
Hieronder kan de SFDR gedownload worden.
SFDR
Bijlage
Template periodieke informatieverschaffing voor de financiële producten als bedoeld in artikel 8, leden 1, 2 en 2 bis, van Verordening (EU) 2019/2088 en artikel 6, lid 1, van Verordening (EU) 2020/852
Productnaam: Pensioenregeling Stichting Pensioenfonds Notariaat
Identificatiecode voor juridische entiteiten (LEI): 724500KU2OLDPAZT2370
Ecologische en/of sociale kenmerken (E/S-kenmerken)
Heeft dit financiële product een duurzame beleggingsdoelstelling?
Ja
Er zijn duurzame beleggingen met een milieudoelstelling gedaan: ___%
in economische activiteiten die als ecologisch duurzaam zijn aangemerkt in de EU-taxonomie
in economische activiteiten die niet als ecologisch duurzaam zijn aangemerkt in de EU-taxonomie
Er zijn duurzame investeringen met een sociale doelstelling gedaan: ___%
Nee
Het product promootte ecologische/sociale (E/S) kenmerken en hoewel het geen duurzame beleggingen als doelstelling had, had het een minimumaandeel duurzame beleggingen van: 3.3%
met een milieudoelstelling in economische activiteiten die als ecologisch duurzaam zijn aangemerkt in de EU- taxonomie
met een milieudoelstelling in economische activiteiten die niet als ecologisch duurzaam zijn aangemerkt in de EU-taxonomie
met een sociale doelstelling
Het product promootte E/S-kenmerken, maar deed geen duurzame beleggingen
Duurzame belegging: een belegging in een economische activiteit die bijdraagt aan het behalen van een ecologische of een sociale doelstelling, mits deze belegging geen ernstige afbreuk doet aan ecologische of sociale doelstellingen en de ondernemingen waarin is belegd, praktijken op het gebied van goed bestuur toepassen.
De EU-taxonomie is een classificatiesysteem dat is vastgelegd in Verordening (EU) 2020/852. Het gaat om een lijst van ecologisch duurzame economische activiteiten. Die verordening bevat geen lijst van sociaal duurzame economische activiteiten. Duurzame beleggingen met een ecologische doelstelling kunnen wel of niet op de taxonomie zijn afgestemd.
In hoeverre is voldaan aan de ecologische en/of sociale kenmerken die dit financiële product promoot?
Stichting Pensioenfonds Notariaat (hierna “het Pensioenfonds”) voert een maatschappelijk verantwoord beleggingsbeleid waarbij het de volgende beleidsinstrumenten heeft ingezet:
- Uitsluitingsbeleid. Hiermee heeft het Pensioenfonds een normatieve ondergrens vastgesteld en ESG-risico’s geborgd.
- Betrokkenheidsbeleid. Het Pensioenfonds heeft uitsluitend beleggingsfondsen geselecteerd die aantoonbaar een engagement- en stembeleid voeren en hierover rapporteren. Binnen het aandelenmandaat werd een eigen stembeleid toegepast.
- ESG-integratie. Het fonds heeft ESG-beleggingsoplossingen gekozen waarbij duurzaamheidsaspecten zijn geïntegreerd in de beleggingsbeslissing, voor zover dit past binnen de risico-rendementseisen. Het fonds heeft ESG-integratie ingezet om beleggingsrisico’s te beheersen en kansen te benutten.
- Impactbeleggen. Het fonds heeft beleggingsoplossingen geselecteerd die naast een financieel rendement ook positief bijdragen aan de door het fonds gekozen thema’s. Voorbeelden van deze beleggingen zijn groene, sociale en duurzame obligaties.
Binnen het maatschappelijk verantwoord beleggingsbeleid zijn de volgende thema’s, dan wel duurzaamheidskenmerken, centraal gesteld:
- Klimaatverandering: ondernemingen en landen die oplossingen bieden voor klimaatverandering, risico’s lopen in relatie tot klimaatverandering of kansen benutten als gevolg van klimaatverandering;
- Mensenrechten: ondernemingen die de mensenrechtenprincipes van het UN Global Compact en de OESO-richtlijnen schenden;
- Arbeidsnormen: ondernemingen die de arbeidsnormen van het UN Global Compact en de OESO-richtlijnen schenden;
- Milieu: ondernemingen die milieunormen uit het UN Global Compact en de OESO-richtlijnen schenden;
- Anti-corruptie: ondernemingen die anti-corruptienormen uit het UN Global Compact en de OESO-richtlijnen schenden.
