Spring naar inhoud

Risicobeheersing

6.1 Risicomanagementbeleid

Risicomanagement is een belangrijk onderdeel van de besluitvorming en uitvoering. Risicomanagement draagt bij aan het realiseren van onze doelstellingen, een beheerste en integere bedrijfsvoering en aan het voldoen aan wet- en regelgeving.

6.2 Risicogovernance

Het risicomanagement is ingericht volgens het ‘Three lines model’:

De eerste lijn bestaat uit het bestuur, de bestuurscommissies en het bestuursbureau. Het bestuur is beleidsbepalend en draagt de eindverantwoordelijkheid voor het risicomanagement. De bestuurscommissies en het dagelijks bestuur hebben een uitvoerende en monitorende verantwoordelijkheid voor het risicobeheer op hun gebied. Het bestuursbureau ondersteunt de bestuurscommissies en het bestuur.

De tweede lijn bestaat uit de sleutelfuncties Risicobeheer en Actuarieel en de compliance officer. De sleutelfunctie Risicobeheer heeft een toetsende, onderzoekende, en adviserende rol richting de bestuurscommissies en het bestuur. Het houderschap van de sleutelfunctie Risicobeheer is belegd bij een bestuurder. De functie van vervuller wordt ingevuld door de risicomanager binnen het bestuursbureau. De compliance officer is verantwoordelijk voor het stimuleren van en toezien op naleving van geldende maatschappelijke normen en wettelijke en interne regels op het gebied van integriteit. De sleutelfunctie Actuarieel is uitbesteed aan de certificerend actuaris. De sleutelfunctie Actuarieel ziet toe op het doeltreffend toepassen van het verzekeringstechnische risicobeheer.

De derde lijn bestaat uit de sleutelfunctiehouder Interne Audit. Het houderschap van de sleutelfunctie Interne Audit is belegd bij een bestuurder. De vervuller van de interne audit is uitbesteed aan DM Financial. De derde lijn toetst of het risicomanagement in de eerste en de tweede lijn in opzet, bestaan en werking effectief is. Jaarlijks wordt een auditplan opgesteld en uitgevoerd. Uit de uitgevoerde audits moet de effectieve werking van de beheersmaatregelen blijken.

De sleutelfunctiehouders rapporteren aan het bestuur.

De raad van toezicht is onze interne toezichthouder en is ten minste belast met het toezien op de adequate risicobeheersing en evenwichtige belangenafweging door het bestuur.

6.3 Risicohouding

Onze missie, visie en strategische doelstellingen en de risicohouding zijn leidend voor de mate waarin we risico’s accepteren. Onze risicohouding is in totaliteit als ‘Gebalanceerd’ aan te merken. Dit betekent dat het bestuur geen onnodige risico’s accepteert, maar tegelijkertijd erkent dat sommige risico’s niet volledig te mitigeren zijn tegen aanvaardbare voorwaarden. En dat er ook risico’s bestaan die, wanneer bewust genomen, een beloning kunnen opleveren. Hierbij streven we naar het realiseren van een waardevast pensioen (verhoging) door de kans op korten zo veel mogelijk te beperken. Vanuit een langetermijnvisie veronderstellen wij dat het nemen van risico's op den duur leidt tot meer rendement en bijdraagt aan het waarmaken van de (financiële) ambities van het fonds.

6.4 Risicoprocessen

We hanteren een integrale risicomanagementmethodiek die is verankerd in onze strategische en operationele besturing. Door het op structurele wijze en uniform in kaart brengen van de risico’s en de effectiviteit van de getroffen beheersmaatregelen hebben we inzicht in de mate waarin we onze organisatie beheersen. Dit raamwerk is de basis waarop we beslissingen nemen. Periodiek evalueren wij de uitvoering van het risicomanagement. Reflectie leidt, waar nodig, tot herijking van (onderdelen van) de bedrijfsvoering in het algemeen en risicomanagement in het bijzonder. Evaluatie draagt bij aan het verhogen van het volwassenheidsniveau van ons risicomanagement en bijstelling van het risicomanagementbeleid.

