Begrippenlijst
Er zijn geen begrippen gevonden die voldoen aan je zoekcriteria.
A
-
Actuariële en bedrijfstechnische nota
De actuariële en bedrijfstechnische nota (Abtn) geeft de criteria aan op basis waarvan het (financieel) beleid van een pensioenfonds wordt gevoerd.
-
AMvB
Een algemene maatregel van bestuur (AMvB) is een besluit van de regering waarin regels uit een wet verder worden uitgewerkt.
B
-
Beleggingsmix
De verdeling van beleggingen over verschillende beleggingscategorieën, zoals aandelen, bedrijfsobligaties en vastrentende waarden met een nadere onderverdeling in binnen- en buitenlandse beleggingen.
-
Beleidsdekkingsgraad
De beleidsdekkingsgraad van een pensioenfonds is de gemiddelde dekkingsgraad van de twaalf maanden voorafgaand aan het moment van vaststelling.
C
-
Compliance
Maatregelen die zich richten op de implementatie, handhaving en naleving van externe wet- en regelgeving en de interne procedures en gedragsregels.
-
Custodian
De custodian is de financiële partij die de effecten bewaart.
D
-
Dekkingsgraad
De verhouding tussen het pensioenvermogen en de pensioenverplichtingen, uitgedrukt in een percentage. Het geeft de mate aan waarin het fonds zijn verplichtingen heeft gedekt en wordt gebruikt als indicator voor de financiële positie van een pensioenfonds.
-
Derivaten
Financiële producten, zoals opties, futures en swaps, die zijn afgeleid van effecten. De prijsontwikkeling is (mede) afhankelijk van de prijsontwikkeling van de onderliggende waarde.
-
Doorsneesystematiek
De doorsneesystematiek is de combinatie van een tijdsevenredige pensioenopbouw met een leeftijdsonafhankelijke (doorsnee)pensioenpremie.
-
Dotatie
Toevoeging aan de reserve.
-
Duration
De gemiddelde gewogen looptijd van kasstromen.
E
-
ESG
ESG (Environmental, Social and Governance)-criteria vormen de drie belangrijkste criteria die gebruikt worden om de duurzaamheid en de ethische weerslag van een investering in een bedrijf of in een economisch veld te meten.
F
-
Feitelijke premie
De daadwerkelijk door een pensioenfonds in rekening gebrachte premie
-
Financieel Toetsingskader (FTK)
Door de externe toezichthouder opgestelde beleidsregels voor de toetsing van de financiële positie van een pensioenfonds.
G
-
Gedempte premie
Om jaarlijkse fluctuaties in de premiebijdrage door schommelingen in de marktrente tegen te gaan, mogen pensioenfondsen bij de vaststelling van de premie uitgaan van een over enkele jaren vast te stellen gemiddeld rekenpercentage. De premiebijdrage die op deze manier wordt vastgesteld, is de gedempte premie.
H
-
Herstelplan
Plan van aanpak gericht op het herstel van een dekkingstekort of een reservetekort bij een pensioenfonds. Het bestuur van het pensioenfonds moet het herstelplan indienen bij DNB.
-
High yield
Dit zijn obligaties van bedrijven of landen met een relatief lage rating. Deze obligaties kennen vanwege het hoge risico een verhoudingsgewijs hoog rendement.
I
-
IBNR
Voorzieningen voor schaden die zich wel hebben voorgedaan, maar die nog niet gemeld zijn of bekend zijn bij de (her)verzekeraar.
-
Interest
De kosten voor het gebruiken van geld, uitgedrukt in een percentage en over een bepaalde periode.
-
IORP II
De Europese richtlijn IORP II (Institutions for Occupational Retirement Provision) stelt een aantal minimumvereisten aan pensioenfondsen, vooral op het gebied van bestuur en transparantie. Een pensioenfonds moet bijvoorbeeld zorgen voor goede bestuurders die prudent omgaan met het pensioengeld. Verder zijn er eisen aan risicobeheer, personeel en externe aanbieders en op communicatiegebied.
K
-
Kostendekkende premie
De in het Financieel Toetsingskader gedefinieerde premie die nodig is om de kosten van de pensioenregeling te dekken. Deze bestaat uit de actuariële premie voor de pensioeninkoop, een opslag voor het bereiken of in stand houden van een vereist eigen vermogen en een opslag voor uitvoeringskosten.
L
-
LDI
Liability Driven Investing (LDI), een beleggingsstrategie waarmee beleggingen worden afgestemd op hun verplichtingen. Daarbij gaat het ze vooral om het afdekken van het grootste risico van deze verplichtingen, het renterisico.
M
-
Matchingportefeuille
De matchingportefeuille is dat deel van de beleggingsportefeuille dat is gericht op vermindering van het renterisico.
-
Middelloonsysteem
De hoogte van het pensioen is gebaseerd op het gemiddelde salaris van een deelnemer. Het pensioen dat jaarlijks wordt opgebouwd is afhankelijk van het in dat jaar verdiende salaris.
-
Mimimaal vereist eigen vermogen
Het minimaal vereist eigen vermogen (MVEV) is de ondergrens van het vereist eigen vermogen. Onder deze grens moet het fonds maatregelen treffen om direct weer aan het MVEV te voldoen.
O
-
Optie
Het recht, maar niet de verplichting, om een effect gedurende een bepaalde periode of op een bepaalde datum tegen een bepaalde prijs te kopen (calloptie) of te verkopen (putoptie).
-
Outperformance
Het verschil tussen het behaalde rendement en het rendement van de benchmark (positief of negatief).
