
12.1 Statistieken
Ontwikkeling deelnemersbestand
Het deelnemersaantal nam in 2025 toe met 699 tot 12.540. Het aantal ex-deelnemers nam met 134 toe tot 9.964. Het aantal pensioengerechtigden steeg met 185 tot 6.124. Het totaalbestand van (ex-) deelnemers en pensioengerechtigden nam met 1.018 toe tot 28.628. Het verloop van de aantallen (ex-) deelnemers en pensioengerechtigden in 2025 is weergegeven in het volgende schema:
| Pensioengerechtigden | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Deelnemers | Gewezen deelnemers | Ouderdoms- pensioen | Partner-pensioen | Wezen-pensioen | |
| Ultimo 2024 | 11.841 | 9.830 | 4.619 | 1.243 | 77 |
| Toetreding | 1.597 | 13 | |||
| Hernieuwde toetreding | 298 | -298 | |||
| Vertrek | -936 | 936 | |||
| Pensionering | -131 | -191 | 324 | ||
| Overlijden, | 17 | 33 | 141 | 76 | |
| waardeoverdrachten en andere oorzaken | -146 | -346 | -292 | -59 | -18 |
| Ultimo 2025 | 12.540 | 9.964 | 4.792 | 1.260 | 72 |
Leeftijdsopbouw deelnemers
In totaal bouwen 12.540 deelnemers pensioen op. De gemiddelde leeftijd van alle deelnemers is 43,5 jaar (2024: 44,1 jaar). Voor mannelijke deelnemers bedraagt de gemiddelde leeftijd 44,5 jaar (2024: 45,6 jaar); voor vrouwelijke deelnemers ligt die op 43,2 jaar (2024: 43,6). Van het totale deelnemersbestand hebben 458 deelnemers (2024: 426) een premievrije opbouw vanwege arbeidsongeschiktheid.
De gemiddelde leeftijd van de medewerkers in het notariaat is met 42,1 jaar gedaald ten opzichte van 2024 (42,9). De toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen hebben een gemiddelde leeftijd van 42,2 jaar (2024: 42,0) en voor de notarissen is dit 54,1 jaar (2024: 53,6).
De volgende grafiek geeft inzicht in de verdeling van het deelnemersbestand over de leeftijdscategorieën en geslacht.
Leeftijdsopbouw naar geslacht
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Leeftijd | Man | Vrouw |
|---|---|---|
| 65-70 | 103 | 209 |
| 60-65 | 331 | 874 |
| 55-60 | 359 | 1425 |
| 50-55 | 350 | 1418 |
| 45-50 | 237 | 1053 |
| 40-45 | 180 | 837 |
| 35-40 | 181 | 799 |
| 30-35 | 198 | 927 |
| 25-30 | 292 | 1214 |
| <25 | 331 | 1222 |
Het deelnemersbestand bestond eind 2025 voor 80% uit vrouwen (2024: 79%) en voor 20% uit mannen (2024: 21%).
Deelnemersgroepen
Wij voeren drie pensioenregelingen uit: één voor notarissen (ondernemers), één voor toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen (in loondienst) en één voor de overige medewerkers in het notariaat. De verdeling in leeftijdsgroepen tussen deze deelnemersgroepen is in de onderstaande grafiek in beeld gebracht.
Verdeling kandidaat-notarissen, (toegevoegd) notarissen en werknemers
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| leeftijd | kandidaat-notarissen | notarissen | toegevoegd notarissen | medewerkers |
|---|---|---|---|---|
| 65-70 | 16 | 62 | 2 | 231 |
| 60-65 | 73 | 226 | 18 | 885 |
| 55-60 | 119 | 311 | 20 | 1329 |
| 50-55 | 175 | 342 | 57 | 1189 |
| 45-50 | 152 | 205 | 44 | 882 |
| 40-45 | 164 | 92 | 43 | 717 |
| 35-40 | 249 | 48 | 39 | 640 |
| 30-35 | 220 | 3 | 17 | 877 |
| 25-30 | 156 | 1345 | ||
| <25 | 31 | 1520 |
De verdeling in geslacht tussen deze deelnemersgroepen is in de onderstaande grafiek in beeld gebracht.
