
10.1 Balans per 31 december 2025
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Ref. | ||||||||
| ACTIVA | ||||||||
| Beleggingen voor risico pensioenfonds | 1 | |||||||
| Vastgoedbeleggingen | 421.536 | 337.163 | ||||||
| Aandelen | 723.625 | 871.971 | ||||||
| Vastrentende waarden | 1.771.466 | 1.891.572 | ||||||
| Derivaten | 99.492 | 158.045 | ||||||
| Overige beleggingen | 6.798 | 6.482 | ||||||
| 3.022.917 | 3.265.233 | |||||||
| Herverzekeringsdeel technische voorzieningen | 2 | 47.061 | 46.426 | |||||
| Vorderingen en overlopende activa | 3 | 81.178 | 22.140 | |||||
| Overige activa | 4 | 9.191 | 11.518 | |||||
| TOTAAL ACTIVA | 3.160.347 | 3.345.317 | ||||||
| PASSIVA | ||||||||
| Stichtingskapitaal en reserves | 5 | 524.962 | 340.058 | |||||
| Technische voorzieningen | ||||||||
| Voorziening pensioenverplichtingen voor risico pensioenfonds | 6 | 2.374.484 | 2.769.776 | |||||
| Voorziening operationele kosten | 7 | 53.369 | 59.771 | |||||
| Derivaten | 8 | 203.870 | 93.867 | |||||
| Overige schulden en overlopende passiva | 9 | 3.662 | 81.845 | |||||
| TOTAAL PASSIVA | 3.160.347 | 3.345.317 | ||||||
10.2 Staat van baten en lasten
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Ref. | ||||||||
| BATEN | ||||||||
| Premiebijdragen voor risico pensioenfonds | 10 | 103.459 | 95.283 | |||||
| Beleggingsresultaten risico pensioenfonds | 11 | -214.392 | 228.091 | |||||
| Baten uit herverzekering | 12 | 635 | 7.641 | |||||
| Overige baten | 13 | 241 | 455 | |||||
| TOTAAL BATEN | -110.057 | 331.470 | ||||||
| LASTEN | ||||||||
| Pensioenuitkeringen | 14 | 93.523 | 91.965 | |||||
| Pensioenuitvoeringskosten | 15 | 7.746 | 6.410 | |||||
| Mutatie technische voorziening | ||||||||
| Mutatie voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds | 6 | -395.927 | 127.756 | |||||
| Mutatie aandeel herverzekering technische voorzieningen | 6 | 635 | 7.641 | |||||
| Mutatie voorziening operationele kosten | 7 | -6.402 | 2.839 | |||||
| -401.694 | 138.236 | |||||||
| Saldo herverzekering | 16 | 2.461 | 678 | |||||
| Saldo overdrachten van rechten | 17 | 2.411 | 2.727 | |||||
| Overige lasten | 18 | 592 | 2.247 | |||||
| TOTAAL LASTEN | -294.961 | 242.263 | ||||||
| Saldo van baten en lasten | 184.904 | 89.207 | ||||||
| Bestemming van het saldo van baten en lasten | ||||||||
| Algemene reserve | 184.904 | 89.207 | ||||||
| Totaal saldo van baten en lasten | 184.904 | 89.207 | ||||||
10.3 Kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode.
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Kasstroom uit pensioenactiveiten | ||||||||
| Ontvangsten | ||||||||
| Premies | 104.099 | 95.357 | ||||||
| Ontvangen uitkeringen herverzekeraar | 2.608 | 2.630 | ||||||
| Overige ontvangsten | 241 | 455 | ||||||
| 106.948 | 98.442 | |||||||
| Uitgaven | ||||||||
| Betaalde pensioenuitkeringen | -93.579 | -91.844 | ||||||
| Saldo waardeoverdrachten | -2.411 | -2.727 | ||||||
| Pensioenuitvoerings- en administratiekosten | -12.822 | -10.255 | ||||||
| Betaalde premie herverzekeraar | -5.463 | -5.517 | ||||||
| -114.275 | -110.343 | |||||||
| Totaal kasstroom uit pensioenactiviteiten | -7.327 | -11.901 | ||||||
| Kasstroom uit beleggingsactiviteiten | ||||||||
| Ontvangsten | ||||||||
| Ontvangen directe beleggingsopbrengsten | 48.606 | 25.861 | ||||||
| Onttrekkingen uit beleggingen | 2.555.280 | 2.196.939 | ||||||
| Colleteral en overige mutaties | -138.349 | -10.787 | ||||||
| 2.465.537 | 2.212.013 | |||||||
| Uitgaven | ||||||||
| Aankopen van beleggingen | -2.454.443 | -2.199.129 | ||||||
| Kosten van vermogensbeheer | -5.778 | -4.479 | ||||||
| -2.460.221 | -2.203.608 | |||||||
| Totaal kasstroom uit beleggingsactiviteiten | 5.316 | 8.405 | ||||||
| Nettokasstroom | -2.011 | -3.496 | ||||||
| Mutatie liquide middelen | -2.011 | -3.496 | ||||||
| Liquide middelen primo boekjaar | 18.000 | 21.496 | ||||||
| Liquide middelen ultimo boekjaar | 15.989 | 18.000 | ||||||
| Mutatie liquide middelen | -2.011 | -3.496 | ||||||
| Waarvan: | ||||||||
| Liquide middelen onder de Beleggingen voor risico pensioenfonds en Overige schulden en overlopende posten (1,3,8) | 6.798 | 6.482 | ||||||
| Liquide middelen opgenomen onder Overige activa (4) | 9.191 | 11.518 | ||||||
10.4 Grondslagen
Activiteiten
Stichting Pensioenfonds Notariaat is statutair gevestigd in ’s-Gravenhage en ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 41198218.
Overeenstemmingsverklaring
De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen zoals deze zijn opgenomen in Titel 9 Boek 2 BW en met inachtneming van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, in het bijzonder Richtlijn 610 Pensioenfondsen. Het bestuur heeft op 21 mei 2026 de jaarrekening opgemaakt.
Referenties
In de balans en de staat van baten en lasten zijn referenties opgenomen waarmee wordt verwezen naar de toelichting.
Algemene grondslagen
Alle bedragen in de jaarrekening zijn vermeld in € x 1.000, tenzij anders is aangegeven. Berekeningen worden gemaakt met onafgeronde cijfers. Hierdoor kunnen afrondingsverschillen ontstaan.
Continuïteitsveronderstelling
De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de continuïteitsveronderstelling.
Opname van een actief of een verplichting
Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar het pensioenfonds zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Een verplichting wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard gaat met een uitstroom van middelen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld.
Verantwoording van baten en lasten
Baten worden in de staat van baten en lasten opgenomen wanneer een vermeerdering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermeerdering van een actief of een vermindering van een verplichting, heeft plaatsgevonden. Hiervan kan de omvang betrouwbaar worden vastgesteld. Lasten worden verwerkt wanneer een vermindering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermindering van een actief of een vermeerdering van een verplichting, heeft plaatsgevonden. Hiervan kan de omvang betrouwbaar worden vastgesteld.
Als een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle toekomstige economische voordelen en risico's met betrekking tot een actief of een verplichting aan een derde zijn overgedragen, dan wordt het actief of de verplichting niet langer in de balans opgenomen. Verder worden activa en verplichtingen niet meer in de balans opgenomen vanaf het tijdstip waarop niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van waarschijnlijkheid van de toekomstige economische voordelen en betrouwbaarheid van de bepaling van de waarde. Dit betekent dat transacties worden verwerkt op handelsdatum en niet op afwikkelingsdatum. Als gevolg hiervan kan sprake zijn van een post ‘nog af te wikkelen transacties’. Deze post kan zowel een actief als een passief zijn.
Saldering van een actief en een verplichting
Een financieel actief en een financiële verplichting worden gesaldeerd als nettobedrag in de balans opgenomen, als sprake is van een wettelijke of contractuele bevoegdheid om het actief en de verplichting gesaldeerd en gelijktijdig af te wikkelen. Bovendien bestaat de intentie om de posten op deze wijze af te wikkelen. De met de gesaldeerd opgenomen financiële activa en financiële verplichtingen samenhangende rentebaten en rentelasten worden eveneens gesaldeerd opgenomen.
Functionele valuta
De jaarrekening is opgesteld in euro’s, namelijk de functionele en presentatievaluta van het pensioenfonds.
De koersen van de belangrijkste valuta's in euro's zijn:
| 31-12-2025 | Gemiddeld 2025 | 31-12-2024 | Gemiddeld 2024 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| USD | 0,8515 | 0,8845 | 0,9657 | 0,9241 | ||||
| GBP | 1,1453 | 1,1670 | 1,2095 | 1,1813 | ||||
| JPY | 0,0054 | 0,0059 | 0,0061 | 0,0061 |
Transacties, vorderingen en schulden
Transacties in vreemde valuta gedurende de verslagperiode zijn in de jaarrekening verwerkt tegen de koers op transactiedatum. Activa en verplichtingen in vreemde valuta worden omgerekend naar euro’s tegen de koers per balansdatum. De uit de afwikkeling en omrekening voortvloeiende koersverschillen komen ten gunste of ten laste van de staat van baten en lasten.
Vergelijking met voorgaand boekjaar
De gehanteerde grondslagen zijn ongewijzigd ten opzichte van het voorgaande boekjaar, met uitzondering van hetgeen vermeld onder "stelselwijziging" en "schattingswijziging".
Stelselwijziging
Op basis van de wijziging in RJ610 voor boekjaar 2025 dient een voorziening te worden genomen voor de operationele kosten. De RJ schrijft voor dat deze voorziening als separate balanspost wordt opgenomen als voorziening operationele kosten als onderdeel van de technische voorziening (RJ 610.244). Op basis van RJ 140.208 dient deze stelselwijziging ook retrospectief toegepast te worden op de cijfers van boekjaar 2024 zoals in dit jaarverslag opgenomen. Zie onderstaande tabel waarin de gemuteerde posten zijn opgenomen met daarin zichtbaar de verwerkingswijze in het jaarverslag van 2024 en de doorgevoerde aanpassing ten behoeve van het jaarverslag 2025.
De stelselwijziging heeft geen gevolgen gehad voor vermogen, resultaat en de dekkingsgraad.
| (bedragen x € 1.000) | Jaarrekening 2024 | Aangepaste vergelijkende cijfers | Mutatie | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Voorziening pensioenverplichtingen voor risico pensioenfonds | 2.829.547 | 2.769.776 | 59.771 | |||
| Voorziening operationele kosten | 0 | 59.771 | -59.771 | |||
| 2.829.547 | 2.829.547 | 0 |
Presentatiewijziging
Op basis van de wijziging in RJ610 voor boekjaar 2025 is de uitsplitsing van de mutatie technische voorzieningen in de staat van baten en lasten vervallen. De toelichting op de mutatie technische voorzieningen is in het verloopoverzicht van de voorziening pensioenverplichtingen risico pensioenfonds opgenomen.
De presentatiewijziging heeft geen gevolgen gehad voor vermogen, resultaat en de dekkingsgraad.
Schattingswijziging
De opstelling van de jaarrekening in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW vereist dat het bestuur oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen en van baten en lasten. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Als het voor het geven van het in artikel 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen, inclusief de bijbehorende veronderstellingen, opgenomen bij de toelichting op de desbetreffende jaarrekeningposten. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft.
Met ingang van 1 januari 2025 is het opbouwpercentage in de pensioenregeling van de zelfstandig notarissen verlaagd. Het opbouwpercentage is verlaagd naar 1,68% (2024: 1,76%). Dit heeft een verlagend effect op de technische voorzieningen van € 189, verlagend effect van € 4 op de voorziening operationele kosten en heeft een effect op de dekkingsgraad van 0,0%.
In 2025 zijn de volgende actuariële grondslagen aangepast:
- Voor 2025 is het ongehuwden ouderdomspensioen gewaardeerd op basis van bepaalde partner (2024: op basis van onbepaalde partner). Deze wijziging van waarderingsmethode heeft een verlagend effect op de technische voorzieningen van € 2.373 en heeft een negatief effect op de dekkingsgraad van 0,1%.