Risico-identificatie
Periodiek worden de mogelijke de strategische en (niet-)financiële risico’s, scenario’s, de daarop van toepassing zijnde beheersmaatregelen en de nog openstaande acties vastgesteld.

Maken van de risico-inschattingen
Risico’s worden beoordeeld op basis van de waarschijnlijkheid dat de gebeurtenis zich voordoet en de impact daarvan op het behalen van de strategische doelstellingen. Beheersmaatregelen worden getroffen om het bruto risico te mitigeren. Indien het netto risico op basis van de risicobereidheid (nog) niet acceptabel is, worden waar mogelijk aanvullende acties gedefinieerd om tot het gewenste risico te komen. Risico inschattingen, beheersmaatregelen en acties kunnen wijzigen naar aanleiding van interne en externe ontwikkelingen, maar ook door nieuwe inzichten. Integraal risicomanagement is daardoor een continu proces van risicoanalyse, inrichten, uitvoeren, rapporteren en bijsturen. Dit integreren we dan ook in onze diverse jaarplannen.

Risicobewustzijn

Integraal risicomanagement is alleen effectief als het gedragen wordt door de houding van bestuursleden, medewerkers en stakeholders. Wij streven naar een cultuur waarin transparantie, een constructief-kritische houding naar elkaar en integriteit vanzelfsprekend zijn. We zijn ons bewust van onze voorbeeldrol. Het bestuur voert daarom actief de dialoog over risico’s, risicobereidheid en de effectiviteit van de getroffen beheersmaatregelen.

Risicosoorten

Wij onderscheiden strategische risico’s, financiële risico’s en niet-financiële risico’s. Deze risicosoorten vormen de basis voor de risk self assessment, tussentijdse risicoanalyses en risico-opinies.

Strategische risico’s

Het behalen van onze strategische doelstellingen is onderhevig aan risico’s die de continuïteit van het fonds kunnen raken. De ontwikkeling van de strategische risico’s inclusief de effectiviteit van de mitigerende beheersmaatregelen wordt door het bestuur halfjaarlijks gemonitord. Het bestuur heeft de missie, visie en strategische doelstellingen en de strategische risico’s in 2024 niet gewijzigd.

Financiële risico’s

Binnen het beleggingsbeleid onderkennen wij financiële risico’s inclusief normen en bandbreedtes waarbinnen deze financiële risico’s zich mogen bewegen. De beheersing van de financiële risico’s worden onder andere gemonitord en bewaakt via een tweedelijns kwartaalrapportage. Het  bestuur behandelt deze tweedelijns kwartaalrapportage. Benoemde aandachtspunten worden door de BMC opgevolgd.

Niet-financiële risico’s

Wij onderkennen niet-financiële risico’s met betrekking tot de dagelijkse bedrijfsvoering, uitbesteding, integriteit, IT en juridisch. Deze niet-financiële risico’s met bijbehorende beheersmaatregelen zijn vastgelegd in een Risk Control Framework. We willen de risico’s gerelateerd aan de bedrijfsprocessen minimaliseren. Deze bedrijfsprocessen zijn vastgelegd in een handboek Administratie Organisatie & Interne Beheersing. De niet-financiële risico’s en bijbehorende beheersmaatregelen zijn integraal onderdeel van dit handboek. De beheerste en integere bedrijfsvoering van de uitbestedingspartijen wordt beoordeeld op basis van hun (assurance)rapportages. De risicomanager geeft een tweedelijns oordeel bij de eerstelijnsbeoordeling. 

Risicothema’s

Op specifieke thema’s voeren wij periodiek risicoanalyses door de gehele procesketen uit, zoals integriteit (SIRA), Informatiebeveiliging en cybersecurity en ESG. We hebben de systematische integriteitsrisico analyse integraal uitgevoerd en geconcludeerd dat het risicobeeld ten opzichte van vorig jaar niet is gewijzigd. Ook hebben we bijeenkomsten belegd voor alle verbonden personen om het bewustzijn rondom integriteit, ook in relatie tot cybersecurity, onder de aandacht te houden en te versterken.

6.5 Ontwikkelingen risicomanagement in 2024

Het afgelopen jaar heeft de ontwikkeling van het risicomanagement onder ander in het teken gestaan van de onderstaande thema’s.