Hoe hebben de duurzaamheidsindicatoren gepresteerd?
Het Pensioenfonds meet de verwezenlijking van deze duurzaamheidskenmerken door de volgende duurzaamheidsindicatoren te gebruiken. Ten aanzien van de thema’s mensenrechten, arbeidsnormen, milieu en anti-corruptie screent het Pensioenfonds de portefeuille op het aantal bedrijven dat:
- zich schuldig maakt aan schendingen van internationale normen, waaronder het VN Global Compact, de OESO-richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen en de UN Guiding Principles on Business & Human Rights (PAI 10);
- betrokken is bij de productie van controversiële wapens (PAI 14).
Daarnaast meet en monitort het Pensioenfonds ten aanzien van het thema klimaat:
- de koolstofvoetafdruk van de beleggingen in ondernemingen (PAI 2).
Om een integraal beeld te krijgen van de ESG-risico’s waaraan het Pensioenfonds via de beleggingen is blootgesteld, monitort het Pensioenfonds ook:
- de ESG-risicoscore van ondernemingen in de portefeuille.
Ten slotte wordt gemeten en gemonitord:
- het percentage groene, sociale en duurzame obligaties in de portefeuille.
Duurzaamheidsindicatoren meten hoe de ecologische of sociale kenmerken die het financiële product promoot, worden verwezenlijkt.
| Indicator | Waarde 2025 | Datacoverage | Meetgrootheid |
|---|---|---|---|
| PAI 2 - Koolstofvoetafdruk | 75 | 43,84% | Dit zijn de CO2-emissies (op basis van scope 1, 2 en 3) van de ondernemingen voor het deel waar het Pensioenfonds in belegd is, in tonnen per 1 mln belegd vermogen. |
| PAI 10 - schendingen van de beginselen van het VN Global Compact of van de richtsnoeren voor multinationale ondernemingen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en ontwikkeling (OESO) | 0,03% | 44,72% | Aandeel beleggingen in ondernemingen die betrokken zijn geweest bij schendingen van de beginselen van het VN Global Compact of van de OESO-richtsnoeren voor multinationale ondernemingen. |
| PAI 14 - Blootstelling aan controversiële wapens (antipersoonsmijnen, clustermunitie, chemische wapens en biologische wapens) | 0,02% | 44,79% | Aandeel beleggingen in ondernemingen die zijn betrokken bij productie of verkoop van controversiële wapens. |
| ESG-risicoscore van de portefeuille | 7,5 | - | Dit is het gemiddelde ESG-score van de portefeuille, berekend op basis van de MSCI ESG score per onderneming. Deze score geeft een oordeel over hoe bedrijven omgaan met financieel relevante ESG-risico's en -kansen. Elke score houdt rekening met de blootstelling van het bedrijf aan potentieel materiële ESG-risico's, de kwaliteit van de managementsystemen en governancestructuren om deze risico's te beperken. Indien van toepassing, wordt er ook gekeken naar de positionering van het bedrijf om te voldoen aan de marktvraag naar producten en diensten die een positieve ecologische of sociale bijdrage leveren. |
| Percentage groene, sociale en duurzame obligaties in de portefeuille | 3,30% |
En in vergelijking tot voorafgaande perioden?