- De partnerfrequenties zijn aangepast op basis van het grondslagenonderzoek uitgevoerd door de actuarieel adviseur (2024: "Frequenties 2022). Dit heeft een verlagend effect op de technische voorzieningen van € 983 en heeft een negatief effect op de dekkingsgraad van 0,1%.
- De opslag inzake toekomstige kosten is verhoogd van 2,2% in 2024 naar 2,3% in 2025. Dit heeft een verlagend effect op de voorziening operationele kosten van € 2.303 en heeft een negatief effect op de dekkingsgraad van 0,1%.
Dekkingsgraden
De beleidsdekkingsgraad is gebaseerd op het rekenkundig gemiddelde van de dekkingsgraden over de laatste twaalf maanden. Hierbij wordt steeds gebruikgemaakt van de meest actuele inschatting van de betreffende dekkingsgraden. De (nominale) dekkingsgraad van het pensioenfonds wordt berekend door op balansdatum het balanstotaal minus de kortlopende schulden te delen door de technische voorzieningen, zoals opgenomen in de balans. Bij het berekenen van de reële dekkingsgraad van het pensioenfonds wordt de voorziening pensioenverplichtingen herrekend, rekening houdend met de verwachte loon- en prijsinflatie.
Grondslagen voor waardering van activa en passiva
Beleggingen
De beleggingen worden gewaardeerd tegen marktwaarde (reële waarde). Onder waardering op marktwaarde wordt verstaan: het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een passief kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde partijen, die tot een transactie bereid en onafhankelijk van elkaar zijn.
De waardering van participaties in beleggingsinstellingen gebeurt tegen marktwaarde. Voor beursgenoteerde beleggingsinstellingen is dit de marktnotering per balansdatum. De waardering in niet-beursgenoteerde beleggingsinstellingen gebeurt tegen actuele waarde.
Beleggingen voor risico pensioenfonds worden op dezelfde wijze gewaardeerd.
Verwerking van waardeveranderingen van beleggingen
Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen gerealiseerde en ongerealiseerde waardeveranderingen van beleggingen. Alle waardeveranderingen van beleggingen, inclusief valutakoersverschillen, worden als beleggingsopbrengsten in de staat van baten en lasten opgenomen.
Vastgoedbeleggingen
De belangen in beursgenoteerde vastgoedaandelen worden gewaardeerd tegen marktwaarde. Dit is de per balansdatum geldende beurskoers.
Aandelen
Beursgenoteerde aandelen en participaties in beursgenoteerde beleggingsinstellingen zijn gewaardeerd tegen marktwaarde, zijnde de beurswaarde per balansdatum. De actuele waarde van niet-beursgenoteerde aandelen en participaties in beleggingsfondsen is gebaseerd op het aandeel dat het pensioenfonds heeft in het eigen vermogen van het niet-beursgenoteerde aandeel per balansdatum. De intrinsieke waarde wordt ontleend aan de op lokale grondslagen gebaseerde en meest recente opgave van de desbetreffende fondsmanagers die uitgaan van waardering op marktwaarde.
Private equity wordt bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en daarna opnieuw gewaardeerd tegen de laatst bekende reële waarde en verhoogd of verlaagd met eventuele (des)investeringen tot ultimo boekjaar. In dit opzicht worden beleggingen in andere investeringsbedrijven ultimo boekjaar gewaardeerd tegen de reële waarde per aandeel zoals aangeleverd door de betreffende assetmanager.
Vastrentende waarden
Beursgenoteerde vastrentende waarden en participaties in beursgenoteerde beleggingsinstellingen zijn gewaardeerd tegen marktwaarde, zijnde de beurswaarde per balansdatum. De actuele waarde van niet-beursgenoteerde vastrentende waarden en participaties in beleggingsinstellingen is gebaseerd op het aandeel dat het pensioenfonds heeft in het eigen vermogen van de niet-beursgenoteerde vastrentende waarde per balansdatum. De intrinsieke waarde wordt ontleend aan de op lokale grondslagen gebaseerde meest recente opgave van de desbetreffende fondsmanagers die uitgaan van waardering op marktwaarde.
Derivaten
Derivaten worden gewaardeerd op reële waarde, te weten de relevante marktnoteringen of, als die niet beschikbaar zijn, de waarde die wordt bepaald met behulp van marktconforme en toetsbare waarderingsmodellen. Als een derivatenpositie negatief is, wordt het bedrag onder de schulden verantwoord. Binnen de derivatenportefeuille is sprake van collateralverplichtingen. Afhankelijk van de ontwikkeling van de marktwaarde van deze derivaten, bestaat hierbij de verplichting voor het pensioenfonds om bepaalde collaterals te verstrekken aan de betreffende tegenpartijen. Het collateral kan zowel stukken als cash bevatten.
Overige beleggingen
Beursgenoteerde beleggingen worden gewaardeerd tegen de per balansdatum geldende beurskoers. Niet-beursgenoteerde (indirecte) beleggingen worden gewaardeerd op de ultimo verslagperiode berekende intrinsieke waarde. De intrinsieke waarde wordt ontleend aan de op lokale grondslagen gebaseerde opgave van de desbetreffende fondsmanagers. Onder de overige beleggingen zijn ook de liquide middelen voortkomend uit beleggingstransacties opgenomen.
Herverzekeringsdeel technische voorzieningen
Pensioenfonds Notariaat heeft de verplichting tot uitkering van de per 31 december 2013 al ingegane arbeidsongeschiktheidspensioenen ondergebracht bij N.V. Amersfoortse Algemene Verzekering Maatschappij (a.s.r.). Ook is bij deze verzekeraar het arbeidsongeschiktheidsrisico uit hoofde van de vanaf 2014 geldende pensioenregeling ondergebracht. De vordering uit dit herverzekeringscontract, dat zich classificeert als een garantiecontract, wordt gelijkgesteld aan de hier tegenoverstaande voorziening voor de pensioenverplichtingen. De bepaling van de voorziening wordt gebaseerd op de actuariële grondslagen van het pensioenfonds. Bij de waardering van de vordering wordt rekening gehouden met de kredietwaardigheid van de herverzekeraar. De herverzekeraar heeft rating A+ volgens S&P en Moody's and Fitch.
Vorderingen en overlopende activa
Vorderingen en overlopende activa worden bij eerste verwerking gewaardeerd op reële waarde. Na eerste verwerking worden vorderingen gewaardeerd op geamortiseerde kostprijs (gelijk aan de nominale waarde als geen sprake is van transactiekosten) onder aftrek van eventuele bijzondere waardeverminderingen, als sprake is van oninbaarheid.
Vorderingen in verband met beleggingstransacties conform RJ 610.230 zijn verantwoord onder de post vorderingen en overlopende activa.
Liquide middelen
Liquide middelen worden tegen nominale waarde gewaardeerd. Onder de liquide middelen zijn opgenomen die kas- en banktegoeden die onmiddellijk opeisbaar zijn, dan wel een looptijd korter dan twaalf maanden hebben. Zij worden onderscheiden van tegoeden in verband met beleggingstransacties. Liquide middelen uit hoofde van beleggingstransacties worden gepresenteerd onder de beleggingen. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder kortlopende schulden.
In geval van een negatieve positie wordt het saldo aan de passiefzijde van de balans getoond.
Stichtingskapitaal en reserves
Stichtingskapitaal en reserves worden bepaald door het bedrag dat resteert nadat alle actiefposten en posten van het vreemd vermogen, inclusief de voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds en overige technische voorzieningen, volgens de van toepassing zijnde waarderingsgrondslagen in de balans zijn opgenomen.
Technische voorzieningen
Voorziening pensioenverplichtingen voor risico pensioenfonds
De voorziening voor pensioenverplichtingen voor risico pensioenfonds wordt gewaardeerd op actuele waarde (marktwaarde). De actuele waarde wordt bepaald op basis van de contante waarde van de beste inschatting van toekomstige kasstromen die samenhangen met de op balansdatum onvoorwaardelijke pensioenverplichtingen. Onvoorwaardelijke pensioenverplichtingen zijn de opgebouwde nominale aanspraken en de onvoorwaardelijke (toezeggingen tot) toeslagen. De contante waarde wordt bepaald met gebruikmaking van de marktrente, waarvoor de actuele rentetermijnstructuur zoals gepubliceerd door DNB wordt gebruikt. Bij de berekening van de voorziening pensioenverplichtingen is uitgegaan van het op de balansdatum geldende pensioenreglement en van de over de verstreken deelnemersjaren verworven aanspraken. Jaarlijks wordt door het bestuur besloten of toeslagen op de opgebouwde pensioenaanspraken worden verleend. Alle per balansdatum bestaande besluiten tot toeslagverlening (ook voor besluiten na balansdatum voor zover sprake is van ex-antecondities) zijn bij de berekening inbegrepen. Er wordt geen rekening gehouden met toekomstige salarisontwikkelingen. Bij de vaststelling van de voorziening wordt rekening gehouden met verleende premievrijstelling door daarin de contante waarde van de over de toekomstige deelnemingstijd op te bouwen premievrije pensioenaanspraken te betrekken.
Bij de bepaling van de actuariële uitgangspunten wordt uitgegaan van voor de toezichthouder acceptabele grondslagen, waarbij rekening wordt gehouden met de voorzienbare trend in overlevingskansen. De berekeningen zijn uitgevoerd op basis van de volgende actuariële grondslagen en veronderstellingen:
- interest: conform de rentetermijnstructuur op basis van de zogenaamde ultimate forward rate (UFR)- curve zoals gepubliceerd door DNB;
- sterfte: volgens de Prognosetafel AG2024;
- ervaringssterfte: er wordt rekening gehouden met het fondsspecifieke karakter van het deelnemersbestand door toepassing van een ervaringssterfte- en postcodeanalyse die resulteert in correctiefactoren op de gehanteerde prognosetafel;
- burgerlijke staat: conform de partnerfrequenties (2024: "Frequenties 2022) behorend bij de overlevingstafel CBS 2013 tot de leeftijd van 67 jaar, op de leeftijd van 67 jaar een frequentie van 100%, daarna volgens het zogeheten bepaalde partnersysteem (2024: onbepaald partnersysteem).
Binnen de voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds is ook de schadelast verantwoord voor zieke deelnemers op balansdatum die naar verwachting arbeidsongeschikt worden verklaard.
Herverzekeringsdeel technische voorzieningen
Herverzekeringspremies worden verantwoord in de periode waarop de herverzekering betrekking heeft. Vorderingen uit herverzekeringscontracten op risicobasis worden verantwoord op het moment dat de verzekerde gebeurtenis zich voordoet. Bij de waardering worden de herverzekerde uitkeringen contant gemaakt tegen de rentetermijnstructuur, onder toepassing van de actuariële grondslagen van het pensioenfonds. Vorderingen uit herverzekeringscontracten die worden geclassificeerd als garantiecontracten worden gelijkgesteld aan de hier tegenoverstaande voorziening voor pensioenverplichtingen. Vorderingen uit hoofde van winstdelingsregelingen in herverzekeringscontracten worden verantwoord op het moment van toekenning door de herverzekeraar.
De waarde van het aandeel herverzekeraar is gelijk aan de voorziening herverzekeringsdeel technische voorziening.
Voorziening operationele kosten
De voorziening voor operationele kosten bevat de operationele kosten die gepaard gaan met de toekomstige pensioenuitvoering en is opgenomen onder de technische voorzieningen voor risico pensioenfonds. De voorziening is bepaald als percentage van de technische voorzieningen risico pensioenfonds en betreft 2,3% (2024: 2,2%).
Pensioenopbouw
Bij de pensioenopbouw zijn aanspraken en rechten over het boekjaar gewaardeerd naar het niveau op balansdatum.
Indexering en overige toeslagen
De toeslag op pensioenrechten en -aanspraken wordt jaarlijks vastgesteld door het bestuur van het pensioenfonds. Het pensioenfonds streeft ernaar de pensioenrechten en -aanspraken jaarlijks aan te passen aan de ontwikkeling van het consumentenprijsindexcijfer (afgeleid) van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De toeslagverlening is voorwaardelijk. Er is geen recht op toeslag en er kan op de langere termijn geen zekerheid worden gegeven of en in hoeverre toeslagverlening kan plaatsvinden. Een eventuele achterstand in de toeslagverlening kan worden ingehaald.