Eigen risicobeoordeling (ERB)

Tenminste eens in de drie jaar stellen wij een ERB op. In de ERB is onderzocht wat de materiële impact is van gedefinieerde scenario’s op de strategische doelstellingen en risico’s van het fonds voor de periode mei 2024 tot en met mei 2027. De onderzochte scenario hebben betrekking op economische veranderingen, de transitie naar nieuwe pensioenstelsel en themascenario’s over duurzaamheid en klimaatverandering, cybersecurity en geopolitieke instabiliteit.

Het bestuur heeft geconcludeerd dat enkele van de gedefinieerde scenario’s de strategische doelstellingen van het fonds raakt. De financiële impact, dan wel de impact op de reputatie van het fonds, werd zodanig groot geacht dat vervolgacties nodig zijn om zowel de kans als de impact te verminderen. De benodigde vervolgacties zijn benoemd, in gang gezet en worden gemonitord. De vervolgacties betreffen onder meer de scenario’s over de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel. Deze hebben we gedeeltelijk opgevolgd door het definiëren van de missie, visie, strategie en strategische doelstellingen zoals deze gaan gelden van af het moment van transitie naar het nieuwe pensioenstelsel. De voorbereiding van de partiële ERB over opdrachtaanvaarding van de nieuwe pensioenregeling is gestart.

Risicobeheersing Programma Implementatie Nieuw Pensioenstelsel

De eerste lijn heeft de risicobeheersing van het programma INPC periodiek herzien vanwege het besluit om de overgangsdatum te verzetten van 1 januari 2025 naar 1 januari 2027. De risicobeheersing is verder verfijnd door de risicoanalyses van de belangrijkste ketenpartijen te bespreken en vervolgens te integreren in de risicobeheersing van het fonds.

De tweede lijn heeft de ‘Good practice: de sleutelfunctie risicobeheer tijdens de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel beoordeeld’ van DNB beoordeeld aan de hand van een gap-analyse. Vervolgens hebben we de geconstateerde hiaten uitgewerkt en ingevoerd.

De tweede lijn heeft de voortgang en de risicobeheersing van het Programma INPC gevolgd. De sleutelfunctiehouder risicobeheer voorziet de periodieke 1e lijns voortgangsrapportage van een opinie.

Tevens hebben de sleutelfunctiehouder actuarieel en de sleutelfunctiehouder risicobeheer opinies afgegeven op inhoudelijke besluiten onder ander over de verhoging van de renteafdekking ter bescherming van de beoogde invaardekkingsgraad, de implementatie van datakwaliteit volgens het normenkader van de Pensioenfederatie.

Informatiebeveiliging

Wij hebben een ambitie en beleid geformuleerd om op een beheerste en integere wijze de facetten rondom informatiebeveiliging te kunnen borgen. Dit jaar hebben wij onze eigen IT-omgeving aangepast aan de huidige marktstandaard door onder andere het datacentrum over te hevelen naar een cloud-omgeving. Vervolgens is een penetratietest uitgevoerd op onze fondseigen IT-omgeving om te testen of deze voor onbevoegde derden toegankelijk is. Daarvan is geen sprake, er zijn wel onderdelen voor versterking vatbaar. Ook hebben we het business continuity beleidsplan getest aan de hand van fictieve ransomware aanval met het oog op bewustzijn van de risico’s, aanpak en besluitvorming in lijn met het beleid.

Implementatie Digital Operational Resiliance Act.

De Digital Operational Resilience Act (DORA) is een Europese verordening die als doel heeft om de digitale weerbaarheid van de financiële sector te vergroten. De verordening is op 17 januari 2023 in werking getreden en is vanaf 17 januari 2025 van kracht in de Nederlandse wetgeving.  DORA richt zich op ICT-risicomanagement, ICT-incidenten, het periodieke testen van digitale operationele weerbaarheid, de beheersing van risico’s bij uitbesteding aan (kritieke) derden en de samenwerking rond uitwisseling van informatie over cyberdreigingen. Nog niet alle kritieke en belangrijke ketenpartijen hebben de gewijzigde overeenkomst ten aanzien van DORA ondertekend. Wij, maar ook onze kritieke en belangrijke uitbestedingspartijen, hebben nog niet met onze uitbestedingspartijen formele overeenstemming over de contractuele aanpassingen die DORA verlangt. Dit is van toepassing voor de gehele pensioensector. Van onze uitbestedingspartijen is TKP zo goed als gereed voor DORA. De uitbestedingspartijen voor vermogensbeheer BNYM en GSAM werken nog niet mee vanwege hun opvatting dat zij geen IT-diensten leveren. Zij zijn wel DORA plichtig tav hun eigen toezichthouder, maar aanvaarden geen ketenverantwoordelijkheid naar ons fonds. Wij hebben DNB hierover geïnformeerd.