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Geslacht | kandidaat-notarissen | notarissen | toegevoegd notarissen | medewerkers |
|---|---|---|---|---|
| Man | 425 | 811 | 60 | 1256 |
| Vrouw | 930 | 478 | 180 | 8359 |
Arbeidsongeschiktheid
Onze pensioenregelingen kennen een premievrije pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid. Het percentage arbeidsongeschikte deelnemers binnen het totale deelnemersbestand bedraagt 3,7% (2024: 3,6%). Voor 361 medewerkers in het notariaat (2024: 348) en 97 kandidaat-notarissen en (toegevoegd) notarissen (2024: 78) wordt de pensioenopbouw premievrij voortgezet. Het totaal aantal arbeidsongeschikte deelnemers is 458 (2024: 426).
Daarnaast kent de regeling voor kandidaat-notarissen en (toegevoegd) notarissen een arbeidsongeschiktheidspensioen. In de volgende grafiek is inzicht gegeven in het verloop van het aantal kandidaat-notarissen en (toegevoegd) notarissen met een arbeidsongeschiktheidspensioen over de periode 2021 – 2025.
Deelnemers met arbeidsongeschiktheidspensioen 2020 - 2024
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Leeftijd | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 |
|---|---|---|---|---|---|
| 65-70 | 5 | 7 | 7 | 1 | 4 |
| 60-65 | 26 | 24 | 27 | 25 | 28 |
| 55-60 | 25 | 23 | 21 | 27 | 32 |
| 50-55 | 28 | 29 | 30 | 27 | 28 |
| 45-50 | 18 | 16 | 15 | 11 | 12 |
| 40-45 | 8 | 4 | 4 | 3 | 3 |
| 35-40 | 1 | 2 | 2 | 4 | 4 |
| 30-35 | 1 | 0 | 1 | 4 | 4 |
| 25-30 | 1 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Pensioenuitkeringen
De pensioenuitkeringen over 2025 bedroegen in totaal € 93,5 mln. Dit is € 1,5 miljoen meer dan in 2024 (91,9 mln.). De pensioenuitkeringen kunnen worden verdeeld in ouderdoms-, partner- en arbeidsongeschiktheidspensioen en overige uitkeringen. Onder deze laatste categorie valt onder meer het wezenpensioen. In de volgende grafiek zijn de pensioenuitkeringen naar soort weergegeven.
Pensioenuitkeringen
x €1 mln
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Jaar | ouderdomspensioen | arbeidsongeschiktheidspensioen | partnerpensioen |
|---|---|---|---|
| 2025 | 70,8 | 3,9 | 18,4 |
| 2024 | 70,4 | 2,4 | 20,9 |
| 2023 | 66,4 | 2,7 | 17,3 |
| 2022 | 60,2 | 3,5 | 15,8 |
| 2021 | 60 | 3,3 | 15,4 |
De gemiddelde leeftijd van de pensioengerechtigden met een ouderdomspensioen is 75,7 jaar (2024: 75,5). De mannen zijn gemiddeld 77,0 jaar en de vrouwen 74,6 jaar oud.
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Categorie | deelnemers | gewezen deelnemers | pensioengerechtigden |
|---|---|---|---|
| Aanspraakgerechtigden | 43,8% | 34,8% | 21,4% |
| Technische voorziening | 43,5% | 13,4% | 43,1% |
In de bovenstaande grafiek is de technische voorziening voor onze pensioenverplichtingen weergegeven, verdeeld over de verschillende categorieën. De deelnemersaantallen in de verschillende groepen zijn ook aangegeven. Circa 43% van de technische voorziening is gereserveerd voor pensioengerechtigden. Zij maken circa 21% van het totaal aantal deelnemers uit. Een veel geringer deel van de technische voorziening (13%) is toe te delen aan een veel grotere groep, namelijk de ex-deelnemers (35% met veelal kleine pensioenrechten). Circa 44% van de technische voorziening is gerelateerd aan de deelnemers die 44% van het deelnemersaantal uitmaken.