Rentetoevoeging
De pensioenverplichtingen zijn verlaagd vanwege de mogelijkheid van het rekenen met een (gemiddeld) hogere rente van 2,330% (2024: 3,439%) op basis van de eenjaarsrente van de DNB-curve aan het begin van het verslagjaar.
Onttrekking voor pensioenuitkeringen
Vooraf wordt een actuariële berekening gemaakt van de toekomstige pensioenuitkeringen die in de voorziening pensioenverplichtingen worden opgenomen. Deze post betreft de vrijval ten behoeve van de financiering van de uitkeringen in het verslagjaar.
Onttrekking voor pensioenuitvoeringskosten
Vooraf wordt een actuariële berekening gemaakt van de toekomstige pensioenuitvoeringskosten die in de voorziening pensioenverplichtingen worden opgenomen. Deze post betreft de vrijval ten behoeve van de financiering van de kosten in het verslagjaar.
Wijziging marktrente
Jaarlijks wordt per 31 december de marktwaarde van de technische voorzieningen herrekend door toepassing van de actuele rentetermijnstructuur zoals door DNB opgegeven. Het effect van de verandering van de rentetermijnstructuur wordt verantwoord onder ‘wijziging marktrente’.
Wijzigingen actuariële uitgangspunten
Jaarlijks worden de actuariële grondslagen en/of methoden beoordeeld en mogelijk herzien voor de berekening van de actuele waarde van de pensioenverplichtingen. Dit betreft onder meer de vergelijking van veronderstellingen ten aanzien van sterfte, langleven, arbeidsongeschiktheid met werkelijke waarnemingen, zowel voor de gehele bevolking als voor de populatie van het pensioenfonds. De vaststelling van de toereikendheid van de voorziening voor pensioenverplichtingen is inherent aan een onzeker proces, waarbij gebruik wordt gemaakt van schattingen en oordelen door het bestuur van het pensioenfonds. Het effect van deze wijzigingen wordt verantwoord in het resultaat op het moment dat de actuariële uitgangspunten worden herzien.
Wijziging uit hoofde van overdracht van rechten
Een resultaat op overdrachten kan ontstaan doordat de vrijval van de voorziening plaatsvindt tegen de actuariële grondslagen van het pensioenfonds, terwijl het bedrag dat wordt overgedragen gebaseerd is op de wettelijke factoren voor waardeoverdrachten. De tarieven van het pensioenfonds wijken af van de wettelijke tarieven.
Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen
De overige mutaties ontstaan door mutaties in de aanspraken door overlijden, arbeidsongeschiktheid en pensioneren.
Overige schulden en overlopende passiva
Overige schulden en overlopende passiva worden bij eerste verwerking gewaardeerd op reële waarde. Na eerste verwerking worden schulden gewaardeerd op geamortiseerde kostprijs (gelijk aan de nominale waarde als er geen sprake is van transactiekosten). Kortlopende schulden hebben een looptijd korter dan een jaar.
Grondslagen voor bepaling van het resultaat
Algemeen
De in de staat van baten en lasten opgenomen posten zijn in belangrijke mate gerelateerd aan de in de balans gehanteerde waarderingsgrondslagen voor beleggingen en de voorziening pensioenverplichtingen. Zowel gerealiseerde als ongerealiseerde resultaten worden rechtstreeks verantwoord in het resultaat.
Premiebijdragen voor risico pensioenfonds (van werkgevers en werknemers)
Onder premiebijdragen van werkgevers en werknemers wordt verstaan de aan derden in rekening gebrachte c.q. te brengen bedragen voor de in het verslagjaar verzekerde pensioenen. Premies zijn toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben.
Beleggingsresultaten voor risico pensioenfonds
Indirecte beleggingsopbrengsten
Onder de indirecte beleggingsopbrengsten worden verstaan de gerealiseerde en ongerealiseerde waardeveranderingen en valutaresultaten. In de jaarrekening wordt geen onderscheid gemaakt tussen gerealiseerde en ongerealiseerde waardeveranderingen van beleggingen. Alle waardeveranderingen van beleggingen, inclusief valutakoersverschillen, worden als beleggingsopbrengsten in de staat van baten en lasten opgenomen. (In)directe beleggingsresultaten zijn toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben.
Directe beleggingsopbrengsten
Onder de directe beleggingsopbrengsten worden in dit verband verstaan rentebaten en -lasten, dividenden, huuropbrengsten en soortgelijke opbrengsten. Dividend wordt verantwoord op het moment van betaalbaarstelling.
Kosten vermogensbeheer
Onder kosten van vermogensbeheer worden zowel de externe als de daaraan toegerekende interne kosten verstaan. Afschrijvingen en andere exploitatiekosten van onroerende zaken in exploitatie zijn in de kosten van vermogensbeheer opgenomen.
Verrekening van kosten
Met de directe en indirecte beleggingsopbrengsten zijn de aan de opbrengsten gerelateerde transactiekosten, provisies, valutaverschillen en dergelijke verrekend.
Pensioenuitkeringen
De pensioenuitkeringen betreffen de aan deelnemers uitgekeerde bedragen inclusief afkopen. De pensioenuitkeringen zijn toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben.
Pensioenuitvoeringskosten
De pensioenuitvoeringskosten zijn toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben.
Overige baten en lasten
Overige baten en lasten zijn toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben.
Kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht is volgens de indirecte methode opgesteld. Alle ontvangsten en uitgaven worden hierbij als zodanig gepresenteerd. Onderscheid wordt gemaakt tussen kasstromen uit pensioenactiviteiten en beleggingsactiviteiten.
10.5 Risicoparagraaf
Het pensioenfonds wordt bij het beheer van zijn pensioenverplichtingen en de financiering daarvan geconfronteerd met risico’s. De belangrijkste financiële doelstelling van het pensioenfonds is het nakomen van zijn financiële verplichtingen (inclusief de door het pensioenfonds uitgesproken ambitie). Het belangrijkste risico voor het pensioenfonds is derhalve het balansrisico (solvabiliteitsrisico): het risico dat het pensioenfonds niet aan zijn verplichtingen kan voldoen. Dit risico komt tot uiting in de variabiliteit van de beleggingen ten opzichte van de verplichtingen en vice versa. Het beleggingsbeleid kan daarom niet los worden gezien van de ontwikkeling van de verplichtingen. Balansmanagement is de benaming voor deze beoogde integrale aanpak. Het balansrisico kan worden uitgesplitst in verschillende risico’s.
Solvabiliteitsrisico's
Het solvabiliteitsrisico is het risico dat het pensioenfonds niet beschikt over voldoende vermogen ter dekking van de pensioenverplichtingen. De solvabiliteit wordt gemeten op basis van zowel algemeen geldende normen als specifieke normen die door de toezichthouder worden opgelegd. Als de solvabiliteit van het pensioenfonds zich negatief ontwikkelt, bestaat het risico dat het pensioenfonds de premiebijdrage moet verhogen en het risico dat er geen ruimte beschikbaar is voor een eventuele toeslagverlening op opgebouwde pensioenrechten. In het uiterste geval kan het noodzakelijk zijn dat het pensioenfonds verworven pensioenaanspraken en -rechten moet verminderen.
De dekkingsgraad heeft zich als volgt ontwikkeld:
| Ontwikkeling dekkingsgraad | 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Dekkingsgraad per 1 januari | 112,0% | 109,3% | ||
| Premie | -0,3% | 0,0% | ||
| Uitkering | 0,4% | 0,3% | ||
| Toeslagverlening | -0,5% | -0,5% | ||
| Beleggingsrendement (inclusief renteafdekking) | -10,0% | 4,8% | ||
| Wijziging rentetermijnstructuur voorziening pensioenverplichting | 22,6% | -2,3% | ||
| Aanpassing actuariële grondslagen | -0,3% | 0,2% | ||
| Overige oorzaken | -2,3% | 0,2% | ||
| Dekkingsgraad per 31 december | 121,6% | 112,0% | ||
| Beleidsdekkingsgraad per 31 december | 117,2% | 112,3% | ||
| Vereiste dekkingsgraad per 31 december | 114,4% | 114,0% |
Zoals uit dit overzicht blijkt is de dekkingsgraad in 2025 gestegen. De overige oorzaken bestaan hoofdzakelijk uit zogenaamde kruiseffecten. De procentuele effecten van de diverse resultaatbronnen op de dekkingsgraad zijn conform de richtlijnen van DNB alle uitgedrukt ten opzichte van de primo dekkingsgraad. Dit zorgt ervoor dat de optelling van primo dekkingsgraad plus alle afzonderlijke procentuele effecten niet leidt tot de ultimo dekkingsgraad. Het verschil tussen deze twee wordt verantwoord onder de noemer "overige oorzaken" en betreft de kruiseffecten. In het algemeen geldt dat deze post groter wordt naarmate de uitschieters in de afzonderlijke resultaatscomponenten groter zijn.
Om het solvabiliteitsrisico te beheersen, moet het pensioenfonds buffers in het vermogen aanhouden. De omvang van deze buffers (de buffers plus de pensioenverplichtingen vormen samen het vereist vermogen) wordt vastgesteld met de door DNB voorgeschreven solvabiliteitstoets (S-toets). Deze toets bevat een kwantificering van de bestuursvisie op de fondsspecifieke restrisico’s (na afdekking).
De berekening van het vereist eigen vermogen en het hieruit voortvloeiende overschot/tekort aan het einde van het boekjaar is als volgt:
| Vereist eigen vemogen | 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| S1 Renterisico | 2,7% | 2,0% | ||
| S2 Risico zakelijke waarden | 10,6% | 10,6% | ||
| S3 Valutarisico | 3,6% | 3,7% | ||
| S4 Grondstoffenrisico | 0,0% | 0,0% | ||
| S5 Kredietrisico | 2,9% | 2,8% | ||
| S6 Verzekeringstechnische risico | 2,5% | 2,6% | ||
| S7 Liquiditeitsrisico | 0,0% | 0,0% | ||
| S8 Concentratierisico | 0,0% | 0,0% | ||
| S9 Operationeel risico | 0,0% | 0,0% | ||
| S10 Actief beheer risico | 0,0% | 0,0% | ||
| Diversificatie-effect | -7,9% | -7,7% | ||
| Vereist eigen vermogen per 31 december | 14,4% | 14,0% |
Het vereist eigen vermogen is bepaald als de wortel van: S1²+S2²+2*0,4*S1*S2+S3²+S4²+S5²+2*0,4*S1*S5+2*0,5*S2*S5+S6²+S10². Waarbij S2²= S2²a+S2²b+S2²c+S2²d+2*0,75*(S2²a*S2²b+S2²a*S2²c+S2²a*S2²d+S2²b*S2²c+S2²b*S2²d+S2²c*S2²d).
Hierbij geeft de eerste 0,4 de correlatie weer tussen het renterisico (S1) enerzijds en het aandelen- en vastgoedrisico (S2) anderzijds. De tweede 0,4 geeft de correlatie weer tussen het renterisico (S1) en het kredietrisico (S5) bij een rentedaling. Bij een rentestijging worden deze twee correlatie-parameters op 0 gesteld. Daarnaast is de correlatie tussen het aandelen- en vastgoedrisico (S2) enerzijds en het kredietrisico (S5) anderzijds vastgesteld op 0,5. Tot slot bedragen de correlaties tussen de risico’s die onderdeel uitmaken van het aandelen- en vastgoedrisico 0,75. Voor alle overige onderlinge verbanden zijn de correlaties op 0 gesteld. Deze risico’s worden verondersteld onafhankelijk van elkaar op te treden.
Het vereist eigen vermogen wordt bepaald op basis van de strategische beleggingsmix. Het vereist eigen vermogen op basis van de strategische mix uitgedrukt in percentages bedraagt ultimo 2025 14,4% (2024: 14,0%). Het vereist eigen vermogen op basis van de feitelijke beleggingsmix bedraagt ultimo 2025 14,4% (2024: 14,4%).