6.6 Voornaamste risico’s en onzekerheden

Wij hebben onverminderd aandacht voor (opkomende) trends en ontwikkelingen die zich afspelen in en om het pensioenlandschap. Deze (opkomende) trends en ontwikkelingen bieden weliswaar kansen, maar zullen zeker ook de nodige onzekerheden met zich meebrengen.

Overgang naar het nieuwe pensioenstelsel

De overgang naar de nieuwe regels voor pensioen is een ingrijpend en complex proces, waarbij een groot beroep wordt gedaan op ons verandervermogen en dat van onze ketenpartijen. Om de overgang beheerst en integer uit te voeren is het Programma Implementatie Nieuw Pensioen Contract (INPC) opgesteld. De transitie brengt externe en interne onzekerheid met zich mee. Gedurende het verloop van het INPC programma verandert ook het risicoprofiel.

Vlak voor jaareinde hebben sociale partners het vastgestelde transitieplan verstrekt aan ons. Het gehele jaar hebben wij al gewerkt aan de ontwikkeling van beleid op basis van de bekende contouren van de solidaire premieregeling. Methet ontvangen transitieplan kunnen wij gericht (verder) werken aan de opdrachtaanvaarding.

Sociale partners hebben ons verzocht maatregelen te treffen om de kans te beperken dat de dekkingsgraad daalt onder het niveau van de benodigde dekkingsgraad. De beperking van de volatiliteit van de dekkingsgraad is beperkt door de renteafdekking te verhogen tot 80%. Onderdeel van de besluitvorming was de toets op evenwichtigheid. De BMC volgt de ontwikkeling van de dekkingsgraad en werkt ook een plan uit dat voorziet in verdere mitigerende maatregelen.

Het voornaamste risico is het tijdig correct en volledig realiseren van het besluitvormingsproces inzake de opdrachtaanvaarding van de nieuwe pensioenregeling, inclusief het verzoek tot invaren van de opgebouwde pensioenaanspraken en -rechten zodanig dat dit de toets der kritiek van de toezichthouder kan doorstaan. De uitwerking van beleid vergt meer tijd dan voorzien. Ook heeft de toezichthouder aanvullende guidance verstrekt met eisen aan de kwalitatieve en kwantitatieve onderbouwing van de evenwichtigheid. De programmaplanning wordt bijgesteld waar mogelijk en er is maximale tijd gereserveerd bij bestuur en onze andere fondsorganen voor de inhoudelijke uitwerking en besluitvorming van het INPC programma. Ook is de capaciteit uitgebreid door externe inhuur.

Het verschuiven van de beoogde overgangsdatum naar 1 januari 2027 heeft enerzijds een risicoverlagend effect omdat naar verwachting tegen die tijd verschillende pensioenfondsen de overgang hebben gerealiseerd. Wij verwachten de overgang te realiseren volgens een bewezen (IT-)proces. Anderzijds blijft de druk op het realiseren van de overgangsplanning bij de pensioenuitvoeringsorganisatie hoog omdat per 1 januari 2025 geen enkele opdrachtgever de overgang heeft gerealiseerd. Naar verwachting gaan wij de overgang realiseren tegelijkertijd met de grootste opdrachtgevers.

De continuïteit van de pensioenuitvoeringsorganisatie is een extern risico. Deze bevindt zich in een algehele transitie om de uitvoering van de pensioenovereenkomsten van het nieuwe stelsel te kunnen uitvoeren. Dit alles naast de reguliere uitvoering en (nieuwe) wettelijke vereisten waaraan blijvend aan moet worden voldaan. Wij zijn hierover in gesprek met de pensioenuitvoeringsorganisatie.