12.2 Personalia
Samenstelling bestuursorganen per 31 december 2025:
Raad van toezicht
drs. P. Braams, voorzitter
drs. S.Y. Pergamentsev
mr. H. de Graaf
Bestuur
mr. N.E. Bijlholt, voorzitter
dr. mr. R.V. van der Kuijp
mr. L.T.M. de Leede
drs. R. Oosterhout
drs. H.D. Panneman AAG
drs. L. van Pol
drs. R.P. van Leeuwen
mr. J.H.F. Wilmink
Risicomanagementcommissie
drs. R. Oosterhout, voorzitter
mr. J.H.F. Wilmink
Balansmanagementcommissie
mr. L.T.M. de Leede, voorzitter
drs. L. van Pol
Pensioenregelingen, Governance-, Communicatie-, Compliancecommissie
dr. mr. R.V. van der Kuijp, voorzitter
drs. H.D. Panneman AAG
Interne auditcommissie
drs R.P. van Leeuwen, sleutelfunctiehouder interne audit
Directie
E.H.W. Zondag CPV
Adviserend actuaris
drs. ir. C.I. Reedijk AAG, verbonden aan Aon, Rotterdam
Certificerend actuaris
drs. R. van de Meerakker AAG, verbonden aan Willis Towers Watson B.V. Netherlands, Amstelveen
Accountant
drs. J. Slager RA, Partner, verbonden aan Ernst & Young Accountants LLP, Den Haag
Relevante nevenfuncties per 31 december 2025
Raad van toezicht
| drs. P. Braams | |
| Functie in raad van toezicht | Voorzitter |
| Nevenfuncties | Directeur Braams interim management bv |
| Voorzitter CAO overleg Horeca bij Horecaplatform | |
| drs. S.Y. Pergamentsev | |
| Functie in raad van toezicht | Lid |
| Nevenfuncties | Hoofd Structured Management Europe bij BNP Paribas Asset Management |
| mr. H. de Graaf | |
| Functie in raad van toezicht | Lid |
| Nevenfuncties | Advocaat, PAL advocatuur |
| Voorzitter raad van toezicht Stichting Pensioenfonds Kappers | |
| Lid raad van toezicht Stichting Pensioenfonds Gasunie | |
| Lid visitatiecommissie Stichting Pensioenfonds Ikea | |
| Lid visitatiecommissie Avery Dennison | |
| Pensioenjurist PGB pensioendiensten |
Bestuur
| mr. N.E. Bijlholt | |
| Functie in bestuur | Voorzitter |
| Nevenfunctie | Bestuurslid pensioenfonds Vliegend Personeel KLM |
| DGA van Parsley Pronkjewail BV | |
| Adviseur voor zorginstellingen en toezichthouders NVTZ | |
| dr. mr. R.V. van der Kuijp | |
| Functie in bestuur | Bestuurslid |
| Nevenfuncties | Notaris bij Notariaat Strijen |
| mr. LT.M. de Leede | |
| Functie in bestuur | Bestuurslid |
| Nevenfuncties | Voorzitter Pensioenfonds voor het Slagersbedrijf |
| Vice-voorzitter Bedrijfstakpensioenfonds Levensmiddelen | |
| drs. R. Oosterhout | |
| Functie in bestuur | Bestuurslid |
| Nevenfuncties | Voorzitter belanghebbendenorgaan Kring Sligro Food Group bij Centraal beheer APF |
| Lid belanghebbendenorgaan Kring Holland Casino bij Stap Algemeen Pensioenfonds | |
| drs. H.D. Panneman AAG | |
| Functie in bestuur | Bestuurslid |
| Nevenfuncties | Bestuurslid Stichting Pensioenfonds TDV |