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Vereist pensioenvermogen | 2.776.524 | 3.224.761 | ||
| Technische voorzieningen | 2.427.853 | 2.829.547 | ||
| Vereist eigen vermogen | 348.671 | 395.214 | ||
| Aanwezig vermogen (Totaal activa -/- schulden) | 524.962 | 340.058 | ||
| Surplus/Tekort | 176.291 | -55.156 |
De buffers zijn berekend op basis van de standaardmethode, waarbij voor de samenstelling van de beleggingen wordt uitgegaan van de strategische beleggingsmix in de evenwichtssituatie.
Beleggingsrisico
De belangrijkste beleggingsrisico’s zijn het markt-, krediet- en liquiditeitsrisico. Het marktrisico is uit te splitsen in renterisico, valutarisico en prijs(koers)risico. Marktrisico wordt gelopen op de verschillende beleggingsmarkten waarin het pensioenfonds op basis van het vastgestelde beleggingsbeleid actief is. De beheersing van het risico is geïntegreerd in het beleggingsproces. Bij de uitvoering van het beleggingsbeleid kunnen zich verder risico's manifesteren uit hoofde van de geselecteerde managers en bewaarbedrijven (het zogeheten manager- en custodyrisico) en de juridische bepalingen omtrent gebruikte instrumenten en de uitvoeringsovereenkomst (juridisch risico). Het marktrisico wordt beheerst doordat met de vermogensbeheerder specifieke mandaten zijn afgesproken, die in overeenstemming zijn met de beleidskaders en richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld door het bestuur. Het bestuur monitort de mate van naleving van deze mandaten. De marktposities worden periodiek gerapporteerd.
Renterisico (S1)
Renterisico is het risico dat de waarde van de portefeuille vastrentende waarden en de waarde van de pensioenverplichtingen wijzigen door ongunstige veranderingen in de marktrente. Maatstaf voor het meten van de rentegevoeligheid is de duration. De duration is de gewogen gemiddelde resterende looptijd in jaren.
Op balansdatum is de duration van de beleggingen aanzienlijk korter dan de duration van de verplichtingen. Er is daarom sprake van een zogenoemde durationmismatch. Dit betekent dat bij een rentestijging de waarde van beleggingen minder snel daalt dan de waarde van de verplichtingen (bij toepassing van de actuele marktrentestructuur). Hierdoor stijgt de dekkingsgraad. Bij een rentedaling zal de waarde van de beleggingen minder snel stijgen dan de waarde van de verplichtingen, waardoor de dekkingsgraad daalt. Het beleid van het pensioenfonds is erop gericht om de durationmismatch te verkleinen door het renterisico voor 80% af te dekken (2024: 80%). Het pensioenfonds realiseert dit met een matchingportefeuille die in beheer is bij Cardano en met een hypothekenportefeuille.
De duration en het effect van de renteafdekking kunnen als volgt worden samengevat:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Waarde | Duration | Waarde | Duration | |||||
| Vastrentende waarden (vóór derivaten) | 1.756.415 | 4,3 | 1.862.725 | 4,7 | ||||
| Vastrentende waarden (na derivaten) | 1.649.223 | 20,1 | 1.942.047 | 22,6 | ||||
| Technische voorzieningen | 2.427.853 | 16,1 | 2.829.547 | 18,6 | ||||
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Resterende looptijd < 1 jaar en < 5 jaar | 982.678 | 55,5% | 1.142.707 | 60,4% | ||||
| Resterende looptijd > 5 en < 10 jaar | 345.400 | 19,5% | 275.383 | 14,6% | ||||
| Resterende looptijd > 10 en < 20 jaar | 282.301 | 15,9% | 293.434 | 15,5% | ||||
| Resterende looptijd > 20 jaar | 161.087 | 9,1% | 180.048 | 9,5% | ||||
| Totaal | 1.771.466 | 100,0% | 1.891.572 | 100,0% | ||||
De presentatie van de vastrentende waarden bij bovenstaande looptijden hangt samen met het langetermijnkarakter van de investeringen van het pensioenfonds en het hiermee samenhangende beleid.
De resterende looptijd van de pensioenverplichtingen kan als volgt worden weergegeven:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Resterende looptijd < 1 jaar en < 5 jaar | 475.810 | 19,6% | 464.451 | 16,4% | ||||
| Resterende looptijd > 5 en < 10 jaar | 430.289 | 17,7% | 433.136 | 15,3% | ||||
| Resterende looptijd > 10 en < 20 jaar | 708.378 | 29,2% | 770.494 | 27,2% | ||||
| Resterende looptijd > 20 jaar | 813.376 | 33,5% | 1.161.466 | 41,0% | ||||
| Totaal | 2.427.853 | 100,0% | 2.829.547 | 100,0% | ||||
Risico zakelijke waarden (S2)
Het risico zakelijke waarden is het risico dat de waarde van de zakelijke waarden (voornamelijk aandelen, beursgenoteerd indirect vastgoed en converteerbare obligaties) verandert door veranderingen in de marktprijzen voor deze waarden. Het structurele marktrisico wordt beheerst binnen het asset liability management (ALM)-proces. Daarin wordt een zodanige beleggingsmix vastgesteld dat het marktrisico acceptabel is. De feitelijke beleggingsmix mag binnen de vastgestelde bandbreedtes afwijken van de ALM-beleggingsmix. Voor de beheersing van het marktrisico in samenhang met het renterisico wordt gebruikgemaakt van derivaten.
Valutarisico (S3)
Het pensioenfonds heeft besloten om de valuta-afdekking plaats te laten vinden met behulp van een apart valuta- overlaymandaat, beheerd Cardano (tevens de beheerder van de matchingportefeuille). Alleen de beleggingscategorieën aandelen en private equity zijn onderhevig aan het valutarisico. Het valutarisico van beleggingen in ontwikkelde aandelenmarkten wordt volledig afgedekt door valuta's die een materiële impact kunnen hebben op de waarde van de portefeuille. Het betreft de Amerikaanse dollar (USD), de Japanse yen (JPY) en de Britse pond (GBP). Het valutarisico van beleggingen in opkomende markten en private equity wordt niet afgedekt. Het totaalbedrag dat niet in euro’s wordt belegd, bedraagt voor afdekking ultimo 2025 circa 22,2% (2024: 23,9%) van de beleggingsportefeuille.
De valutapositie per 31 december 2025 vóór en na afdekking door valutaderivaten is als volgt weer te geven:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal voor afdekking | Valutaderivaten afdekking | Nettopositie na afdekking |
||||
| EUR | 2.249.921 | 316.000 | 2.565.921 | |||
| GBP | 25.440 | 0 | 25.440 | |||
| JPY | 25.770 | 0 | 25.770 | |||
| USD | 514.858 | -313.092 | 201.766 | |||
| Overig | 76.016 | -93 | 75.923 | |||
| Totaal | 2.892.005 | 2.815 | 2.894.820 |
De valutapositie per 31 december 2024 vóór en na afdekking door valutaderivaten is als volgt weer te geven:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal voor afdekking | Valutaderivaten afdekking | Nettopositie na afdekking |
||||
| EUR | 2.378.635 | 338.283 | 2.716.918 | |||
| GBP | 39.420 | 0 | 39.420 | |||
| JPY | 29.843 | 0 | 29.843 | |||
| USD | 577.803 | -353.347 | 224.456 | |||
| Overig | 99.073 | 0 | 99.073 | |||
| Totaal | 3.124.774 | -15.064 | 3.109.710 |
In de solvabiliteitstoets van het pensioenfonds is in de buffers voor het valutarisico rekening gehouden met bovenstaande valutaposities en afdekkingen.
Prijsrisico
Prijsrisico is het risico van waarde wijzigingen door de ontwikkeling van marktprijzen. Het wordt veroorzaakt door factoren gerelateerd aan een individuele belegging, de uitgevende instelling of generieke factoren. Het prijsrisico wordt gemitigeerd door diversificatie, die onder meer is vastgelegd in de strategische beleggingsmix van het pensioenfonds. In aanvulling hierop maakt het pensioenfonds voor de afdekking van het prijsrisico gebruik van afgeleide financiële instrumenten (derivaten), zoals opties en futures.
Naast de strategische mix heeft het pensioenfonds in het mandaat aan de vermogensbeheerders richtlijnen opgesteld voor het maximale percentage dat namens het pensioenfonds in een sector, land of tegenpartij mag worden belegd. Controle op de naleving van deze richtlijnen vindt plaats door monitoring door het bestuur op basis van onafhankelijke rapportages van custodian BNYM.
De segmentatie van de totale beleggingsportefeuille naar regio is als volgt:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Europa | 2.056.117 | 72,9% | 2.231.715 | 70,4% | ||||
| Noord-Amerika | 661.861 | 23,5% | 685.511 | 21,6% | ||||
| Azië | 137.442 | 4,9% | 132.208 | 4,2% | ||||
| Pacific | 48.315 | 1,7% | 42.649 | 1,3% | ||||
| Overig | 12.893 | 0,5% | 8.623 | 0,3% | ||||
| Subtotaal vastrentende waarden, vastgoed en aandelen | 2.916.627 | 103,5% | 3.100.706 | 97,8% | ||||
| Derivaten | -104.378 | -3,7% | 64.178 | 2,0% | ||||
| Overige beleggingen | 6.798 | 0,2% | 6.482 | 0,2% | ||||
| Totaal | 2.819.047 | 100,0% | 3.171.366 | 100,0% | ||||
Nadere verdeling vastgoed naar sector
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Vastgoedaandelen | 94.234 | 22,4% | 58.447 | 17,3% | ||||
| Vastgoedfondsen | 327.302 | 77,6% | 278.716 | 82,7% | ||||
| Totaal | 421.536 | 100,0% | 337.163 | 100,0% | ||||
Kredietrisico (S5)
Kredietrisico is het risico van financiële verliezen voor het pensioenfonds als gevolg van faillissement of betalingsonmacht van tegenpartijen waarop het pensioenfonds (potentiële) vorderingen heeft. Denk onder meer aan partijen die obligatieleningen uitgeven, banken waar deposito's worden geplaatst, marktpartijen waarmee over-the-counter (OTC)-derivatenposities worden aangegaan en aan herverzekeraars.
Een voor beleggingsactiviteiten specifiek onderdeel van kredietrisico is het settlementrisico. Dit is het risico dat partijen, waarmee het pensioenfonds transacties is aangegaan, niet meer in staat zijn hun tegenprestatie te verrichten. Hierdoor lijdt het pensioenfonds financiële verliezen. Het pensioenfonds beheerst dit risico door het stellen van limieten aan tegenpartijen op totaalniveau. Dat wil zeggen met inachtneming van alle posities die een tegenpartij heeft ten opzichte van het pensioenfonds. Denk aan het vragen van extra zekerheden zoals onderpand en dergelijke en het uitlenen van effecten en het hanteren van prudente verstrekkingsnormen bij hypothecaire geldleningen. Ter afdekking van het settlementrisico belegt het pensioenfonds enkel in markten waar een voldoende betrouwbaar clearing- en settlementsysteem functioneert. Voordat in nieuwe markten wordt belegd, worden eerst de waarborgen op dit gebied onderzocht. Voor niet-beursgenoteerde beleggingen, met name OTC-derivaten, werkt het pensioenfonds enkel met tegenpartijen waarmee ISDA/CSA-overeenkomsten zijn afgesloten. Hierdoor worden de posities van het pensioenfonds adequaat afgedekt door onderpand.