Andere trends en ontwikkelingen

Andere trends en ontwikkelingen:

  • Risico’s van klimaatverandering;
  • ESG-risicomanagement;
  • Geopolitieke risico’s;
  • IT-beleid en risicomanagement en
  • (Onder-)uitbestedingsmanagement.

6.7 Sleutelfunctiehouders

Sleutelfunctiehouder risicobeheer

De Sleutelfunctiehouder Risicobeheer neemt een onafhankelijke positie in en richt zich vooral op inhoudelijke specifieke vraagstukken waar een risico oordeel en risico opinie gewenst is.  De sleutelfunctiehouder Risicobeheer rapporteert halfjaarlijks aan het bestuur en de rvt en daarbij legt hij het bestuur de belangrijkste aandachtspunten vanuit het risicomanagement en zijn waarnemingen voor. In het risicomanagementjaarplan worden specifieke aandachtspunten van de sleutelfunctiehouder risicobeheer geadresseerd.

Dit jaar hadden de voornaamste aandachtspunten van de sleutelfunctiehouder Risicobeheer betrekking op de beoordeling van de beheerste uitvoering van het INPC-programma, de beoordeling van de reguliere ERB, de beoordeling van het doorlopen proces en de uitkomsten van de implementatie van datakwaliteit volgens het normenkader van de Pensioenfederatie en de verhoging van de renteafdekking.

Sleutelfunctiehouder interne audit

Op basis van een risicoanalyse van interne en externe factoren stelt de interne audit functie ieder jaar een intern audit plan op. Het bestuur keurt het intern audit plan goed. 

Conform het interne audit plan is in de eerste helft van 2024 gestart met een onderzoek naar datakwaliteit. Door vertragingen in het datakwaliteitsproject liep ook het intern audit onderzoek vertraging op. De afronding is gepland in het eerste kwartaal 2025.

De voor de tweede helft 2024 geplande audit op het INPC-programma is door verschuivingen in de planning van het programma uitgesteld naar 2025. In overleg tussen de sleutelfunctiehouder interne audit en het bestuur is besloten om geen vervangende audit uit te voeren.

De interne audit functie nam in 2024 deel aan de multi-client audits op de uitvoerder TKP. TKP heeft Deloitte voor de Wtp-transitie ingesteld in de rol van interne audit. Hierbij is volledige transparantie richting de klanten. Deloitte rapportages werden in de stuurgroep INPC geagendeerd. In 2024 besloot het MCA TKP overleg een audit uit te voeren op de DORA gereedheid bij TKP. SPN participeerde in deze audit. Het eindrapport is in december opgeleverd.

De sleutelfunctiehouder interne audit rapporteert halfjaarlijks en legt hierbij aan het bestuur en aan de rvt de belangrijkste aandachtspunten vanuit de interne audit functie voor

Sleutelfunctiehouder actuarieel

Elk kwartaal stelt de sleutelfunctiehouder actuarieel een verslag op waarin hij onder andere een opinie geeft over de ontwikkeling van onze dekkingsgraad. Dit krijgt vorm in een oordeel over de betrouwbaarheid en adequaatheid van de berekening van de Technische Voorziening (TV). In de rapportages in 2024 heeft hij geconstateerd dat “de effecten op de TV op logische wijze tot uiting komen in de vaststelling van de (beleids-)dekkingsgraad”. Voorts doet hij aanbevelingen op het gebied van actuariële onderwerpen die voor ons van belang kunnen zijn.

Verder heeft de sleutelfunctiehouder actuarieel in 2024 in het traject van datakwaliteit voor het invaren meerdere opinies afgegeven. Daarnaast heeft hij op de volgende onderwerpen aandacht gevraagd van het bestuur voor actuele actuariële onderwerpen en de overgang naar de Wtp.

Geen van de sleutelfunctiehouders heeft in de loop van 2024 materiële risico’s geconstateerd.