| Indicator | Waarde 2025 | Waarde 2024 | Waarde 2023 | Meetgrootheid |
|---|---|---|---|---|
| PAI 2 - Koolstofvoetafdruk | 75 | 87 | 93 | Dit zijn de CO2-emissies (op basis van scope 1, 2 en 3) van de ondernemingen voor het deel waar het Pensioenfonds in belegd is, in tonnen per 1 mln belegd vermogen. |
| PAI 10 - schendingen van de beginselen van het VN Global Compact of van de richtsnoeren voor multinationale ondernemingen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en ontwikkeling (OESO) | 0,03% | 0,03% | 0,20% | Aandeel beleggingen in ondernemingen die betrokken zijn geweest bij schendingen van de beginselen van het VN Global Compact of van de OESO-richtsnoeren voor multinationale ondernemingen. |
| PAI 14 - Blootstelling aan controversiële wapens (antipersoonsmijnen, clustermunitie, chemische wapens en biologische wapens) | 0,02% | 0,02% | 0,10% | Aandeel beleggingen in ondernemingen die zijn betrokken bij productie of verkoop van controversiële wapens. |
| ESG-risicoscore van de portefeuille | 7,5 | 17,9 | 18,3 | Voor 2023 en 2024 is dit de gemiddelde ESG-risicoscore van de portefeuille, berekend op basis van de Sustainalytics ESG-risicoscore per onderneming. Deze score geeft een indicatie van de financieel materiële risico’s op basis van onder andere de activiteiten van een bedrijf en in hoeverre deze risico’s beheerd worden. Voor 2025 is overgestapt naar de ESG score van MSCI. Deze score geeft een oordeel over hoe bedrijven omgaan met financieel relevante ESG-risico's en -kansen. |
| Percentage groene, sociale en duurzame obligaties in de portefeuille | 3,40% | 5,10% | - |
De indicatoren hebben zich ontwikkeld conform verwachting. De ESG-score is substantieel gewijzigd, maar dit is het gevolg van het gebruik van een nieuwe dataprovider en betekent niet dat het ESG-risico substantieel anders is. De koolstofvoetafdruk is gedaald; dit is conform verwachting en beleid.
Wat waren de doelstellingen van de duurzame beleggingen die het financiële product gedeeltelijk heeft gedaan en hoe droeg de duurzame belegging bij tot die doelstellingen?
Het Pensioenfonds heeft in groene, sociale en duurzame obligaties belegd. Deze beleggingen droegen bij aan de verwezenlijking van ecologische doelstellingen. Dit betrof zowel doelstellingen op het gebied van klimaatverandering, hernieuwbare energie en energie-efficiëntie als bredere ecologische doelstellingen.
Hoe hebben de duurzame beleggingen die dit financiële product gedeeltelijk heeft gedaan geen ernstige afbreuk gedaan aan ecologisch of sociaal duurzame beleggingsdoelstellingen?
Bij de beleggingen in groene obligaties heeft de aangestelde manager een uitsluitingenbeleid toegepast, waardoor geen ernstige afbreuk aan ecologische of sociale beleggingsdoelstellingen is gedaan. Daarnaast hanteerde de aangestelde beheerder een strikt beoordelingsraamwerk voor ondernemingen die groene obligaties uitgeven.
De belangrijkste ongunstige effecten zijn de belangrijkste negatieve effecten van beleggingsbeslissingen op duurzaamheids-factoren die verband houden met ecologische en sociale thema’s en arbeids-omstandigheden, eerbiediging van de mensenrechten en bestrijding van corruptie en omkoping.
Hoe is rekening gehouden met de indicatoren voor ongunstige effecten op duurzaamheidsfactoren?
Per door de wet voorgeschreven indicator (voor significante schade, ook wel aangeduid als PAI-indicator) is daarnaast beleid opgesteld door de aangestelde beheerder bij de selectie van duurzame beleggingen. De beheerder heeft een eigen kwantitatieve of kwalitatieve drempel opgesteld voor alle 14 verplichte indicatoren met betrekking tot ondernemingen waarin is belegd aan de hand van informatie van een externe gegevensverstrekker. Als er voor een specifieke indicator geen gegevens beschikbaar zijn, is er een geschikte vervangende maatstaf vastgesteld of is de emittent niet geclassificeerd als duurzame belegging.
Waren de duurzame beleggingen afgestemd op de OESO-richtsnoeren voor multinationale ondernemingen en de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten?
De door het Pensioenfonds aangestelde manager voor de allocatie naar groene obligaties heeft een uitsluitingenbeleid toegepast, waardoor niet wordt belegd in bedrijven die zich schuldig maken aan ernstige schendingen van internationale normen (UN Global Compact en/of OESO-richtsnoer voor multinationale ondernemingen).
In de EU-taxonomie is het beginsel "geen ernstige afbreuk doen" vastgesteld, dat inhoudt dat op de taxonomie afgestemde beleggingen geen ernstige afbreuk mogen doen aan de doelstellingen van de EU-taxonomie en dat vergezeld gaat van specifieke EU-criteria.