De samenstelling van de vastrentende waarden voor risico pensioenfonds naar regio's kan als volgt worden samengevat:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Nederland en andere EU-landen | 1.598.345 | 90,2% | 1.757.321 | 92,9% | ||||
| Noord-Amerika | 139.166 | 7,9% | 104.266 | 5,5% | ||||
| Azië | 9.743 | 0,6% | 14.768 | 0,8% | ||||
| Pacific | 22.542 | 1,3% | 15.217 | 0,8% | ||||
| Overige | 1.670 | 0,1% | 0 | 0,0% | ||||
| Totaal | 1.771.466 | 100,0% | 1.891.572 | 100,0% | ||||
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Staatsobligaties | 1.108.693 | 62,6% | 1.356.455 | 71,7% | ||||
| Bedrijfsobligaties (credit funds) | 474.877 | 26,8% | 350.083 | 18,5% | ||||
| Hypotheken | 181.440 | 10,2% | 178.428 | 9,4% | ||||
| Leningen op schuldbekentenis | 6.456 | 0,4% | 6.606 | 0,3% | ||||
| Totaal | 1.771.466 | 100,0% | 1.891.572 | 100,0% | ||||
De samenvatting van de vastrentende waarden voor risico pensioenfonds op basis van gemiddelde ratings is als volgt (S&P, Moody's en Fitch):
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| AAA | 501.971 | 28,3% | 376.373 | 19,9% | ||||
| AA | 584.251 | 33,0% | 717.337 | 37,9% | ||||
| A | 173.108 | 9,8% | 231.579 | 12,2% | ||||
| BBB | 163.260 | 9,2% | 164.337 | 8,7% | ||||
| Lager dan BBB | 124.111 | 7,0% | 6.954 | 0,4% | ||||
| Geen rating | 224.765 | 12,7% | 394.992 | 20,9% | ||||
| Totaal | 1.771.466 | 100,0% | 1.891.572 | 100,0% | ||||
De beleggingen met rating 'lager dan BBB' en 'geen rating' betreffen met name beleggingen in hoogrentende leningen.
Verzekeringstechnisch (actuariële) risico (S6)
Het verzekeringstechnisch risico is het risico dat voortvloeit uit mogelijke afwijkingen van actuariële inschattingen die worden gebruikt voor de vaststelling van de technische voorzieningen en de hoogte van de premie. De belangrijkste actuariële risico's zijn de risico's van langleven, overlijden (kortleven), arbeidsongeschiktheid en het toeslagrisico.
Langlevenrisico
Het langlevenrisico is het belangrijkste verzekeringstechnische risico. Langlevenrisico is het risico dat deelnemers langer blijven leven dan gemiddeld wordt verondersteld bij de bepaling van de voorziening pensioenverplichtingen. Als gevolg hiervan volstaat de opbouw van het pensioenvermogen niet voor de uitkering van de pensioenverplichtingen. Door toepassing van prognosetafels met adequate correcties voor ervaringssterfte is het langlevenrisico nagenoeg geheel verrekend in de waardering van de pensioenverplichtingen.
Overlijdensrisico
Het overlijdensrisico betekent dat het pensioenfonds in geval van overlijden mogelijk een nabestaandenpensioen moet toekennen, waarvoor door het pensioenfonds geen voorzieningen zijn getroffen. Dit risico kan worden uitgedrukt in risicokapitalen.
Arbeidsongeschiktheidsrisico
Het arbeidsongeschiktheidsrisico is het risico dat het pensioenfonds bij arbeidsongeschiktheid premievrijstelling en een arbeidsongeschiktheidspensioen (schadereserve) moet toekennen. Dit is herverzekerd bij a.s.r. Daarmee heeft het pensioenfonds het risico van arbeidsongeschiktheid sterk verkleind. Als restrisico blijft de dekking van risico's die niet onder de polisvoorwaarden van de herverzekeraar vallen aanwezig.
Toeslagrisico
Het toeslagrisico is het risico dat de ambitie van het bestuur om toeslagen op de pensioenen toe te kennen ter compensatie van de algemene prijsontwikkeling, niet kan worden gerealiseerd. Of en de mate waarin dit kan worden gerealiseerd, is afhankelijk van de ontwikkelingen in de rente, beleggingsrendementen, looninflatie en demografie (beleggings- en actuariële resultaten). De hoogte van de dekkingsgraad van het pensioenfonds is uiteindelijk bepalend.
Het pensioenfonds benadrukt dat de toeslagverlening voorwaardelijk is. De zogenaamde reële dekkingsgraad geeft inzicht in de mate waarin toeslagen kunnen worden toegekend (ook wel aangeduid als de toeslagruimte). Voor het bepalen van de reële dekkingsgraad worden de onvoorwaardelijke nominale pensioenverplichtingen verdisconteerd tegen een reële rentetermijnstructuur, in plaats van een nominale. Omdat er op dit moment geen markt voor financiële instrumenten aanwezig is waaruit de reële rentetermijnstructuur kan worden afgeleid, wordt gerekend met een benaderingswijze.
Liquiditeitsrisico (S7)
Liquiditeitsrisico is het risico dat beleggingen niet tijdig en/of niet tegen een aanvaardbare prijs kunnen worden omgezet in liquide middelen, waardoor het pensioenfonds op korte termijn niet aan zijn verplichtingen kan voldoen. Waar de overige risicocomponenten vooral de langere termijn betreffen (solvabiliteit), gaat het hierbij om de kortere termijn. Dit risico kan worden beheerst door in het strategisch en tactisch beleggingsbeleid voldoende ruimte aan te houden voor de liquiditeitsposities. Er moet ook rekening worden gehouden met de directe beleggingsopbrengsten, andere inkomsten zoals premies en uitgaven voor de bedrijfsvoering.
Concentratierisico (S8)
Concentratierisico's kunnen optreden bij een concentratie in de beleggingsportefeuille in producten, regio's of landen, economische sectoren of tegenpartijen. Concentraties kunnen ertoe leiden dat het pensioenfonds bij grote veranderingen in bijvoorbeeld de waardering (marktrisico) of de financiële positie van een tegenpartij (kredietrisico) hiervan grote (veelal financiële) gevolgen ondervindt. Naast concentraties in de beleggingsportefeuille kan er ook sprake zijn van concentraties in de verplichtingen en de uitvoering. Om concentratierisico's in de beleggingsportefeuille te beheersen, maakt het bestuur gebruik van spreiding en limieten voor beleggen in landen, regio's, sectoren en tegenpartijen. Deze uitgangspunten zijn door het pensioenfonds vastgesteld op basis van de ALM-studie. De uitgangspunten zijn vastgelegd in de contractuele afspraken met de vermogensbeheerders. Het bestuur monitort op kwartaalbasis de naleving hiervan.
De spreiding in de beleggingsportefeuille is weergegeven in de tabel die is opgenomen bij de toelichting op het kredietrisico. Grote posities kunnen een bron van concentratierisico zijn. Om te bepalen welke posities dit betreft, worden per beleggingscategorie alle instrumenten met dezelfde debiteur opgeteld. Elke positie die meer dan 2% van het balanstotaal uitmaakt, wordt aangemerkt als grote positie.
Posities groter dan 2% van het balanstotaal:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Aandelen | ||||||||
| BlackRock Emerging Markets Index Fund | 114.430 | 3,6% | 97.061 | 2,9% | ||||
| Totaal | 114.430 | 3,6% | 97.061 | 2,9% | ||||
| Vastrentende waarden | ||||||||
| Blackrock Liquiditeiten fonds | 314.369 | 9,9% | 344.809 | 10,3% | ||||
| BNP Liquiditeiten fonds | 267.533 | 8,5% | 291.435 | 8,7% | ||||
| Aegon Hypotheken | 167.913 | 5,3% | 164.925 | 4,9% | ||||
| Robeco CL CBL | 148.982 | 4,7% | 158.371 | 4,7% | ||||
| CBRE pan Europa Core Fund | 126.525 | 4,0% | 119.306 | 3,6% | ||||
| Altera Woningen | 104.551 | 3,3% | 93.411 | 2,8% | ||||
| Obligaties Nederlandse staat | 86.356 | 2,7% | 83.661 | 2,5% | ||||
| Obligaties Oostenrijkse staat | 84.640 | 2,7% | 87.816 | 2,6% | ||||
| Obligaties Duitse staat | 64.486 | 2,0% | 60.178 | 1,8% | ||||
| Obligaties Belgische staat | 64.115 | 2,0% | 35.336 | 1,1% | ||||
| Obligaties Franse staat | 11.159 | 0,4% | 93.608 | 2,8% | ||||
| Totaal | 1.440.629 | 45,5% | 1.532.856 | 45,8% | ||||
Operationeel risico (S9)
Operationeel risico is het risico van een onjuiste afwikkeling van transacties, fouten in de verwerking van gegevens, het verloren gaan van informatie, fraude en dergelijke. Deze risico's worden door het pensioenfonds beheerst door het stellen van hoge kwaliteitseisen aan de externe organisaties die bij de uitvoering zijn betrokken.
De beleggingsportefeuille is ondergebracht bij verschillende vermogensbeheerders. Met deze partijen zijn overeenkomsten en service level agreements (SLA’s) gesloten. De afhankelijkheid van deze partijen wordt beheerst doordat de bewaring van de stukken uit de portefeuille gedurende het boekjaar is ondergebracht bij custodian BNYM. De pensioenuitvoering is uitbesteed aan pensioenuitvoerder TKP Pensioen B.V. Met TKP is een uitbestedingsovereenkomst en een service level agreement gesloten. Het bestuur beoordeelt jaarlijks de kwaliteit van de uitvoering van de vermogensbeheerders en TKP door middel van performancerapportages (alleen vermogensbeheerders), SLA-rapportages, incontrolstatement (TKP) en onafhankelijk getoetste interne beheersingsrapportages (ISAE 3402-rapportages). Omdat hiermee sprake is van een adequate beheersing van de operationele risico's, houdt het pensioenfonds hiermee geen rekening in de solvabiliteitstoets.
Systeemrisico
Systeemrisico betreft het risico dat het mondiale financiële systeem (de internationale markten) niet langer naar behoren functioneert, waardoor beleggingen van het fonds niet langer verhandelbaar zijn en zelfs, al dan niet tijdelijk, hun waarde kunnen verliezen. Net als voor andere marktpartijen is dit risico voor het pensioenfonds niet beheersbaar. Het systeemrisico maakt geen onderdeel uit van de door DNB voorgeschreven solvabiliteitstoets.
Derivaten
Bij de uitvoering van het beleggingsbeleid wordt gebruik gemaakt van financiële derivaten. Hoofdregel die hierbij geldt, is dat derivaten uitsluitend worden gebruikt voor zover dit passend is binnen het beleggingsbeleid van het pensioenfonds. Derivaten worden hoofdzakelijk gebruikt om de hiervoor vermelde vormen van marktrisico zo veel mogelijk af te dekken.
Derivaten hebben als voornaamste risico's het kredietrisico en valutarisico. Dit risico wordt beperkt door alleen transacties aan te gaan met goed te boek staande partijen en door zoveel mogelijk te werken met onderpand. Gebruik kan worden gemaakt van onder meer de volgende instrumenten:
- Futures: dit zijn standaard beursgenoteerde instrumenten waarmee snel posities kunnen worden gewijzigd. Futures worden gebruikt voor het tactische beleggingsbeleid. Tactisch beleggingsbeleid is slechts zeer beperkt mogelijk binnen de grenzen van het strategische beleggingsbeleid.
- Valutatermijncontracten: dit zijn met individuele banken afgesloten contracten waarbij de verplichting wordt aangegaan tot het verkopen van een valuta en de aankoop van een andere valuta, tegen een vooraf vastgestelde prijs en op een vooraf vastgestelde datum. Door middel van valutatermijncontracten worden valutarisico's afgedekt.
- Swaps: dit betreft met individuele banken afgesloten contracten waarbij de verplichting wordt aangegaan tot het uitwisselen van rentebetalingen over een nominale hoofdsom. Door middel van swaps kan het fonds de rentegevoeligheid van de portefeuille beïnvloeden.