| Bestuurslid Bedrijfstakpensioenfonds Vlakglas | |
| DGA One Ten B.V. | |
| drs. L. van Pol | |
| Functie in bestuur | Bestuurslid |
| Nevenfuncties | Uitvoerend Bestuurder StiPP |
| Lid private equity commissie CFA Society NL | |
| Eigenaar Van Pol FBA | |
| Lid commissie risk/beleggingen KPS | |
| Kascommissie sterrenwacht Gooi en Vechtstreek | |
| Lid visitatiecommissie Stichting Pensioenfonds voor Fysiotherapeuten | |
| mr. J.H.F. Wilmink | |
| Functie in bestuur | Bestuurslid |
| Nevenfuncties | Notaris bij Scholten en Wilmink notarissen |
| Bestuurder bij De Parkculon Beheer B.V. | |
| Penningmeester Stichting Schaaktoernooi Noord-Oost Nederland | |
| mr. R.P. van Leeuwen | |
| Functie in bestuur | Bestuurslid |
| Nevenfuncties | Voorzitter Pensioenfonds Sportfondsen |
| Lid visitatiecommissie Pensioenfonds Kasbank |
Sleutelfunctiehouders
drs. R. Oosterhout, sleutelfunctiehouder risicobeheer
drs R.P. van Leeuwen, sleutelfunctiehouder interne audit
drs. R. van de Meerakker AAG, verbonden aan Willis Towers Watson B.V. Netherlands, sleutelfunctiehouder/-vervuller actuarieel
Verantwoordingsorgaan
Samenstelling verantwoordingsorgaan per 31 december 2025:
mr. F. Lipsch, voorzitter
mr. B.F Wesseling
mr. R. Salhi
mr. J.M.E. Loman
A.S. Prijt
mr. F.F. van Meerwijk
J.F.R. Veenkamp
12.3 Nadere gegevens leden bestuursorganen
Raad van toezicht
| Naam | m/v | Geboortejaar | Zittingsrooster | Termijn |
| drs. P. Braams (voorzitter) | m | 1958 | 2022 - 2026 | 2e |
| drs. S.Y. Pergamentsev | m | 1970 | 2025 - 2029 | 1e |
| mr. H. de Graaf | v | 1957 | 2024 - 2028 | 2e |
Bestuur
| Naam | m/v | Geboortejaar | Zittingsrooster | Termijn |
| mr. N.E. Bijlholt (voorzitter) | v | 1982 | 2022 - 2026 | 2e |
| dr. mr. R.V. van der Kuijp | m | 1970 | 2021 - 2025 | 1e |
| drs. R. Oosterhout | m | 1954 | 2023 - 2027 | 2e |
| drs. H.D. Panneman AAG | m | 1968 | 2022 - 2025 | 1e |
| drs. L. van Pol | m | 1961 | 2022 - 2026 | 1e |
| mr. L.T.M. de Leede | v | 1962 | 2023 - 2027 | 2e |
| drs. R.P. van Leeuwen | m | 1955 | 2025 - 2029 | 1e |
| mr. J.H.F Wilmink | m | 1961 | 2024 - 2028 | 2e |
Verantwoordingsorgaan
| Naam | m/v | Geboortejaar |
| mr. B.F. Wesseling | m | 1956 |
| mr. F. Lipsch (voorzitter) | v | 1996 |
| mr. J.M.E. Loman | v | 1965 |
| mr. F.F. van Meerwijk | m | 1971 |
| A.S. Prijt | v | 2003 |
| mr. R. Salhi | m | 2000 |
| J.F.R. Veenkamp | m | 1951 |
12.4 Code Pensioenfondsen
De Pensioenfederatie en de Stichting van de Arbeid hebben in de Code Pensioenfondsen (hierna te noemen ‘Code’) normen geformuleerd ten aanzien van ‘goed pensioenfondsbestuur’. Deze Code is laatstelijk herzien en in werking getreden per 1 januari 2024.