Het beginsel "geen ernstige afbreuk doen" is alleen van toepassing op de onderliggende van het financiële product die rekening houden met de EU-criteria voor ecologisch duurzame economische activiteiten. De onderliggende beleggingen van het resterende deel van dit financiële product houden geen rekening met de EU-criteria voor ecologisch duurzame economische activiteiten.
Andere duurzame beleggingen mogen ook geen ernstige afbreuk doen aan milieu- of sociale doelstellingen.
Hoe is in dit financiële product rekening gehouden met de belangrijkste ongunstige effecten op duurzaamheidsfactoren?
Het Pensioenfonds heeft bij de beleggingen rekening gehouden met de belangrijkste ongunstige effecten op duurzaamheidsfactoren door de portefeuille te screenen op bedrijven die zich schuldig maken aan schendingen van internationale normen (PAI 10) en bedrijven die betrokken zijn bij de productie van controversiële wapens (PAI 14). Bij de selectie en monitoring van de vermogensbeheerders en beleggingsfondsen is tevens beoordeeld in welke mate hiermee rekening wordt gehouden. Daarnaast heeft het Pensioenfonds de koolstofvoetafdruk van de beleggingen in ondernemingen gemeten (PAI 2).
Wat waren de grootste beleggingen van dit financiële product?
De lijst bevat de beleggingen die het grootste aandeel beleggingen van het financiële product vormen tijdens de referentieperiode, te weten: 01/01/2025 – 31/12/2025.
| Grootste beleggingen | Sector | % | Land |
|---|---|---|---|
| The State Of The Netherlands | PUBLIC ADMINISTRATION & DEFENCE; COMPULSORY SOCIAL | 7,60 | NL |
| Federal Republic Of Germany | PUBLIC ADMINISTRATION & DEFENCE; COMPULSORY SOCIAL | 6,05 | DE |
| Republic Of Austria | PUBLIC ADMINISTRATION & DEFENCE; COMPULSORY SOCIAL | 2,97 | AT |
| Kingdom Of Belgium | PUBLIC ADMINISTRATION & DEFENCE; COMPULSORY SOCIAL | 2,25 | BE |
| NVIDIA Corp. | MANUFACTURING | 1,82 | US |
| Microsoft Corp. | INFORMATION AND COMMUNICATION | 1,46 | US |
| European Union | ACTIVITIES OF EXTRATERRITORIAL ORGANISATIONS AND BODIES | 1,09 | SU |
| Republic of Finland | PUBLIC ADMINISTRATION & DEFENCE; COMPULSORY SOCIAL | 0,88 | FI |
| Apple, Inc. | MANUFACTURING | 0,71 | US |
| Tesla, Inc. | MANUFACTURING | 0,68 | US |
| International Bank for Reconstruction & | ACTIVITIES OF EXTRATERRITORIAL ORGANISATIONS AND BODIES | 0,63 | SU |
| Development | |||
| KFW | FINANCIAL AND INSURANCE ACTIVITIES | 0,60 | DE |
| SAP SE | INFORMATION AND COMMUNICATION | 0,55 | DE |
| Prologis, Inc. | REAL ESTATE ACTIVITIES | 0,54 | US |
| Broadcom Inc. | MANUFACTURING | 0,52 | US |
Wat was het aandeel duurzaamheidsgerelateerde beleggingen?
Hoe zag de activa-allocatie eruit?
#1 Afgestemd op E/S kenmerken omvat de beleggingen van het gebruikte financiële product om te voldoen aan de ecologische of sociale kenmerken die het financiële product promoot.
#2 Overige omvat de overige beleggingen van het financiële product die niet zijn afgestemd op de ecologische of sociale kenmerken en evenmin als duurzame belegging kwalificeren.
De categorie #1 Afgestemd op E/S- kenmerken omvat:
- De subcategorie #1A Duurzaam omvat duurzame beleggingen met ecologische of sociale doelstellingen.
- Subcategorie #1B Overige E/S-kenmerken omvat beleggingen die op de ecologische of sociale kenmerken zijn afgestemd, maar niet als duurzame belegging gelden.
Om te bepalen of aan de EU-taxonomie wordt voldaan, bevatten de criteria voor fossiel gas emissiegrenswaarden en de omschakeling naar hernieuwbare energie of koolstofarme brandstoffen tegen eind 2035. Voor kernenergie bevatten de criteria uitgebreide regels inzake veiligheid en afvalbeheer.