Onderstaande tabellen geven een samenvatting van de derivatenpositie ultimo 2025 en 2024:
| 2025 | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Type contract | Gemiddelde looptijd | Contract-omvang | Saldo waarde |
Positieve waarde | Negatieve waarde | |||||
| Rentederivaten | mrt '27 - dec '74 | 1.703.989 | -107.273 | 96.121 | 203.394 | |||||
| Future contracts | mrt '26 | 7.786 | 80 | 250 | 170 | |||||
| Valutaderivaten | jan '26 - mrt '26 | 0 | 2.815 | 3.121 | 306 | |||||
| Totaal | 1.711.775 | -104.378 | 99.492 | 203.870 |
| 2024 | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Type contract | Gemiddelde looptijd | Contract-omvang | Saldo waarde |
Positieve waarde | Negatieve waarde | |||||
| Rentederivaten | mrt '27 - dec '74 | 1.969.189 | 78.824 | 157.167 | 78.343 | |||||
| Future contracts | mrt '25 | -15.401 | 418 | 876 | 458 | |||||
| Valutaderivaten | jan '25 - mrt '25 | 0 | -15.064 | 2 | 15.066 | |||||
| Totaal | 1.953.788 | 64.178 | 158.045 | 93.867 |
10.6 Toelichting op de balans
Activa
1. Beleggingen voor risico pensioenfonds
| (bedragen x € 1.000) | Vastgoedbeleggingen | Aandelen | Vastrentende waarden | Derivaten | Overige beleggingen | Totaal | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari 2025 | 337.163 | 871.971 | 1.891.572 | 64.178 | 6.482 | 3.171.366 | ||||||
| Aankopen | 91.219 | 129.889 | 2.091.997 | 141.338 | 0 | 2.454.443 | ||||||
| Verkopen | -13.471 | -293.672 | -2.197.898 | -50.239 | 0 | -2.555.280 | ||||||
| Herwaardering | 6.625 | 15.437 | -14.205 | -259.655 | 0 | -251.798 | ||||||
| Overige mutaties | 0 | 0 | 0 | 0 | 316 | 316 | ||||||
| Stand per 31 december 2025 | 421.536 | 723.625 | 1.771.466 | -104.378 | 6.798 | 2.819.047 | ||||||
| Schuldpositie derivaten (credit) | 203.870 | |||||||||||
| Totaal | 3.022.917 |
| (bedragen x € 1.000) | Vastgoedbeleggingen | Aandelen | Vastrentende waarden | Derivaten | Overige beleggingen | Totaal | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari 2024 | 263.986 | 788.248 | 1.826.059 | 73.427 | 8.077 | 2.959.797 | ||||||
| Aankopen | 90.675 | 63.800 | 2.010.707 | 33.947 | 0 | 2.199.129 | ||||||
| Verkopen | -24.741 | -141.939 | -1.995.394 | -34.865 | 0 | -2.196.939 | ||||||
| Herwaardering | 7.243 | 161.862 | 50.200 | -8.331 | 0 | 210.974 | ||||||
| Overige mutaties | 0 | 0 | 0 | 0 | -1.595 | -1.595 | ||||||
| Stand per 31 december 2024 | 337.163 | 871.971 | 1.891.572 | 64.178 | 6.482 | 3.171.366 | ||||||
| Schuldpositie derivaten (credit) | 93.867 | |||||||||||
| Totaal | 3.265.233 |
Vastgoedbeleggingen
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Indirecte vastgoedbeleggingen, zijnde participaties in beleggingsinstellingen die beleggen in vastgoed | 421.536 | 337.163 | ||
| Totaal | 421.536 | 337.163 |
Ultimo boekjaar zijn er geen beleggingen groter dan 5,0% van de betreffende beleggingscategorie.
Aandelen
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Beursgenoteerde aandelen | 718.805 | 862.590 | ||
| Private equity aandelen | 3.120 | 9.160 | ||
| Beursgenoteerde en niet-beursgenoteerde aandelenbeleggingsfondsen | 1.700 | 221 | ||
| Totaal | 723.625 | 871.971 |
Ultimo boekjaar zijn er geen beleggingen groter dan 5,0% van de betreffende beleggingscategorie.
Vastrentende waarden
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Obligaties | 1.100.647 | 957.391 | ||
| Beursgenoteerde en niet-beursgenoteerde beleggingen die beleggen in hypotheken | 181.440 | 178.428 | ||
| Leningen op schuldbekentenis | 49.482 | 6.606 | ||
| Beursgenoteerde beleggingsinstellingen die beleggen in vastrentende waarden | 439.897 | 749.147 | ||
| Totaal | 1.771.466 | 1.891.572 |
Het ontvangen onderpand in de vorm van liquiditeiten € 203,9 miljoen (2024: € 93,9 miljoen) is door het pensioenfonds ondergebracht in een liquiditeitenfonds. Het ontvangen onderpand staat niet ter vrije beschikking.
Ultimo boekjaar bedragen de volgende posten meer dan 5,0% van de betreffende beleggingscategorie:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Blackrock Liquiditeiten fonds | 314.369 | 17,7% | 344.809 | 18,2% | ||||
| BNP Liquiditeiten fonds | 267.533 | 15,1% | 291.435 | 15,4% | ||||
| Aegon Hypotheken | 167.913 | 9,5% | 164.925 | 8,7% | ||||
| CBRE pan Europa Core Fund | 126.525 | 7,1% | 119.306 | 6,3% | ||||
| Totaal | 876.340 | 49,5% | 920.475 | 48,7% | ||||
Derivaten
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Valutaderivaten | 3.121 | 2 | ||
| Future contracts | 250 | 876 | ||
| Rente derivaten | 96.121 | 157.167 | ||
| Totaal | 99.492 | 158.045 |
In de bovenstaande weergave zijn alleen de positieve derivatenposities meegenomen in verband met het hoge saldo aan negatieve rentederivaten. De negatieve derivatenpositie staat aan de passiva zijde van de balans. Een toelichting inzake de derivatenposities is opgenomen in de paragraaf Risicobeheer.
Ultimo boekjaar zijn er geen beleggingen groter dan 5,0% van de betreffende beleggingscategorie.
Overige beleggingen
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Liquide middelen | 6.798 | 6.482 | ||
| Totaal | 6.798 | 6.482 |
Ultimo boekjaar zijn er geen beleggingen groter dan 5,0% van de betreffende beleggingscategorie.
Securities lending
Het pensioenfonds heeft geen actief securities lending programma. In 2025 zijn geen securities uitgeleend.
Schattingen en oordelen
Zoals vermeld in de toelichting zijn de beleggingen van het pensioenfonds nagenoeg allemaal gewaardeerd tegen de actuele waarde per balansdatum en is het over het algemeen mogelijk en gebruikelijk om de actuele waarde binnen een aanvaardbare bandbreedte van schattingen vast te stellen. Voor sommige andere financiële instrumenten, zoals beleggingsvorderingen en -schulden, geldt dat de boekwaarde de actuele waarde benadert als gevolg van het kortetermijnkarakter van de vorderingen en schulden. De boekwaarde van alle activa en de financiële verplichtingen op balansdatum benaderen de actuele waarde.
Voor de meeste financiële instrumenten maakt het pensioenfonds gebruik van marktnoteringen. Enkele financiële instrumenten, bijvoorbeeld derivaten, zijn gewaardeerd met waarderingsmodellen en -technieken inclusief verwijzing naar de huidige reële waarde van vergelijkbare instrumenten.
Uitsplitsing actuele waarde naar waarderingsmethode
| (bedragen x € 1.000) | Genoteerde marktprijzen | Onafhankelijke taxaties | NCW-berekening | Andere methode | Totaal | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Vastgoedbeleggingen | 94.234 | 0 | 0 | 327.302 | 421.536 | |||||
| Aandelen | 720.506 | 0 | 0 | 3.119 | 723.625 | |||||
| Vastrentende waarden | 1.583.571 | 0 | 6.456 | 181.439 | 1.771.466 | |||||
| Derivaten * | 81 | 0 | -104.459 | 0 | -104.378 | |||||
| Overige beleggingen | 6.798 | 0 | 0 | 0 | 6.798 | |||||
| Stand per 31 december 2025 | 2.405.190 | 0 | -98.003 | 511.860 | 2.819.047 |
| (bedragen x € 1.000) | Genoteerde marktprijzen | Onafhankelijke taxaties | NCW-berekening | Andere methode | Totaal | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Vastgoedbeleggingen | 58.446 | 0 | 0 | 278.717 | 337.163 | |||||
| Aandelen | 862.811 | 0 | 0 | 9.160 | 871.971 | |||||
| Vastrentende waarden | 1.706.538 | 0 | 6.606 | 178.428 | 1.891.572 | |||||
| Derivaten * | 417 | 0 | 63.761 | 0 | 64.178 | |||||
| Overige beleggingen | 6.482 | 0 | 0 | 0 | 6.482 | |||||
| Stand per 31 december 2024 | 2.634.694 | 0 | 70.367 | 466.305 | 3.171.366 |
Schattingen van de actuele waarde zijn een momentopname, gebaseerd op de marktomstandigheden en de beschikbare informatie over het financiële instrument. Deze schattingen zijn van nature subjectief en bevatten onzekerheden en een significante oordeelsvorming.
2. Herverzekeringsdeel technische voorzieningen
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Stand per begin boekjaar | 46.426 | 38.785 | ||
| Mutatie aandeel herverzekering technische voorzieningen | 635 | 7.641 | ||
| Stand per eind boekjaar | 47.061 | 46.426 |
De vordering uit dit herverzekeringscontract, geclassificeerd als een verzekering op risicobasis, wordt gelijkgesteld aan de hier tegenoverstaande voorziening voor pensioenverplichtingen. De bepaling van de vordering wordt gebaseerd op de actuariële grondslagen van het pensioenfonds. Bij de waardering van de vordering wordt rekening gehouden met de kredietwaardigheid van de herverzekeraar. Op de vordering heeft geen afslag plaatsgevonden.
3. Vorderingen en overlopende activa
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Vorderingen op werkgevers | 5.127 | 5.767 | ||
| Beleggingsdebiteuren | 75.819 | 16.062 | ||
| Overige vorderingen en overlopende activa | 232 | 311 | ||
| Totaal | 81.178 | 22.140 |
Alle vorderingen hebben een resterende looptijd korter dan één jaar.
Specificatie Vorderingen op werkgevers
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Vorderingen op werkgevers | 5.160 | 5.767 | ||
| Voorziening dubieuze debiteuren | -33 | 0 | ||
| Totaal | 5.127 | 5.767 |
Verloop van de voorziening dubieuze debiteuren
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 0 | -79 | ||
| Afgeschreven vorderingen | 45 | 11 | ||
| Vrijval respectievelijke dotatie ten laste van de staat van baten en lasten | -78 | 68 | ||
| Stand per 31 december | -33 | 0 |
Specificatie Beleggingsdebiteuren
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Vorderingen inzake aandelen | 5.027 | 4.818 | ||
| Vorderingen inzake vastrentende waarden | 12.228 | 11.244 | ||
| Overige vorderingen uit hoofde van beleggingen | 58.564 | 0 | ||
| Totaal | 75.819 | 16.062 |
De vorderingen inzake vastrentende waarden betreffen opgelopen interest. Op de vordering is geen voorziening wegens oninbaarheid in mindering gebracht.
4. Overige activa
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Liquide middelen | 9.191 | 11.518 | ||
| Totaal | 9.191 | 11.518 |
De banktegoeden staan ter vrije beschikking van het pensioenfonds.
Passiva
5. Stichtingskapitaal en reserves
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Algemene reserve | 524.962 | 340.058 | ||
| Totaal | 524.962 | 340.058 |
Algemene reserve
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Stand per begin boekjaar | 340.058 | 250.851 | ||
| Bestemming saldo van baten en lasten | 184.904 | 89.207 | ||
| Stand per eind boekjaar | 524.962 | 340.058 |
Dekkingsgraden en vermogensposities
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Feitelijke dekkingsgraad | 121,6% | 112,0% | ||
| Reële dekkingsgraad | 86,0% | 84,1% | ||
| Beleidsdekkingsgraad | 117,2% | 112,3% |
De (nominale) dekkingsgraad van het pensioenfonds wordt berekend door op balansdatum het balanstotaal minus de kortlopende schulden te delen door de technische voorzieningen zoals opgenomen in de balans.
De reële dekkingsgraad is berekend conform artikel 7 van de Regeling Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling. De nominale kasstromen worden verdisconteerd gebruikmakend van de rentetermijnstructuur van DNB. De kasstromen die betrekking hebben op de indexatie worden verdisconteerd met een nettorendement op zakelijke waarden van 5,2%. De indexatie is gebaseerd op een minimale verwachtingswaarde voor de groeivoet van het prijsindexcijfer van 2,0%.
De beleidsdekkingsgraad is gebaseerd op het rekenkundig gemiddelde van de (nominale) dekkingsgraden naar de meest actuele inzichten over de laatste twaalf maanden. Bij het berekenen van de reële dekkingsgraad van het pensioenfonds wordt de voorziening pensioenverplichtingen herrekend, rekening houdend met de verwachte loon- en prijsinflatie. Voor het bepalen van het vereist eigen vermogen (de solvabiliteitstoets) maakt het pensioenfonds gebruik van het standaardmodel. Het bestuur acht het gebruik van het standaardmodel passend voor de risico's van het pensioenfonds. De uitkomsten van de solvabiliteitstoets zijn opgenomen in de risicoparagraaf.