6.8 Compliance

Het Nederlands Compliance Instituut (NCI) heeft, in opdracht van het bestuur, in 2024 de rol van externe compliance officer (ECO) overgenomen van HvG Law. De compliance officer monitoort onder andere de integere bedrijfsvoering van het pensioenfonds waar het Integriteitbeleid en de Gedragscode een belangrijk onderdeel van uitmaken. Daarnaast treedt de ECO op als adviseur met betrekking tot compliance, integriteit, gedragsregels, belangenverstrengeling en incidentbehandeling.

In 2024 heeft het pensioenfonds de inrichting van haar integere bedrijfsvoering versterkt door het herijken van verschillende procedures, codes en regelingen. Daarnaast heeft zij een Integriteitrisico analyse uitgevoerd. De compliance officer heeft hierbij een begeleidende, adviserende danwel monitorende rol vervuld. Daarnaast heeft de compliance officer de naleving van de Gedragscode door verbonden personen en insiders gemonitord.

Tijdens de monitoring zijn geen inhoudelijke onregelmatigheden geconstateerd ten aanzien van de naleving van de Gedragscode door verbonden personen. Er zijn geen signalen van (potentiële) belangenverstrengeling of de schijn hiervan. De compliance officer heeft geen meldingen ontvangen van integriteitincidenten noch is deze geïnformeerd over potentiële incidenten binnen scope. Wij constateren dat binnen het pensioenfonds een integere bedrijfsvoering bestaat en dat haar Governance is gericht op adequate beheersing van integriteitrisico’s

De Compliance Officer heeft geen materiële bevindingen geconstateerd ten aanzien van de naleving van de Gedragscode over 2024.

6.9 Klachten en geschillen

We hebben een klachten- en geschillenregeling (hierna ‘de Klachten- en geschillenregeling’). De Klachten- en geschillenregeling is eind 2024 herzien. Vanaf dat moment worden alle uitingen van ontevredenheid meegenomen in de klachten- en geschillenregeling. Vanaf 1 januari 2024 zijn wij aangesloten bij de Stichting Geschillen Instantie Pensioenfondsen (GIP).

Indien een belanghebbende zich ten aanzien van een klacht of bezwaar niet met het bestuursbesluit over de behandeling van de klacht of bezwaar kan verenigen, heeft de belanghebbende het recht de klacht of bezwaar voor te leggen aan Geschilleninstantie Pensioenfondsen (GIP). Na behandeling door het GIP staat de weg naar een bevoegde rechter nog open. Een geschil kan ook direct bij de burgerlijke rechter aanhangig gemaakt worden.

Klachten

In 2023 is een nieuwe gedragslijn van kracht geworden als het gaat om omgaan met klachten en het afleggen van verantwoording hierover. De wettelijke definitie van een klacht zoals opgenomen in de Wet toekomst pensioenen: “elke uiting van ontevredenheid van een persoon, gericht aan de pensioenuitvoerder, wordt beschouwd als een klacht.”

Deze uitgebreidere definitie, want ook een deelnemer die in een telefoongesprek aangeeft ‘niet zo blij te zijn’ valt hier onder, heeft behoorlijk veel impact op de wijze waarop onze pensioenuitvoerder TKP klachten registreert en rapporteert. Vanaf medio 2024 worden alle klantsignalen direct geregistreerd, ongeacht of deze schriftelijk of mondeling zijn geuit. Voor de eerste helft van 2024 geldt dat de pensioenuitvoerder met terugwerkende kracht veel klantsignalen alsnog heeft kunnen registreren, maar ongetwijfeld zal een deel gemist zijn.

Om de dienstverlening aan deelnemers voortdurend te verbeteren, hanteren we een gestructureerde en geïntegreerde aanpak. Hierbij staat de klantbeleving centraal: de manier waarop deelnemers alle interacties ervaren gedurende de volledige klantreis en via alle kanalen. Klachten van deelnemers vormen een belangrijke bron van data die we daarvoor gebruiken. Het doel van deze klachtenanalyse is om continu te verbeteren en de dienstverlening te optimaliseren. Door klachten systematisch te onderzoeken, verkrijgen we inzicht in knelpunten en mogelijke verbeterkansen.