Faciliterende activiteiten maken het rechtstreeks mogelijk dat andere activiteiten een substantiële bijdrage leveren aan een ecologische doelstelling.
Transitieactiviteiten zijn activiteiten waarvoor nog geen koolstofarme alternatieven beschikbaar zijn en die onder meer broeikasgasemissieniveaus hebben die overeenkomen met de beste prestaties.
In welke economische sectoren werd belegd?
| Sector | Activa % |
|---|---|
| Other | 21,57 |
| PUBLIC ADMINISTRATION & DEFENCE; COMPULSORY SOCIAL | 20,89 |
| REAL ESTATE ACTIVITIES | 14,42 |
| FINANCIAL AND INSURANCE ACTIVITIES | 14,03 |
| MANUFACTURING | 12,24 |
| INFORMATION AND COMMUNICATION | 8,84 |
| ACTIVITIES OF EXTRATERRITORIAL ORGANISATIONS AND BODIES | 2,06 |
| ADMINISTRATIVE AND SUPPORT SERVICE ACTIVITIES | 1,15 |
| ELECTRICITY, GAS, STEAM AND AIR CONDITIONING SUPPLY | 1,08 |
| WHOLESALE AND RETAIL TRADE; REPAIR OF MOTOR VEHICLES AND MOTORCYCLES | 0,84 |
| TRANSPORTATION AND STORAGE | 0,75 |
| PROFESSIONAL, SCIENTIFIC AND TECHNICAL ACTIVITIES | 0,61 |
| MINING AND QUARRYING | 0,57 |
| HUMAN HEALTH AND SOCIAL WORK ACTIVITIES | 0,32 |
| WATER SUPPLY; SEWERAGE, WASTE MANAGEMENT & REMEDIATION ACTIVITIES | 0,21 |
| CONSTRUCTION | 0,18 |
| ACCOMMODATION AND FOOD SERVICE ACTIVITIES | 0,07 |
| ARTS, ENTERTAINMENT AND RECREATION | 0,06 |
| EDUCATION | 0,05 |
| OTHER SERVICE ACTIVITIES | 0,05 |
| AGRICULTURE, FORESTRY AND FISHING | 0,00 |
| ACTIVITIES OF HOUSESHOLDS AS EMPLOYERS; UNDIFFERENTIATED GOODS - AND SERVICES – PRODUCING ACTIVITIES OF HOUSEHOLDS FOR OWN USE | 0,00 |
In hoeverre waren de duurzame beleggingen met een ecologische doelstelling afgestemd op de EU-taxonomie?
Tijdens de rapportageperiode waren er in onvoldoende mate betrouwbare gegevens beschikbaar om dit te meten.
Heeft het financiële product belegd in activiteiten in de sectoren fossiel gas en of kernenergie die aan de taxonomie voldoen?
Ja
In fossiel gas
In kernenergie
Nee
* Activiteiten in de sectoren fossiel gas en/of kernenergie zullen alleen aan de EU-taxonomie voldoen indien zij bijdragen aan het beperken van de klimaatverandering (“klimaatmitigatie”) en geen ernstige afbreuk doen aan de doelstellingen van de EU-taxonomie – zie de toelichting in de linkermarge. De uitgebreide criteria voor economische activiteiten in de sectoren fossiel gas en kernenergie die aan de EU-taxonomie voldoen, zijn vastgesteld in Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/1214 van de Commissie.
De onderstaande diagrammen geven in het groen het percentage op de EU-taxonomie afgestemde beleggingen. Er is geen geschikte methode om te bepalen in hoeverre staatobligaties* op de taxonomie zijn afgestemd. Daarom geeft het eerste diagram de mate van afstemming voor alle beleggingen van het financiële product inclusief staatsobligaties, terwijl het tweede diagram alleen voor de beleggingen van het financiële product in andere producten dan staatsobligaties aangeeft in hoeverre die op de taxonomie zijn afgestemd.
* In deze diagrammen omvatten ‘staatsobligaties’ alle blootstellingen aan overheidsschulden.
Op de taxonomie afgestemde activiteiten worden uitgedrukt als aandeel van:
- de omzet die het aandeel van de opbrengsten uit groene activiteiten van ondernemingen waarin is belegd, weergeeft;
- de kapitaaluitgaven (CapEx) die laten zien welke groene beleggingen worden gedaan door de ondernemingen waarin is belegd, bv. voor een transitie naar een groene economie;
- de operationele uitgaven (OpEx) die groene operationele activiteiten van ondernemingen waarin is belegd, weergeven
Wat was het aandeel beleggingen in transitie- en faciliterende activiteiten?
