestuursorganen
Raad van toezicht
| Naam | m/v | Geboortejaar | Zittingsrooster | Termijn |
| drs. P. Braams (voorzitter) | m | 1958 | 2022 - 2026 | 2e |
| drs. C.A.M. van Eggermond | v | 1963 | 2021 - 2025 | 2e |
| mr. H. de Graaf | v | 1957 | 2024 - 2028 | 2e |
Bestuur
| Naam | m/v | Geboortejaar | Zittingsrooster | Termijn |
| mr. N.E. Bijlholt | v | 1982 | 2022 - 2026 | 2e |
| dr. mr. R.V. van der Kuijp | m | 1970 | 2021 - 2025 | 1e |
| drs. R. Oosterhout | m | 1954 | 2023 - 2027 | 2e |
| drs. H.D. Panneman | m | 1968 | 2022 - 2025 | 1e |
| drs. L. van Pol | m | 1961 | 2022 - 2026 | 1e |
| mr. L.T.M. de Leede | v | 1962 | 2023 - 2027 | 2e |
| Vacature | ||||
| mr. J.H.F Wilmink | m | 1961 | 2024 - 2028 | 2e |
Verantwoordingsorgaan
| Naam | m/v | Geboortejaar |
| L. Bosselaar | m | 1951 |
| P.E. de Gijt | v | 1968 |
| J.M.E. Loman | v | 1965 |
| mr. J. Nobel (voorzitter) | m | 1979 |
| A.S. Prijt | v | 2003 |
| A.J. Schreuders | v | 1972 |
| J.F.R. Veenkamp | m | 1951 |
12.4 Code Pensioenfondsen
De herziene Code Pensioenfondsen is per 1 januari 2024 in werking getreden. De Code Pensioenfondsen is opgesteld door de Pensioenfederatie en de Stichting van de Arbeid, die hiermee normen formuleren voor ‘goed pensioenfondsbestuur’. In het onderstaande overzicht zijn de normen per thema opgenomen. Als ons fonds niet (geheel) voldoet aan een norm, wordt dit toegelicht en worden de noodzakelijke stappen genomen met het doel om wel te voldoen aan de betreffende norm. Daarnaast nodigt de code uitdrukkelijk uit om bij een aantal normen in verhalende zin te rapporteren over de naleving van die norm. Deze normen worden eerst toegelicht.
Norm 1
Het pensioenfonds heeft een missie, visie en strategie. Daarin beschrijft het pensioenfonds wat het pensioenfonds wil betekenen en bereiken voor zijn belanghebbenden, rekening houdend met hun voorkeuren en belangen. Op deze wijze bepaalt het pensioenfonds wat zijn strategische doelstellingen en beleidsuitgangspunten, waaronder de risicohouding, zijn. Het pensioenfonds evalueert zijn missie, visie en strategie periodiek en rapporteert hierover in zijn bestuursverslag.
Wij passen de norm volledig toe. In hoofdstuk 1 van dit bestuursverslag lichten wij onze missie, visie, strategie, doelstellingen en resultaten toe. Dit wordt jaarlijks geëvalueerd en hierover wordt standaard gerapporteerd in het bestuursverslag.
Norm 4
Het pensioenfonds verdiept zich in de voorkeuren van de bij het pensioenfonds betrokken belanghebbenden en betrekt deze voorkeuren bij het bepalen van zijn strategische doelstellingen en beleidsuitgangspunten en gaat daarover met de belanghebbenden in gesprek. Het pensioenfonds rapporteert hierover jaarlijks in het bestuursverslag.
Wij passen de norm nog niet volledig toe. Om volledig aan de norm te voldoen organiseren we in 2025 interactieve sessies met deelnemers en werkgevers in de aanloop naar het nieuwe pensioencontract. In 2024 heeft een aantal van deze sessies plaatsgevonden. Ook continueren we de dialoog met sociale partners over eisen en wensen t.a.v. de toekomstige uitvoering van het nieuwe pensioencontract. Tot slot voeren we in 2025 een klantentevredenheidsonderzoek uit en voeren we, net als in 2024,de dialoog bij deelnemers- en pensioengerechtigdenbijeenkomsten over ons ESG-beleid
Norm 34-35
Het pensioenfonds heeft een schriftelijk beleid vastgesteld om de diversiteit en inclusie in zijn fondsorganen te vergroten of in stand te houden. Dit beleid stelt passende doelen op ten aanzien van de mate van diversiteit op alle voor het pensioenfonds relevante maatschappelijke aspecten, waaronder tenminste geslacht of genderidentiteit, leeftijd en sociaal-culturele achtergrond. Op basis van dit beleid heeft het pensioenfonds een planmatige aanpak gericht op het bereiken van deze doelen. Het bestuur herijkt dit beleid periodiek en rapporteert jaarlijks in het bestuursverslag over de resultaten van dit beleid.