Op basis hiervan bedraagt het (minimaal) vereist eigen vermogen op 31 december:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Stichtingskapitaal en reserves | 524.962 | 340.058 | ||
| Minimaal vereist eigen vermogen | 102.819 | 117.665 | ||
| Vereist eigen vermogen | 348.671 | 395.214 |
De vermogenspositie van het pensioenfonds kan op basis van bovenstaande cijfers en de actuele dekkingsgraad worden gekarakteriseerd als een situatie met toereikende solvabiliteit, omdat het eigen vermogen hoger ligt dan het minimaal vereist eigen vermogen en het vereist eigen vermogen.
Herstelplan
De beleidsdekkingsgraad per ultimo 2024 is met 112,3% lager dan het vereist eigen vermogen van 114,0%. Begin 2025 is hiervoor een tijdig geactualiseerd herstelplan ingediend bij de DNB.
Het pensioenfonds hoeft in 2026 geen herstelplan in te dienen, omdat de beleidsdekkingsgraad per ultimo 2025 met 117,2% hoger is dan het vereist eigen vermogen van 114,4%.
6. Voorziening pensioenverplichtingen voor risico pensioenfonds
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Voorziening pensioenverplichtingen voor risico pensioenfonds | 2.327.423 | 2.723.350 | ||
| Herverzekeringsdeel technische voorziening | 47.061 | 46.426 | ||
| Totaal | 2.374.484 | 2.769.776 |
Het verloop van de voorziening pensioenverplichtingen voor risico pensioenfonds is als volgt:
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Stand per begin boekjaar | 2.723.350 | 2.595.594 | ||
| Pensioenopbouw | 86.899 | 77.423 | ||
| Toeslagverlening | 13.051 | 11.753 | ||
| Rentetoevoeging | 62.830 | 88.096 | ||
| Onttrekking voor uitkeringen | -90.910 | -89.350 | ||
| Wijziging marktrente | -465.657 | 55.165 | ||
| Wijziging actuariële uitgangspunten | 3.470 | -6.474 | ||
| Wijziging uit hoofde overdracht van rechten | -2.966 | -3.889 | ||
| Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen | -2.644 | -4.968 | ||
| Stand per eind boekjaar | 2.327.423 | 2.723.350 |
Als gevolg van de wijziging in RJ 610 wordt de voorziening operationele kosten niet langer opgenomen als onderdeel van de technische voorziening, maar separaat gepresenteerd. Deze wijziging kwalificeert als een stelselwijziging die op grond van RJ 140.208 retrospectief dient te worden toegepast.
In de vergelijkende cijfers is de technische voorziening derhalve aangepast. Aangezien de voorziening operationele kosten in het verleden onderdeel uitmaakte van verschillende toevoegingen aan en onttrekkingen van de voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds, zijn de vergelijkende cijfers binnen de specificatie van de technische voorziening aangepast om deze gewijzigde presentatie tot uitdrukking te brengen.
Wijziging actuariële uitgangspunten
Met ingang van 1 januari 2025 is het opbouwpercentage in de pensioenregeling van de zelfstandig notarissen verlaagd. Het opbouwpercentage is verlaagd naar 1,68% (2024: 1,76%). Dit heeft een verlagend effect op de technische voorzieningen van € 189 en heeft een effect op de dekkingsgraad van 0,0%.
In 2025 zijn de volgende actuariële uitgangspunten aangepast:
- Voor 2025 is het ongehuwden ouderdomspensioen gewaardeerd op basis van bepaalde partner (2024: op basis van onbepaalde partner). Deze wijziging van waarderingsmethode heeft een verhogend effect op de technische voorzieningen van € 2.373 en heeft een negatief effect op de dekkingsgraad van 0,1%.
- De partnerfrequenties zijn aangepast op basis van het grondslagenonderzoek uitgevoerd door de actuarieel adviseur (2024: "Frequenties 2022). Dit heeft een verhogend effect op de technische voorzieningen van € 983 en heeft een negatief effect op de dekkingsgraad van 0,1%.
Wijziging uit hoofde van overdracht van rechten
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Toevoeging aan de technische voorziening | 4.157 | 2.995 | ||
| Onttrekking aan de technische voorziening | -7.123 | -6.884 | ||
| Totaal | -2.966 | -3.889 |
Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen | ||||
| Resultaat op kanssysteem: | ||||
| - Sterfte | -4.196 | -4.353 | ||
| - Arbeidsongeschiktheid | 941 | -1.978 | ||
| - Mutaties | 611 | 1.363 | ||
| Totaal | -2.644 | -4.968 |
De voorziening voor pensioenverplichtingen inclusief de voorziening operationele kosten (exclusief herverzekeringsdeel technische voorziening) is naar categorieën als volgt samengesteld:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Voorziening | Aantallen | Voorziening | Aantallen | |||||
| Actieven en arbeidsongeschikten | 918.677 | 12.540 | 1.166.982 | 11.841 | ||||
| Pensioengerechtigden | 1.023.456 | 6.124 | 1.075.412 | 5.939 | ||||
| Slapers | 375.027 | 9.964 | 470.856 | 9.830 | ||||
| Netto pensioenverplichtingen | 2.317.160 | 28.628 | 2.713.250 | 27.610 | ||||
| Overige onderdelen voorziening voor risico pensioenfonds | 63.632 | 0 | 69.871 | 0 | ||||
| Totaal | 2.380.792 | 28.628 | 2.783.121 | 27.610 | ||||
Het verloop van het herverzekeringsdeel technische voorzieningen is als volgt:
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Stand per begin boekjaar | 46.426 | 38.785 | ||
| Pensioenopbouw | 5.069 | 3.308 | ||
| Toeslagverlening | 1.261 | 1.521 | ||
| Rentetoevoeging | 861 | 1.165 | ||
| Onttrekkingen voor pensioenuitkeringen | -2.608 | -2.630 | ||
| Vrijgevallen voor kosten | -57 | -57 | ||
| Wijziging marktrente | -3.188 | 246 | ||
| Resultaat op kanssystemen | -703 | 4.088 | ||
| Stand per eind boekjaar | 47.061 | 46.426 |
7. Voorziening operationele kosten
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 59.771 | 56.932 | ||
| Pensioenopbouw | 1.783 | 1.585 | ||
| Onttrekking voor pensioenuitkeringen | -1.999 | -1.972 | ||
| Rentetoevoeging | -10.242 | 1.220 | ||
| Wijziging actuariële uitgangspunten | 2.382 | -142 | ||
| Overige mutaties voorziening operationele kosten | 1.674 | 2.148 | ||
| Stand per 31 december | 53.369 | 59.771 |
Als gevolg van de wijziging in RJ 610 wordt de voorziening operationele kosten separaat gepresenteerd van de technische voorziening. Deze wijziging is aangemerkt als een stelselwijziging en is conform RJ 140.208 retrospectief verwerkt.
In de vergelijkende cijfers over 2024 is de voorziening operationele kosten afzonderlijk opgenomen. De bedragen die in eerdere verslagjaren onderdeel uitmaakten van de toevoegingen aan en onttrekkingen van de voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds, zijn geherclassificeerd naar de voorziening operationele kosten. De mutaties zijn toe te wijzen aan de opgenomen categorieën in het verloopoverzicht.
De reservering voor toekomstige pensioenuitvoeringskosten bedraagt ultimo boekjaar 2,3% (2024: 2,2%) van de verwachte afname van de voorziening pensioenverplichtingen voor het doen van uitkeringen en is bestemd voor het betalen van de uitvoeringskosten. De aanpassing actuariële grondslagen ziet voornamelijk toe op de aanpassing van het opslagpercentage voor de voorziening operationele kosten.
Wijziging actuariële uitgangspunten
Met ingang van 1 januari 2025 is het opbouwpercentage in de pensioenregeling van de zelfstandig notarissen verlaagd. Het opbouwpercentage is verlaagd naar 1,68% (2024: 1,76%). Dit heeft een verlagend effect op de voorziening operationele kosten van € 4 en heeft een effect op de dekkingsgraad van 0,0%.
In 2025 zijn de volgende actuariële uitgangspunten aangepast:
- De opslag inzake toekomstige kosten is verhoogd van 2,2% in 2024 naar 2,3% in 2025. Dit heeft een verhogend effect op de technische voorzieningen van € 2.303 en heeft een negatief effect op de dekkingsgraad van 0,1%
8. Derivaten
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Derivaten | 203.870 | 93.867 | ||
| Totaal | 203.870 | 93.867 |
De derivaten worden in de paragraaf risicobeheer toegelicht.
9. Overige schulden en overlopende posten
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Pensioenuitkeringen | 18 | 18 | ||
| Reservering vakantiegeld en vakantiedagen | 41 | 50 | ||
| Overige schulden uit hoofde van beleggingen | 47 | 77.719 | ||
| Belastingen en premie sociale verzekeringen | 1.518 | 1.569 | ||
| Honoraria adviseurs en deskundigen | 303 | 540 | ||
| Overige schulden en overlopende passiva | 1.735 | 1.949 | ||
| Totaal | 3.662 | 81.845 |
Alle schulden hebben een resterende looptijd van korter dan één jaar.
Specificatie overige schulden uit hoofde van beleggingen
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Nog af te wikkelen beleggingstransacties | 47 | 126 | ||
| Overige | 0 | 77.593 | ||
| Totaal | 47 | 77.719 |
10.7 Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen
Langlopende contractuele verplichtingen
Het pensioenfonds heeft een uitbestedingsovereenkomst met TKP Pensioen B.V. voor onbepaalde tijd met een opzegtermijn van één jaar op basis van een jaarlijkse evaluatie per einde jaar. De jaarlijks te betalen vergoeding bedraagt € 2.969. De totale verplichting voor de resterende looptijd bedraagt € 5.938.
Het jaarlijkse bedrag van met derden aangegane huurverplichtingen van onroerende zaken bedraagt in totaal circa € 168 en wordt jaarlijks geïndexeerd.
Het jaarlijkse bedrag van met derden aangegane leaseverplichtingen van vervoermiddelen bedraagt in totaal circa € 17 en loopt tot februari 2028.
Het pensioenfonds heeft een herverzekeringsovereenkomst met a.s.r. getekend met een onbepaalde looptijd en een opzegtermijn van zes maanden. Het betreft een garantiecontract.
Transacties met (voormalige) bestuurders
Er zijn geen leningen verstrekt aan bestuurders. Ook is er geen sprake van vorderingen op (voormalige) bestuurders. Voor meer informatie over de beloning van bestuurders wordt verwezen naar 15. Pensioenuitvoeringskosten.
Toegezegde kapitaalstortingen private equity
De private equity waarin eind 2025 werd belegd, bevindt zich in de uitkeringsfase. Er is informeel afgesproken dat er geen kapitaal meer wordt opgevraagd bij het pensioenfonds.
10.8 Toelichting op de staat van baten en lasten
Baten
10. Premiebijdragen voor risico pensioenfonds
De premiebijdragen voor risico pensioenfonds kunnen als volgt worden gespecificeerd:
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Premie lopend boekjaar | 98.543 | 90.715 | ||
| Premie arbeidsongeschiktheid | 4.404 | 4.208 | ||
| Premie voorgaande boekjaren | 590 | 292 | ||
| Mutatie voorziening dubieuze debiteuren | -78 | 68 | ||
| 103.459 | 95.283 |
De premieopbrengsten zijn niet gesplitst naar een werkgevers- en werknemersdeel, omdat de inhouding van premie afhankelijk is van afspraken die tussen werkgever en werknemer zijn gemaakt. Dit wordt door het pensioenfonds niet geregistreerd. Reglementair mag een werkgever maximaal 50% van de totale premiebijdrage inhouden op het salaris van de werknemer.