Het Pensioenfonds heeft zich gedurende de referentieperiode niet gecommitteerd om te beleggen in duurzame beleggingen met op de EU-taxonomie afgestemde milieudoelstellingen. Daarnaast is de datakwaliteit naar het oordeel van de fiduciair adviseur onvoldoende om hierover te kunnen rapporteren.
Hoe verhield het percentage op de EU-taxonomie afgestemde zich tot eerdere referentieperiodes?
Het Pensioenfonds heeft zich gedurende de referentieperiode niet gecommitteerd om te beleggen in duurzame beleggingen met op de EU-taxonomie afgestemde milieudoelstellingen. Daarnaast is de datakwaliteit naar het oordeel van de fiduciair adviseur onvoldoende om hierover te kunnen rapporteren.
Wat was het aandeel duurzame beleggingen met een ecologische doelstelling die niet op de EU-taxonomie waren afgestemd?
Dit zijn duurzame beleggingen met een ecologische doelstelling die geen rekening houden met de criteria voor ecologisch duurzame economische activiteiten in het kader van de Verordening (EU) 2020/852.
Het aandeel duurzame beleggingen met een ecologische doelstelling die niet op EU-taxonomie waren afgestemd was 5,14%.
Wat was het aandeel van sociaal duurzame beleggingen?
Het Pensioenfonds heeft gedurende de referentieperiode niet belegd in sociaal duurzame beleggingen.
Welke beleggingen zijn opgenomen in "overige"? Waarvoor waren deze bedoeld en waren er ecologische of sociale minimumwaarborgen?
Voor specifieke beleggingscategorieën, waaronder private equity en aandelen opkomende landen zijn er mogelijk geen geschikte fondsoplossingen beschikbaar met beleid gericht op duurzaamheid, die voldoen aan de criteria van het Pensioenfonds. Deze categorieën zijn opgenomen met het oog op het verbeteren van het risico-/rendementsprofiel van de beleggingsportefeuille. Hiervoor zijn geen ecologische of sociale minimumwaarborgen vastgelegd.
De Private Equity portefeuille van het Pensioenfonds is in afbouw. Voor aandelen uit opkomende landen wordt door het fonds gezocht naar een passende oplossing.
Welke maatregelen zijn er in de referentieperiode getroffen om aan de ecologische en/of sociale kenmerken te voldoen?
Om te kunnen voldoen aan de duurzaamheidskenmerken zijn gedurende de verslagperiode de volgende MVB-beleidsinstrumenten ingezet:
1. Uitsluitingsbeleid
Het Pensioenfonds heeft een uitsluitingsbeleid toegepast, waarbij ondernemingen en landen die gedrag vertonen of producten produceren die in strijd zijn met de door het Pensioenfonds gehanteerde normen, worden uitgesloten van beleggingen. Hierbij heeft het Pensioenfonds de volgende criteria gehanteerd:
- Ondernemingen die betrokken zijn bij de productie van controversiële wapens, waaronder clustermunitie, antipersoonsmijnen, nucleaire wapens, biologische of chemische wapens en verarmd uranium;
- Ondernemingen die vallen in de meest grove en structurele schendingscategorie van de UN Global Compact-principes, de OESO-richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen of de UN Guiding Principles on Business and Human Rights (UNGPs), waaronder de navolgende thema's (mensenrechten, arbeidsnormen, milieunormen, anti-corruptie, mededinging, belasting, consumentenbelangen, wetenschap en techniek);
- Ondernemingen die onvoldoende openstaan voor een structurele dialoog binnen het normatieve engagementprogramma (volgens de disengagementstatus van de engagementuitvoerder);
- Ondernemingen die betrokken zijn bij de productie van thermische kolen, mijnbouw, energieopwekking met een hoge broeikasgasintensiteit, of omzet halen uit olie- of gasexploratie of -verwerking (met omzetgrens van respectievelijk meer dan 10% en 50%).