Ten aanzien van leeftijdsdiversiteit geldt als minimum dat er tenminste één persoon zitting heeft in het bestuur en het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan die jonger is dan 40 jaar. Ten aanzien van genderdiversiteit geldt als minimum dat er in de genoemde organen variatie is in geslacht of genderidentiteit.
Wij passen de norm nog niet volledig toe. Wij beschikken over een stappenplan diversiteit om de diversiteit en inclusie in onze fondsorganen te vergroten en in stand te houden. In 2025 wordt geëvalueerd of het stappenplan diversiteit voldoet aan de eisen gesteld in norm 34. Op dit moment zijn alle bestuursleden ouder dan 40 jaar. In het verantwoordingsorgaan heeft één persoon zitting die jonger is dan 40 jaar. In het bestuur en in het verantwoordingsorgaan is variatie in geslacht of genderidentiteit aanwezig.
De Code Pensioenfondsen is opgesteld door de Pensioenfederatie en de Stichting van de Arbeid, die hiermee normen formuleren voor ‘goed pensioenfondsbestuur’. In het onderstaande overzicht zijn de normen per thema opgenomen. Indien het fonds niet (geheel) voldoet aan een norm, wordt dit toegelicht en worden de noodzakelijke stappen genomen met het doel om wel te voldoen aan de betreffende norm.
Thema 1: vertrouwen waarmaken
Zij die voor het pensioenfonds verantwoordelijkheid dragen maken het in hen gestelde vertrouwen waar. Dat blijkt vooral uit adequaat bestuur, verantwoord beleggingsbeleid en zorgvuldig risicomanagement.
| Nr. | Norm | Toelichting |
|---|---|---|
| 1 | Het pensioenfonds heeft een missie, visie en strategie. Daarin beschrijft het pensioenfonds wat het pensioenfonds wil betekenen en bereiken voor zijn belanghebbenden, rekening houdend met hun voorkeuren en belangen. Op deze wijze bepaalt het pensioenfonds wat zijn strategische doelstellingen en beleidsuitgangspunten, waaronder de risicohouding, zijn. Het pensioenfonds evalueert zijn missie, visie en strategie periodiek en rapporteert hierover in zijn bestuursverslag. | √ |
| 2 | Het pensioenfonds heeft, rekening houdend met de voorkeuren en belangen van belanghebbenden, een beleggingsbeleid waarvan milieu- en klimaat en sociale en governance factoren een uitdrukkelijk en kenbaar onderdeel zijn. Het pensioenfonds houdt op een proportionele wijze rekening met mogelijke langetermijneffecten van het beleggingsbeleid op mens, milieu en maatschappij en de effecten van duurzaamheidsrisico’s op beleggingsbeslissingen. | ≈ Wij passen de norm nog niet volledig toe. Om aan de norm te voldoen wordt in 2025 duurzaamheid nadrukkelijker verankert in de missie, visie en strategie. Ook wordt onder deelnemers de mening over duurzaamheid gepeild aan de hand van een klantentevredenheidsonderzoek. Tot slot wordt bij deelnemers- en pensioengerechtigdenbijeenkomsten het dialoog gevoerd over ons ESG-beleid en de uitkomsten daarvan. |
| 3 | Het pensioenfonds voert de pensioenregeling naar beste vermogen uit op basis van een evenwichtige afweging van belangen en is transparant in hoe deze afweging plaatsvindt. | √ |
| 4 | Het pensioenfonds verdiept zich in de voorkeuren van de bij het pensioenfonds betrokken belanghebbenden en betrekt deze voorkeuren bij het bepalen van zijn strategische doelstellingen en beleidsuitgangspunten en gaat daarover met de belanghebbenden in gesprek. Het pensioenfonds rapporteert hierover jaarlijks in het bestuursverslag. | ≈ Wij passen de norm nog niet volledig toe. Om aan de norm te voldoen organiseren we in 2025 interactieve sessies met deelnemers en werkgevers in de aanloop naar het nieuwe pensioencontract. In 2024 heeft ook een aantal sessies plaatsgevonden. Ook continueren we de dialoog met sociale partners over eisen en wensen t.a.v. de toekomstige uitvoering van het nieuwe pensioencontract. Tot slot voeren we in 2025 een klantentevredenheidsonderzoek uit en voeren we de dialoog bij deelnemersbijeenkomsten over ESG-beleid |