Het bestuur heeft op 30 oktober 2025 de normen uit de herziene Code toegepast op het fonds en beoordeeld dat het fonds voor een overgrote deel voldoet aan de gestelde normen en principes van de Code. Waar het fonds niet (geheel) aan een gestelde norm voldoet, is hierop een toelichting gegeven en zijn er acties opgenomen ten einde wel aan de gestelde te norm te voldoen.
De normen uit de Code zijn ingedeeld per thema:
- Thema 1 – Goed zorgen voor het pensioen van belanghebbenden
- Thema 2 – Goed besturen
- Thema 3 – Effectief intern toezichthouden en controle uitvoeren
- Thema 4 – Verantwoording en inspraak organiseren
- Thema 5 – Effectief functioneren van fondsorganen
De Code nodigt het fonds uit om een aantal normen jaarlijks in verhalende zin te rapporteren over de naleving van die norm. Dit betreft de volgende normen:
- Norm 1 – Aandacht hebben voor de missie, visie, strategie
- Norm 4 – Kennen van voorkeuren van belanghebbenden
- Norm 34-35 – Diversiteit- en inclusiebeleid
Deze normen worden eerst toegelicht.
Norm 1 – Aandacht hebben voor de missie, visie, strategie
Het pensioenfonds heeft een missie, visie en strategie. Daarin beschrijft het pensioenfonds wat het pensioenfonds wil betekenen en bereiken voor zijn belanghebbenden, rekening houdend met hun voorkeuren en belangen. Op deze wijze bepaalt het pensioenfonds wat zijn strategische doelstellingen en beleidsuitgangspunten, waaronder de risicohouding, zijn. Het pensioenfonds evalueert zijn missie, visie en strategie periodiek en rapporteert hierover in zijn bestuursverslag.
Wij passen deze norm volledig toe. Zowel in de Actuariële en bedrijfstechnische nota (ABTN) als in hoofdstuk 1 van dit bestuursverslag lichten wij onze missie, visie, strategie, doelstellingen en resultaten toe. Dit wordt jaarlijks geëvalueerd en hierover wordt standaard gerapporteerd in het bestuursverslag
Norm 4 – Kennen van voorkeuren van belanghebbenden
Het pensioenfonds verdiept zich in de voorkeuren van de bij het pensioenfonds betrokken belanghebbenden en betrekt deze voorkeuren bij het bepalen van zijn strategische doelstellingen en beleidsuitgangspunten en gaat daarover met de belanghebbenden in gesprek. Het pensioenfonds rapporteert hierover jaarlijks in het bestuursverslag.
Wij passen deze norm volledig toe. Het fonds betrekt de voorkeuren van de bij het fonds betrokken belanghebbenden bij het bepalen van zijn strategische doelstellingen en beleidsuitgangspunten door -onder meer- het periodiek houden van een klanttevredenheidsonderzoek, in gesprek te gaan met deelnemers en in gesprek te gaan met sociale partners.
Norm 34 en 35 – Diversiteits- en inclusiebeleid
Norm 34 - Het pensioenfonds heeft een schriftelijk beleid vastgesteld om de diversiteit en inclusie in zijn fondsorganen te vergroten of in stand te houden. Dit beleid stelt passende doelen op ten aanzien van de mate van diversiteit op alle voor het pensioenfonds relevante maatschappelijke aspecten, waaronder tenminste geslacht of genderidentiteit, leeftijd en sociaal-culturele achtergrond. Op basis van dit beleid heeft het pensioenfonds een planmatige aanpak gericht op het bereiken van deze doelen. Het bestuur herijkt dit beleid periodiek en rapporteert jaarlijks in het bestuursverslag over de resultaten van dit beleid.