Rubriek Gedragslijn Aantal klachten Waarvan geëscaleerd
Service en klantgerichtheid 2 0
Behandelingsduur 0 0
Informatieverstrekking 6 2
Deelnemersportaal 3 0
Keuzebegeleiding 3 0
Pensioenberekening en -betaling 61 1
Registratie werknemersgegevens/datakwaliteit 6 0
Toepassing wet- en regelgeving: algemeen 15 0
Toepassing wet- en regelgeving: invaren, transitie 1 0
Financiële situatie 3 0
Duurzaamheid 0 0
Overig 3 0
     
Totaal 103 3

In 2024 zijn vijf werkgeversklachten ontvangen, waarvan 1 geëscaleerd.

De aangepaste wijze waarop als gevolg van de gedragslijn over klachten moet worden gerapporteerd, bracht met zich mee dat de ook wijze van registreren van klachten moest worden aangepast. Vanwege de doorlooptijd die daarvoor nodig was, is met name in de eerste helft van 2024 de registratie van klachten nog niet altijd van het gewenste niveau geweest.

Onze pensioenuitvoeringsorganisatie TKP heeft inmiddels een programma ‘feedback’ voor medewerkers met deelnemerscontacten uitgerold en een framework opgesteld voor het vertalen van data naar concrete verbetervoorstellen. Eén van de eerste conclusies was dat veel deelnemers documentatie (o.a. de jaaropgave) niet goed kunnen vinden in het deelnemersportaal. Door de inrichting daarvan te veranderen, hebben we direct resultaat geboekt.

De eerste analyse van veelvoorkomende klantsignalen heeft als eerste opgeleverd met bijbehorende verbeteracties:

Bewijs van in leven zijn

De klachten die naar voren komen in verband met het "Bewijs van in leven zijn" voor het aanvragen van een uitkering wijzen op enkele terugkerende frustraties met de huidige procedures. Deelnemers ervaren dat het proces omslachtig, traag en niet klantvriendelijk genoeg is, vooral in vergelijking met de eenvoud van andere instanties zoals de SVB. Er is ook onbegrip over waarom het Bewijs niet eenvoudig telefonisch kan worden doorgegeven, en waarom er niet met andere instanties zoals de SVB kan worden samengewerkt om deze gegevens op te halen.

Als mogelijke verbeteracties zijn onderkend:

  • Eenvoudiger proces voor het bewijs: Maak het mogelijk om het bewijs van in leven zijn eenvoudig telefonisch of digitaal in te dienen, bijvoorbeeld door samenwerking met de SVB of RNI.
  • Vergelijk processen met andere instanties: Onderzoek de mogelijkheid om gegevens op te halen bij instanties zoals de SVB om de procedure sneller en gemakkelijker te maken.

Geschillen

In 2024 was er één geschil. Deze is uiteindelijk door het Geschilleninstantie pensioenfondsen (GIP) niet in behandeling genomen omdat het een beslissing betrof van algemene strekking.

6.10 Meldingen Autoriteit Persoonsgegevens, incidenten, boetes en dwangsommen

Sinds 1 januari 2016 geldt de meldplicht datalekken. Deze meldplicht houdt in dat organisaties (zowel bedrijven als overheden) direct een melding moeten doen bij de Autoriteit Persoonsgegevens zodra een ernstig datalek is vastgesteld. Organisaties moeten het datalek in bepaalde situaties ook melden aan de betrokkenen waarvan de persoonsgegevens zijn gelekt. Bij een datalek gaat het om toegang tot of vernietiging, wijziging of vrijkomen van persoonsgegevens bij een organisatie zonder dat dit de bedoeling is van deze organisatie. Ook onrechtmatige verwerking van gegevens valt onder een datalek. Melding bij de Autoriteit Persoonsgegevens is alleen verplicht als een datalek ernstige nadelige gevolgen heeft voor de bescherming van persoonsgegevens, of een kans daarop.

Er hebben zich in 2024 geen datalekken voorgedaan. Er is één potentieel datalek gemeld bij de Autoriteit Persoonsgegevens, maar deze bleek uiteindelijk niet van toepassing te zijn voor Pensioenfonds Notariaat.

In 2024 zijn door de toezichthouders geen boetes of dwangsommen opgelegd aan het fonds.