| 5 | Het pensioenfonds heeft een beleid over de wijze waarop het deelnemers keuzebegeleiding biedt bij keuzes binnen de pensioenregeling. Het pensioenfonds evalueert periodiek de uitvoering en de effectiviteit van dit beleid en stuurt waar nodig bij. | ≈ Wij passen de norm nog niet volledig toe. We hebben een keuze gemaakt. Om beter aan de norm te voldoen maken we in 2025 een definitief beleid over de wijze waarop we deelnemers keuzebegeleiding bieden bij keuzes binnen de pensioenregeling. |
| 6 | Het pensioenfonds heeft een visie op de kwaliteit van de uitvoering van de pensioenregeling en het daarbij behorende kostenniveau. Het pensioenfonds monitort de kwaliteit en kosten van uitvoering en evalueert deze jaarlijks. | √ |
| 7 | Het pensioenfonds legt in zijn uitbestedingsbeleid vast wanneer en onder welke voorwaarden het pensioenfonds besluit tot uitbesteding van taken of werkzaamheden. Bij uitbesteding van taken of werkzaamheden neemt het pensioenfonds adequate maatregelen in de overeenkomst op voor als de dienstverlener of een door hem ingeschakelde derde onvoldoende presteert, de overeenkomst niet naleeft en/of schade veroorzaakt door handelen of nalaten. | √ |
Thema 2: Goed besturen
Onder dit thema vallen de normen die betrekking hebben op de organisatie van de bestuurlijke processen en die beschrijven hoe het bestuur waarde toevoegt aan de doelstellingen en het functioneren van het pensioenfonds.
| Nr. | Norm | Toelichting |
|---|---|---|
| 8 | Het bestuur legt duidelijk vast op grond van welke overwegingen een besluit is genomen, wat de relatie is met de strategische doelstellingen en beleidsuitgangspunten en op welke wijze het bestuur de overige organen van het pensioenfonds betrekt of heeft betrokken. | √ |
| 9 | Het bestuur weegt de aanbevelingen van het intern toezicht en de adviezen van overige organen zorgvuldig en motiveert afwijkingen. | √ |
| 10 | Het bestuur legt vast wanneer het bestuur het oordeel van de sleutelfunctiehouders in zijn besluiten betrekt. Wanneer het bestuur het oordeel van de sleutelfunctiehouders in zijn besluiten betrekt, legt het bestuur vast hoe het bestuur dit oordeel heeft gewogen en betrokken in zijn besluiten. | √ |
| 11 | Het bestuur legt zijn beleid op strategische aandachtsgebieden schriftelijk vast en zorgt voor een gedocumenteerde beleids- en verantwoordingscyclus. Daarnaast toetst het bestuur periodiek de effectiviteit van zijn beleid en stuurt waar nodig bij. | √ |
| 12 | Het bestuur zorgt voor een heldere en expliciete taak- en rolverdeling tussen bestuur en uitvoering. Daarbij betrekt het bestuur de taak- en rolverdeling van bestuur, bestuurlijke commissies en sleutelfunctiehouders. | √ |
| 13 | Het bestuur is collectief verantwoordelijk voor zijn functioneren. De voorzitter is het eerste aanspreekpunt en is als eerste verantwoordelijk voor zorgvuldige besluitvorming en procedures waarin ruimte en aandacht is voor de inbreng en diverse perspectieven van alle leden van het bestuur. | √ |
| 14 | Elk bestuurslid heeft stemrecht. | √ |
| 15 | Het bestuur vervult zijn taken op een voor belanghebbenden transparante, open en toegankelijke wijze. Het bestuur rapporteert jaarlijks in zijn bestuursverslag in ieder geval over: | √ |
| • de missie, visie en strategie; | ||
| • de naleving van deze code en de interne gedragscode; | ||
| • de evaluatie van het functioneren van het bestuur; | ||
| · de afhandeling van klachten en geschillen en de wijzigingen in regelingen of processen die daaruit voortvloeien. | ||
| 16 | Het bestuur bevordert en borgt een cultuur waarin risicobewustzijn vanzelfsprekend is. Het bestuur zorg ervoor dat het integrale risicomanagement adequaat georganiseerd is en dat er een noodprocedure beschikbaar is om in spoedeisende situaties te kunnen handelen. | √ |
Thema 3: Effectief intern toezichthouden en controle uitvoeren
Onder dit thema vallen normen over de wijze waarop het intern toezicht werkt en waarde toevoegt aan de doelstellingen en het functioneren van ons fonds. Ook zijn er normen opgenomen over de controle.