Wij passen deze norm volledig toe. Het fonds hanteert een diversiteitsbeleid. Middels het bijhouden van een deskundigheidsmatrix en een geschiktheidsmatrix alsmede een opleidingsbeleid zorgt het fonds ervoor dat aan deze gestelde norm wordt voldaan.
Norm 35 - Ten aanzien van leeftijdsdiversiteit geldt als minimum dat er tenminste één persoon zitting heeft in het bestuur en het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan die jonger is dan 40 jaar. Ten aanzien van genderdiversiteit geldt als minimum dat er in de genoemde organen variatie is in geslacht of genderidentiteit.
Wij passen deze norm niet volledig toe. Deze norm beschrijft de diversiteit binnen het fonds. De bestuursleden zijn allen ouder dan 40 jaar. In het verantwoordingsorgaan hebben drie personen zitting die jonger zijn dan 40 jaar. In het bestuur en het verantwoordingsorgaan is variatie in geslacht of genderidentiteit aanwezig.
Op punten als kennis, kunde, vaardigheden en competenties is de diversiteit binnen het fonds gewaarborgd.
De normen uit de Code waar het fonds niet (geheel) aan voldoet, worden hieronder uiteengezet met een toelichting hierop alsmede de acties die genomen worden ten einde wel aan deze norm te voldoen.
Norm 5 – Keuzebegeleidingsbeleid vaststellen
Het pensioenfonds heeft een beleid over de wijze waarop het deelnemers keuzebegeleiding biedt bij keuzes binnen de pensioenregeling. Het pensioenfonds evalueert periodiek de uitvoering en de effectiviteit van dit beleid en stuurt waar nodig bij.
Wij passen deze norm niet volledig toe. Er heeft een sessie plaatsgevonden over keuzebegeleiding en aan de hand van de uitkomsten hiervan maakt het fonds definitieve beleid over de wijze waarop het zijn deelnemers keuzebegeleiding biedt bij keuzes binnen de pensioenregeling.
Norm 37 – Benoeming, zittingstermijn en ontslag van leden van organen vastleggen
De eerste zittingstermijn van een lid van het bestuur, de raad van toezicht, het belanghebbendenorgaan of verantwoordingsorgaan is maximaal vier jaar. Deze leden kunnen voor een tweede termijn van maximaal vier jaar worden benoemd. Een bestuurslid en een lid van het belanghebbendenorgaan of verantwoordingsorgaan kunnen als daarvoor aanleiding bestaat voor een derde termijn van maximaal vier jaar worden benoemd. In dat geval onderbouwt het bestuur de aanleiding voor een derde benoeming en deelt het bestuur dit met de overige organen. Leden van een visitatiecommissie zijn maximaal acht jaar betrokken bij hetzelfde pensioenfonds.
Wij passen deze norm niet volledig toe. De statuten van het fonds zijn hierop gewijzigd. Het reglement van het verantwoordingsorgaan dient hierop nog gewijzigd te worden.
Norm 49 – Jaarlijks zelf-evalueren
Het eigen functioneren is voor het bestuur, het intern toezicht, het belanghebbendenorgaan en het verantwoordingsorgaan een continu aandachtspunt. Deze organen evalueren in elk geval jaarlijks het eigen functioneren van het orgaan als geheel en van de individuele leden. Hierbij betrekken zij minstens één keer in de drie jaar een onafhankelijke derde partij. De organen besteden daarbij in elk geval periodiek aandacht aan bestuursmodel, integriteit, geschiktheid, continuïteit, diversiteit en inclusie, de wijze van opereren en de mate waarin de individuele leden zich voldoende onafhankelijk en kritisch kunnen opstellen.
Het bestuur, de raad van toezicht en het verantwoordingsorgaan evalueren jaarlijks het eigen functioneren van het orgaan als geheel. Eén keer in de drie jaar is bij de evaluatie een onafhankelijke derde partij betrokken. Voor het fonds is aandacht hieraan besteden een doorlopend proces.