Dit verschil geeft aan hoeveel waarde is toegevoegd door middel van actief beleggen. -
Over-the-counter (OTC)
Over-the-counter (OTC)-transacties zijn financiële transacties die niet via de beurs verlopen, maar die direct tussen twee partijen worden afgesloten.
-
Overlay
De combinatie van derivaten die het doel heeft de balans van het fonds minder gevoelig te maken voor veranderingen in de rente, wisselkoers of prijsveranderingen.
P
-
Paritair bestuursmodel
Bij een paritair bestuursmodel kennen de bestuursorganen vertegenwoordigers van de werkgevers, werknemers en pensioengerechtigden, met de mogelijkheid van externen als vertegenwoordiger van deze geledingen.
-
Pensioenresultaat
Het pensioenresultaat is afkomstig uit de haalbaarheidstoets. Dit is de toets die uitgevoerd wordt om te beoordelen of het verwachte pensioenresultaat op fondsniveau in voldoende mate aansluit bij de gewekte verwachtingen over het pensioenresultaat. Het werkelijk te behalen pensioenresultaat van de deelnemers wordt afgezet tegen het pensioenresultaat dat behaald kan worden bij het 100% volgen van de prijsinflatie (zonder het toepassen van verlagingen). Het percentage dat resulteert zegt of de actuele financiële positie en ontwikkelingen voor het fonds een hoger pensioenresultaat opleveren dan het volgen van de koopkracht (percentage hoger dan 100%) of een lager pensioenresultaat dan de koopkracht (percentage lager dan 100%).
-
Pensioenvermogen
Het eigen vermogen van het fonds, verhoogd met de technische voorzieningen.
-
Pensioenverplichtingen
De pensioenverplichtingen zijn de totale waarde van alle uit te keren pensioenen, nu en in de (verre) toekomst.
-
Performancetoets
Het gemiddelde van door een bedrijfstakpensioenfonds behaalde beleggingsresultaten, gemeten over een langere periode. De performancetoets wordt bepaald door de som van opeenvolgende jaarlijkse Z-scores, gedeeld door de wortel van het aantal jaren.
-
Premiedekkingsgraad
De premiedekkingsgraad is de verhouding tussen de premie die wordt betaald en het pensioen dat daarmee wordt opgebouwd. Bij de totstandkoming van de hoogte van de te betalen pensioenpremie wordt rekening gehouden met een verwachte rente voor de toekomst.
-
Private equity
Effecten van bedrijven die niet aan een beurs zijn genoteerd. De verkoop van private equity is aan strenge regels gebonden. Omdat een markt ontbreekt, moet een belegger zelf een koper vinden als hij zijn aandeel in een dergelijk bedrijf wil verkopen. Het is dus een illiquide belegging.
R
-
Renteafdekking
Het nemen van maatregelen om het renterisico te beperken.
-
Rentetermijnstructuur (RTS)
De rentetermijnstructuur is een set van rentes voor iedere looptijd.
-
Returnportefeuille
De returnportefeuille is het deel van de beleggingsportefeuille dat gericht is op het realiseren van rendement voor de stijging van de dekkingsgraad.
S
-
SFDR
De Verordening met betrekking tot informatieverstrekking over duurzaamheid in de financiële sector is sinds 2021 van toepassing. Deze Verordening is beter bekend als de Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR).
-
Swap
Een swap is een derivaat waarbij een partij een bepaalde kasstroom of risico (bijvoorbeeld rente) wisselt tegen dat van een andere partij.
T
-
Transitie-ftk
Transitie financiële toetsingskader. Het uitgangspunt daarvan is dat tijdens de overgangsperiode al zoveel als mogelijk met de blik van het nieuwe stelsel naar de huidige situatie wordt gekeken.
U
-
Ultimateforwardrate-methodiek (UFR)
De ultimateforwardrate-methodiek is een methode om een rentecurve voor lange looptijden te bepalen. In het geval van de waardering van pensioenverplichtingen gaat het om de zogeheten forward rates van de door DNB gepubliceerde FTK-rentetermijnstructuur, die gebaseerd is op de swapmarkt.
V
-
Valutarisico
Het risico dat de valutakoers van een vreemde valuta verandert, zodat een vordering of schuld in die valuta ook in waarde veranderd
-
Vastrentende waarden
Verzamelnaam voor beleggingen waarvoor in beginsel een vaste rentevergoeding en een vaste looptijd gelden. Voorbeelden van vastrentende waarden zijn obligaties, onderhandse leningen en hypotheken. Deze beleggingen worden ook wel als risicomijdend aangeduid.
-
Vereist eigen vermogen (VEV)
De buffer die een pensioenfonds moet aanhouden voor de vereiste zekerheid dat de onvoorwaardelijke pensioenen ook daadwerkelijk worden uitgekeerd. Het vereist eigen vermogen wordt zodanig vastgesteld, dat de kans dat er binnen een jaar een situatie van dekkingstekort ontstaat kleiner is dan 2,5%.
-
Verzekeringstechnisch risico
Risico van negatieve verzekeringstechnische resultaten, zoals het langlevenrisico. Dit risico is afhankelijk van de gemiddelde leeftijd (hoe lager de gemiddelde leeftijd, hoe hoger de onzekerheid), de omvang van het fonds (hoe groter het fonds, hoe lager de opslag) en de pensioenregeling.
Z
-
Z-score
De Z-score is een maatstaf die weergeeft wat de beleggingsresultaten van een pensioenfonds zijn ten opzichte van de resultaten van vooraf door het pensioenfonds gekozen benchmarks.