| Nr. | Norm | Toelichting |
|---|---|---|
| 17 | Het intern toezicht legt een toezichtvisie ten grondslag aan zijn toezicht. Deze visie omvat ten minste de volgende elementen: 1.de doelstelling van het intern toezicht; 2. de rol, rolinvulling en de werkwijze van het intern toezicht; 3. de interactie tussen intern toezicht en bestuur; 4. de interactie tussen intern toezicht en de diverse 5. de interactie tussen intern toezicht en het verantwoordingsorgaan of belanghebbendenorgaan. sleutelfunctiehouders; | √ |
| 18 | Het intern toezicht legt vast hoe het intern toezicht het functioneren van het bestuur toetst, wat daarbij het normenkader is, wat het intern toezicht daarvoor nodig heeft, over welke onderwerpen het intern toezicht zich in een specifieke periode een oordeel wenst te vormen en waarover het in gesprek wil met bestuur en verantwoordingsorgaan of belanghebbendenorgaan. | √ |
| 19 | Het intern toezicht is zich bewust van zijn verantwoordelijkheid als toezichthouder en gedraagt zich ernaar. | √ |
| 20 | Het intern toezicht stelt zich op als gesprekspartner van het bestuur. | √ |
| 21 | Het intern toezicht stelt zich onafhankelijk op ten opzichte van andere toezichthouders, overige fondsorganen en van welk ander belang dan ook en kan kritisch opereren. | √ |
| 22 | Het bestuur draagt de accountant en actuaris die controle uitvoert c.q. certificeert in beginsel geen andere werkzaamheden op dan controle c.q. certificering. Geeft het bestuur wel een andere opdracht, dan vraagt dit een zorgvuldige afweging en een afzonderlijke opdrachtformulering. | √ |
| 23 | Het bestuur beoordeelt vierjaarlijks het functioneren van de accountant en de actuaris en stelt het intern toezicht en het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan van de uitkomst op de hoogte. | √ |
Thema 4: Verantwoording en inspraak organiseren
Onder dit thema vallen normen over de wijze waarop verantwoording, medezeggenschap en inspraak werkt en waarde toevoegt aan de doelstellingen en het functioneren van ons fonds.
| Nr. | Norm | Toelichting |
|---|---|---|
| 24 | Het bestuur legt verantwoording af over het beleid dat het voert, de gerealiseerde uitkomsten van dit beleid en de beleidskeuzes die het voor de toekomst maakt. Het bestuur maakt daarbij inzichtelijk hoe het de verschillende belangen heeft afgewogen. Ook geeft het bestuur inzicht in de risico’s van de belanghebbenden op korte en lange termijn. | √ |
| 25 | Het bestuur gaat met het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan bij het afleggen van verantwoording in gesprek. | √ |
| 26 | Het intern toezicht legt in het bestuursverslag, op basis van een vooraf door het intern toezicht vastgestelde toezichtvisie en een eerder geformuleerd normenkader, verantwoording af over de verrichte werkzaamheden, rapporteert de bevindingen en doet (zo nodig) aanbevelingen. | √ |
| 27 | Het intern toezicht is aanspreekbaar op de wijze waarop het toezicht houdt en is bereid in gesprek te gaan over de wijze waarop het toezicht is uitgevoerd en hoe daarover is gerapporteerd. | √ |
| 28 | Het verantwoordingsorgaan maakt het mogelijk dat het bestuur en het intern toezicht verantwoording kunnen afleggen en geeft een oordeel over het handelen van het bestuur. Daarnaast oefent het verantwoordingsorgaan de aan hem toegekende adviesrechten uit, tenzij het verantwoordingsorgaan daar gemotiveerd niet voor kiest. Het verantwoordingsorgaan houdt bij zijn taken rekening met alle belanghebbenden. | √ |
| 29 | Het verantwoordingsorgaan bewaakt of het bestuur de verschillende belangen evenwichtig afweegt. | √ |
| 30 | Het belanghebbendenorgaan maakt het mogelijk dat het bestuur en het intern toezicht verantwoording kunnen afleggen en geeft een oordeel over het handelen van het bestuur. Daarnaast oefent het belanghebbendenorgaan de aan hem toegekende adviesrechten uit, tenzij het belanghebbendenorgaan daar gemotiveerd niet voor kiest. Ook oefent het belanghebbendenorgaan de aan hem toegekende goedkeuringsrechten uit. Het belanghebbendenorgaan houdt bij zijn taken rekening met alle belanghebbenden. | N.v.t. |
| 31 | Het belanghebbendenorgaan bewaakt of het bestuur de verschillende belangen evenwichtig afweegt. | N.v.t. |
| 32 | Het bestuur organiseert en stimuleert zijn dialoog met belanghebbenden op een manier die past bij het pensioenfonds en zijn (diverse groepen van) belanghebbenden. | √ |
Thema 5: Effectief functioneren van fondsorganen
Onder dit thema vallen normen over de effectiviteit van het functioneren en deze zijn relevant voor alle organen van ons fonds.