Deze criteria past het Pensioenfonds volledig toe op de discretionaire mandaten. Ten aanzien van beleggingen in beleggingsfondsen heeft het Pensioenfonds geen volledige discretie over de uitsluitingen. Het Pensioenfonds heeft daarom criteria toegepast bij de selectie en evaluatie van fondsbeleggingen. Hierbij is getoetst in welke mate het door de beheerder gevoerde uitsluitingsbeleid overeenkomt met de criteria van het Pensioenfonds.
2. Betrokkenheidsbeleid
Het Pensioenfonds heeft een betrokkenheidsbeleid gevoerd om als actief aandeelhouder ondernemingsbeleid te verduurzamen en/of partijen aan te spreken op onwenselijke praktijken. Hierbij heeft het Pensioenfonds gedurende de rapportageperiode gestemd op aandeelhoudersvergaderingen (voor de beleggingen in de aandelenmandaten) en engagementactiviteiten uitgevoerd met betrekking tot thema’s die onder meer betrekking hebben op de duurzaamheidskenmerken die worden gepromoot.
Het Pensioenfonds heeft deelgenomen aan het normatieve engagementprogramma van de dienstverlener Sustainalytics (via het Global Standards Engagement-programma) en er is op basis van het beleid gestemd via proxy voting-dienstverlener ISS.
3. ESG-integratie
Het Pensioenfonds heeft duurzaamheidsaspecten geïntegreerd in de beleggingsbeslissing (ESG-integratie). ESG-integratie heeft het Pensioenfonds zelf toegepast bij de besluitvorming om specifieke vermogensbeheerders wel of niet aan te stellen. Daarnaast wordt dit ook toegepast binnen het beleggingsproces van een aantal van de vermogensbeheerders.
Met de beheerder van het aandelenmandaat in ontwikkelde landen zijn er in dit kader de volgende specifieke afspraken gemaakt:
- CO₂-emissies: de CO₂-emissies van de beleggingsportefeuille op de korte, middellange en lange termijn te koppelen aan de reductiedoelen van Parijs. Dit betekent een realisatie van een CO₂-reductie van 55% in 2030 en uiterlijk in 2050 een netto-nul emissie in de beleggingsportefeuille;
- ESG-score: ESG-scores van ondernemingen en beleggingsportefeuilles zijn een indicatie voor de wijze waarop het Pensioenfonds is blootgesteld aan duurzaamheidsrisico’s en -kansen. Daarom geeft het Pensioenfonds de aangestelde beheerder de doelstelling mee om een ESG-score van de beleggingsportefeuille te realiseren die leidt tot een 20%-30% hoger duurzaamheidsgehalte dan de brede marktindex.
4. Impactbeleggen
Het Pensioenfonds heeft beleggingsoplossingen geselecteerd die naast een financieel rendement ook een maatschappelijk of milieurendement van de belegging nastreven. Groene obligaties zijn hoogwaardige overheids- en bedrijfsobligaties waarvan de opbrengst door de uitgevende instelling wordt benut voor het financieren van duurzame projecten.
Op deze manier draagt het Pensioenfonds – bij gelijkblijvende risico’s en rendementen – bij aan de financiering van projecten met directe en aantoonbare klimaatdoelstellingen. Deze doelstellingen kunnen liggen op het vlak van beperking van klimaatverandering, zoals energie-efficiënte oplossingen, op het vlak van aanpassing aan klimaatverandering, zoals het uitvoeren van dijkverstevigingen, maar ook op het terrein van duurzame energiebronnen.
Hoe heeft dit product gepresteerd ten opzichte van de referentiebenchmark?
Referentiebenchmarks zijn indices waarmee wordt gemeten of het financiële product voldoet aan de ecologische of sociale kenmerken die dat product promoot.
Het Pensioenfonds heeft geen referentiebenchmark aangewezen – in de zin van de SFDR-wetgeving – om te bepalen of de pensioenregeling als geheel is afgestemd op de sociale en milieukenmerken die volgens het MVB-beleid worden nagestreefd.
Waarin verschilt de referentiebenchmark van een brede marktindex?
Nvt
Hoe heeft dit financiële product gepresteerd ten aanzien van de duurzaamheidsindicatoren voor het bepalen van de afstemming van de referentiebenchmark op de gepromote ecologische en sociale kenmerken?
Nvt
Hoe heeft dit financiële product gepresteerd ten opzichte van de referentiebenchmark?
Nvt
Hoe heeft dit financiële product gepresteerd ten opzichte van de brede marktindex?
Nvt