De feitelijke, kostendekkende en gedempte premie zijn als volgt:
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Feitelijke premie | 103.459 | 95.283 | ||
| Kostendekkende premie | 112.239 | 99.254 | ||
| Gedempte premie | 97.592 | 88.809 |
De toename van de kostendekkende premie ten opzichte van die van 2024 wordt met name verklaard door de daling van de rentetermijnstructuur. Voor de bepaling van de kostendekkende premie wordt de rentetermijnstructuur per 31 december 2024 gehanteerd. Het gevolg is een afname van de actuariële koopsom. De gehanteerde solvabiliteitsopslag bedraagt 14,2%.
De feitelijke premie bedraagt € 103.459. Dit is hoger dan de gedempte premie. Het pensioenfonds voldoet daarmee aan de eis dat de feitelijke premie minimaal gelijk moet zijn aan de gedempte premie. De aan het boekjaar toe te rekenen feitelijke premie is als baat in de staat van baten en lasten verantwoord.
De kostendekkende premie is als volgt samengesteld:
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Actuarieel benodigd voor onwaardelijke onderdelen pensioenopbouw | 93.880 | 82.434 | ||
| Opslag voor instandhouding van het vereist vermogen | 12.612 | 12.382 | ||
| Opslag voor uitvoeringskosten | 5.747 | 4.438 | ||
| Totaal kostendekkende premie | 112.239 | 99.254 |
De gedempte premie is als volgt samengesteld:
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Actuarieel benodigd voor onvoorwaardelijke onderdelen pensioenopbouw | 52.884 | 47.550 | ||
| Premie voor voorwaardelijke toeslagverlening | 32.171 | 29.898 | ||
| Opslag voor instandhouding van het vereist vermogen | 6.790 | 6.923 | ||
| Opslag voor uitvoeringskosten | 5.747 | 4.438 | ||
| Totaal gedempte premie | 97.592 | 88.809 |
11. Beleggingsresultaten risico pensioenfonds
| (bedragen x € 1.000) | Directe beleggings- opbrengsten |
Indirecte beleggings- opbrengsten |
Kosten vermogens-beheer | Totaal | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2025 | ||||||||
| Vastgoedbeleggingen | 11.472 | 6.785 | 0 | 18.257 | ||||
| Aandelen | 9.633 | 14.404 | -389 | 23.648 | ||||
| Vastrentende waarden | 31.968 | -14.205 | -4.507 | 13.256 | ||||
| Derivaten | -6.330 | -259.661 | 0 | -265.991 | ||||
| Overige beleggingen | 153 | -39 | 0 | 114 | ||||
| Kosten vermogensbeheer | 0 | 0 | -1.586 | -1.586 | ||||
| Totaal | 46.896 | -252.716 | -6.482 | -212.302 | ||||
| Kosten pensioenbeheer en bestuursbureau | -2.090 | |||||||
| -214.392 |
In navolging van de aanbevelingen van de Pensioenfederatie zijn de kosten voor het vermogensbeheer verdeeld over de beleggingscategorieën. De kosten voor het vermogensbeheer bevatten alle directe en indirecte vermogensbeheerkosten uit onderliggende beleggingsfondsen. Hierin zitten de beheerfee, de performance fee van externe managers, de bewaarkosten en de overige kosten van het vermogensbeheer. De transactiekosten bevatten uitsluitend de rechtstreeks aan het pensioenfonds in rekening gebrachte toe- en uittredingsvergoedingen in de beleggingsfondsen. Voor de transactiekosten van de discretionaire portefeuille en de derivaten is een schatting opgenomen. Transactiekosten met betrekking tot aan- en verkopen binnen deze portefeuilles zijn niet inzichtelijk. In de totale kosten voor het vermogensbeheer (inclusief kosten pensioenbeheer en bestuursbureau) van € 8.572 zijn impliciete transactiekosten van € 1.393 opgenomen op basis van de berekeningswijze van de Pensioenfederatie.
| (bedragen x € 1.000) | Directe beleggings- opbrengsten |
Indirecte beleggings- opbrengsten |
Kosten vermogens-beheer | Totaal | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2024 | ||||||||
| Vastgoedbeleggingen | 6.097 | 7.238 | 0 | 13.335 | ||||
| Aandelen | 10.572 | 161.791 | -386 | 171.977 | ||||
| Vastrentende waarden | 27.319 | 50.216 | -4.113 | 73.422 | ||||
| Derivaten | -20.147 | -8.332 | -14 | -28.493 | ||||
| Overige beleggingen | 1.224 | 7 | -6 | 1.225 | ||||
| Kosten vermogensbeheer | 0 | 0 | -1.579 | -1.579 | ||||
| Totaal | 25.065 | 210.920 | -6.098 | 229.887 | ||||
| Kosten pensioenbeheer en bestuursbureau | -1.796 | |||||||
| 228.091 |
12. Baten uit herverzekering
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Mutatie aandeel herzekering | 635 | 7.641 | ||
| Totaal | 635 | 7.641 |
13. Overige baten
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Interest banken | 227 | 431 | ||
| Interest waardeoverdrachten | 8 | 9 | ||
| Andere baten | 6 | 15 | ||
| Totaal | 241 | 455 |
Lasten
14. Pensioenuitkeringen
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Ouderdomspensioen | 70.812 | 69.666 | ||
| Nabestaandenpensioen | 18.432 | 18.286 | ||
| Arbeidsongeschikheidspensioen | 3.856 | 3.532 | ||
| Wezenpensioen | 227 | 244 | ||
| Afkopen | 196 | 237 | ||
| Totaal | 93.523 | 91.965 |
De post 'afkopen' betreft de afkoop van pensioenen die individueel lager zijn dan € 613,52 (2024: € 592,51) per jaar.
15. Pensioenuitvoeringskosten
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Governancekosten | 694 | 635 | ||
| Verzekeringen bestuur | 61 | 85 | ||
| Toezichtkosten DNB en AFM, contributies en bedragen | 429 | 295 | ||
| Dwangsommen en boetes | 0 | 0 | ||
| Communicatie | 141 | 90 | ||
| Accountantskosten | 136 | 138 | ||
| Certificerend actuaris | 75 | 33 | ||
| Adviserend actuaris | 84 | 184 | ||
| Overige advieskosten | 799 | 523 | ||
| Uitvoering pensioenadministratie | 3.195 | 2.867 | ||
| Pensoneelskosten | 1.208 | 1.128 | ||
| Ingehuurd personeel | 635 | 386 | ||
| Overige kosten bestuursbureau | 370 | 424 | ||
| Projecten | 2.009 | 1.418 | ||
| Toerekening aan vermogensbeheer | -2.090 | -1.796 | ||
| Totaal | 7.746 | 6.410 |
De post projecten betreft Wtp kosten.
Specificatie governancekosten
| (bedragen x € 1.000) | Bestuur | Raad van Toezicht | Verantwoordings- orgaan |
Totaal | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2025 | ||||||||
| Vergoeding | 411 | 57 | 47 | 515 | ||||
| Reiskosten | 10 | 0 | 4 | 14 | ||||
| Opleiding | 0 | 0 | 0 | 0 | ||||
| Overige | 103 | 24 | 38 | 165 | ||||
| Totaal | 524 | 81 | 89 | 694 |
| (bedragen x € 1.000) | Bestuur | Raad van Toezicht | Verantwoordings- orgaan |
Totaal | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2024 | ||||||||
| Vergoeding | 386 | 65 | 49 | 500 | ||||
| Reiskosten | 7 | 0 | 0 | 7 | ||||
| Opleiding | 1 | 0 | 0 | 1 | ||||
| Overige | 126 | 1 | 0 | 127 | ||||
| Totaal | 520 | 66 | 49 | 635 |
Bezoldiging bestuurders, Raad van Toezicht en Verantwoordingsorgaan
| (bedragen x € 1) | 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Voorzitter bestuur | 68.447 | 66.132 | ||
| Lidmaatschap bestuur | 30.421 | 29.392 | ||
| Lidmaatschap bestuur (commissie) | 45.631 | 44.088 | ||
| Voorzitterschap Raad van Toezicht | 24.337 | 23.514 | ||
| Lidmaatschap Raad van Toezicht | 18.252 | 17.635 | ||
| Voorzitterschap Verantwoordingsorgaan | 8.924 | 8.622 | ||
| Verantwoordingsorgaan | 6.692 | 6.466 | ||
| Totaal | 202.704 | 195.849 |
Accountantshonoria
De beloningen van de onafhankelijke accountant(s) zijn als volgt:
| (bedragen x € 1.000) | Onafhankelijke accountant | Overige netwerk | Totaal | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2025 | ||||||
| Controle van de jaarrekening | 122 | 0 | 122 | |||
| Andere controle werkzaamheden | 0 | 0 | 0 | |||
| Fiscale advisering | 0 | 0 | 0 | |||
| Overige dienstverlening | 0 | 14 | 14 | |||
| Totaal | 122 | 14 | 136 |
| (bedragen x € 1.000) | Onafhankelijke accountant | Overige netwerk | Totaal | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2024 | ||||||
| Controle van de jaarrekening | 113 | 0 | 113 | |||
| Andere controle werkzaamheden | 0 | 0 | 0 | |||
| Fiscale advisering | 0 | 0 | 0 | |||
| Overige dienstverlening | 0 | 25 | 25 | |||
| Totaal | 113 | 25 | 138 |
De jaarrekening wordt gecontroleerd door EY Accountants B.V. De overige dienstverlening betreft de werkzaamheden van de externe compliance officer. De accountantskosten over het jaar 2025 betrof de controle werkzaamheden van de accountant van EY Accountants B.V.
Personeelskosten en ingehuurd personeel bestuursbureau
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Salarissen medewerkers | 805 | 689 | ||
| Ingehuurd personeel | 635 | 386 | ||
| Pensioenlasten | 184 | 156 | ||
| Sociale lasten | 102 | 89 | ||
| Overige personeelskosten | 117 | 194 | ||
| Totaal | 1.843 | 1.514 |
Het aantal personeelsleden in dienst van het pensioenfonds in 2025 betreft 9 FTE (2024: 10 FTE). Er zijn geen personeelsleden in het buitenland werkzaam. Daarnaast worden beheeractiviteiten op basis van een uitvoeringsovereenkomst verricht door personeel in dienst van de pensioenuitvoerder dan wel de vermogensbeheerder.
Toerekening aan vermogensbeheer
In het kader van de aanbevelingen t.a.v. de kostenbehandeling van de Pensioenfederatie wordt een deel van de totale kosten toegerekend aan vermogensbeheer. Deze post bedraagt in 2025 € 2.090 (2024: € 1.796). De governancekosten en kosten bestuursbureau worden voor 50% toegerekend aan vermogensbeheer.
16. Saldo herverzekering
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Betaalde premie herverzekering | 5.069 | 3.308 | ||
| Ontvangst herverzekerde uitkeringen | -2.608 | -2.630 | ||
| Totaal | 2.461 | 678 |
17. Saldo overdrachten van rechten
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Inkomende waardeoverdrachten | -3.232 | -1.986 | ||
| Uitgaande waardeoverdrachten | 5.643 | 4.713 | ||
| Totaal | 2.411 | 2.727 |
18. Overige lasten
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Interest waardeoverdrachten | 19 | 17 | ||
| Koopsom herverzekering a.s.r. | 569 | 2.209 | ||
| Overige | 4 | 21 | ||
| Totaal | 592 | 2.247 |
10.9 Gebeurtenissen na balansdatum
Acht gepensioneerden zijn tegen het pensioenfonds een kantonrechtersprocedure gestart in 2025 en is een uitspraak gedaan dat het pensioenfonds bij de toepassing van de gedempte premie voldaan heeft aan de pensioenwet. De acht gepensioneerden hebben in 2026 afgezien van een hoger beroep.
Door TKP is met de belastingdienst gesproken over de BTW op de kosten voor de overgang naar de Wtp. Omdat het pensioenfonds onder de Wtp niet meer BTW-plichtig is gelden de kosten die hiervoor gemaakt worden ook als niet BTW-plichtig. TKP verwacht in 2026 de in rekening gebrachte BTW voor het deel dat niet verrekend kan worden, te restitueren aan het pensioenfonds.
Er hebben zich verder geen gebeurtenissen voorgedaan na balansdatum die invloed hebben op de jaarrekening.
Den Haag, 21 mei 2026
Namens het bestuur,
mr. N.E. Bijlholt
drs. H.D. Panneman AAG