| Nr. | Norm | Toelichting |
|---|---|---|
| 33 | De samenstelling van fondsorganen is wat betreft geschiktheid, complementariteit, diversiteit en inclusie, afspiegeling van belanghebbenden en continuïteit, vastgelegd in beleid. | √ |
| 34 | Het pensioenfonds heeft een schriftelijk beleid vastgesteld om de diversiteit en inclusie in zijn fondsorganen te vergroten of in stand te houden. Dit beleid stelt passende doelen op ten aanzien van de mate van diversiteit op alle voor het pensioenfonds relevante maatschappelijke aspecten, waaronder tenminste geslacht of genderidentiteit, leeftijd en sociaal-culturele achtergrond. Op basis van dit beleid heeft het pensioenfonds een planmatige aanpak gericht op het bereiken van deze doelen. Het bestuur herijkt dit beleid periodiek en rapporteert jaarlijks in het bestuursverslag over de resultaten van dit beleid. | ≈ Wij passen de norm nog niet volledig toe. Om aan de norm te voldoen wordt in 2025 geëvalueerd of het stappenplan om diversiteit en inclusie in onze fondsorganen te vergroten of in stand te houden voldoet aan de eisen van de norm. |
| 35 | Ten aanzien van leeftijdsdiversiteit geldt als minimum dat er tenminste één persoon zitting heeft in het bestuur en het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan die jonger is dan 40 jaar. Ten aanzien van genderdiversiteit geldt als minimum dat er in de genoemde organen variatie is in geslacht of genderidentiteit. | ≈ Wij passen de norm nog niet volledig toe. De bestuursleden zijn allen ouder dan 40 jaar. In het verantwoordingsorgaan heeft één persoon zitting die jonger is dan 40 jaar. In het bestuur en het verantwoordingsorgaan is variatie in geslacht of genderidentiteit aanwezig. |
| 36 | Het bestuur, het intern toezicht, het verantwoordingsorgaan en het belanghebbendenorgaan houden rekening met het diversiteits- en inclusiebeleid bij het opstellen van de eisen waaraan nieuwe leden van het orgaan dienen te voldoen | √ |
| 37 | De eerste zittingstermijn van een lid van het bestuur, de raad van toezicht, het belanghebbendenorgaan of verantwoordingsorgaan is maximaal vier jaar. Deze leden kunnen voor een tweede termijn van maximaal vier jaar worden benoemd. Een bestuurslid en een lid van het belanghebbendenorgaan of verantwoordingsorgaan kunnen als daarvoor aanleiding bestaat voor een derde termijn van maximaal vier jaar worden benoemd. In dat geval onderbouwt het bestuur de aanleiding voor een derde benoeming en deelt het bestuur dit met de overige organen. Leden van een visitatiecommissie zijn maximaal acht jaar betrokken bij hetzelfde pensioenfonds. | ≈ Wij passen de norm nog niet volledig toe. Het bestuur zal in 2025 de volgende bepaling in de statuten en reglementen van het bestuur en het verantwoordingsorgaan opnemen: Een bestuurslid en een lid van het verantwoordingsorgaan als daarvoor aanleiding bestaat voor een derde termijn van maximaal vier jaar kunnen worden benoemd. In dat geval onderbouwt het bestuur de aanleiding voor een derde benoeming en deelt het bestuur dit met de overige organen. |
| 38 | Benoeming en ontslag van de leden van de organen van het pensioenfonds zijn geregeld in de statuten van het pensioenfonds waarbij – behoudens in het geval van beroepspensioenfondsen – de procedure voor benoeming en ontslag als beschreven in bijlage 2 wordt gevolgd. Schorsing van de leden van het bestuur, het belanghebbendenorgaan, het verantwoordingsorgaan en het intern toezicht wordt geregeld in de statuten of reglementen van het pensioenfonds. | √ |
| 39 | Het pensioenfonds voert een beheerst en duurzaam beloningsbeleid voor de beloning van de leden van de organen van het pensioenfonds, aan commissies verbonden adviseurs en medebeleidsbepalers. Dit beleid is in overeenstemming met de doelstellingen van het pensioenfonds. Ook is het beleid passend gelet op de bedrijfstak, onderneming of beroepsgroep waarvoor het pensioenfonds de pensioenregeling uitvoert. | √ |
| 40 | De beloningen staan in redelijke verhouding tot verantwoordelijkheid, functie-eisen en tijdsbeslag. | √ |
| 41 | Het bestuur is terughoudend als het gaat om prestatie gerelateerde beloningen. Prestatie gerelateerde beloningen zijn niet hoger dan 20 procent van de vaste beloning en zijn niet gerelateerd aan de financiële resultaten van het pensioenfonds. | √ |
| 42 | Het bestuur verstrekt bij tussentijds ontslag van een bestuurslid zonder arbeidsovereenkomst of van een lid van het intern toezicht geen transitie- of ontslagvergoeding. Bij ontslag van een andere medebeleidsbepaler moet een eventuele transitie- of ontslagvergoeding passend zijn gelet op de functie en de ontslagreden. | √ |
| 43 | Het bestuur spreekt zich uit over de gewenste cultuur en gedraagt zich daarnaar. Aspecten in de cultuur waar het bestuur zich rekenschap van geeft, zijn onder meer het openstaan voor kritiek, het leren van fouten en de mate van inclusie in besluitvorming en functioneren. | √ |
| 44 | Tegenstrijdige belangen, reputatierisico’s en nevenfuncties worden gemeld. De leden van het bestuur, het verantwoordingsorgaan en belanghebbendenorgaan, het intern toezicht en andere medebeleidsbepalers vermijden elke vorm en elke schijn van persoonlijke bevoordeling of belangenverstrengeling. Zij laten zich op hun functioneren toetsen | √ |
| 45 | Het bestuur zorgt dat onregelmatigheden kunnen worden gemeld en dat betrokkenen weten hoe en bij wie. | √ |
| 46 | De leden van het bestuur, het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan, het intern toezicht en andere medebeleidsbepalers ondertekenen de interne gedragscode van het pensioenfonds en een jaarlijkse nalevingsverklaring en gedragen zich daarnaar. | √ |
| 47 | De voorzitter is samen met het bestuur verantwoordelijk om een open cultuur te bevorderen waarin sprake is van een lerende omgeving waarin ruimte en aandacht is voor de inbreng en diverse perspectieven van alle leden van het bestuur. | √ |
| 48 | Het bestuur waarborgt dat de leden van de organen van het pensioenfonds en medebeleidsbepalers onafhankelijk en kritisch kunnen opereren. De organen hebben daarnaast een eigen verantwoordelijkheid om het mogelijk te maken dat hun leden onafhankelijk en kritisch kunnen functioneren | √ |
| 49 | Het eigen functioneren is voor het bestuur, het intern toezicht, het belanghebbendenorgaan en het verantwoordingsorgaan een continu aandachtspunt. Deze organen evalueren in elk geval jaarlijks het eigen functioneren van het orgaan als geheel en van de individuele leden. Hierbij betrekken zij minstens één keer in de drie jaar een onafhankelijke derde partij. De organen besteden daarbij in elk geval periodiek aandacht aan bestuursmodel, integriteit, geschiktheid, continuïteit, diversiteit en inclusie, de wijze van opereren en de mate waarin de individuele leden zich voldoende onafhankelijk en kritisch kunnen opstellen. | ≈Wij passen de norm nog niet volledig toe. Het bestuur, de raad van toezicht en het verantwoordingsorgaan evalueren jaarlijks het eigen functioneren van het orgaan als geheel. Één keer in de drie jaar is bij de evaluatie een onafhankelijke derde partij betrokken. Afgelopen jaar is hier in onvoldoende mate vorm aan gegeven. In 2025 wordt er een evaluatie gepland onder begeleiding van een externe onafhankelijke partij. |